futurum

  • Hoe druk je de toekomst uit?; comment exprime-t-on le futur? / onvoltooid tegenwoordig toekomende tijd (o.t.t.t.), futurum; futur simple / grammatica, spraakkunst; grammaire / Nederlands; néerlandais

    • Le futur simple / de onvoltooid tegenwoordig toekomende tijd (o.t.t.t.), het futurum, de toekomende tijd, de toekomst

    • Variantes non officielles : ottt, O.T.T.T., OTTT, O.Tk.T., OTkT / Niet-officiële varianten : ottt, O.T.T.T., OTTT, O.Tk.T., OTkT 

    • Emploi de 'zullen + infinitif' / Gebruik van 'zullen + infinitief'.

    • Indicatif présent / De onvoltooid tegenwoordige tijd (o.t.t.), de presens

    • grammaire néerlandaise / Nederlandse spraakkunst, Nederlandse grammatica

    ---------------

    grammaire (théorie),spraakkunst (theorie),futur simple,futurum,o.t.t.t. (onvoltooid tegenwoordig toekomende tijd)

    Stormvloedkering Oosterschelde

    grammaire (théorie),spraakkunst (theorie),futur simple,futurum,o.t.t.t. (onvoltooid tegenwoordig toekomende tijd) https://commons.wikimedia.org/wiki/Category:Oosterscheldekering

    ---------------

    Hoe druk je de toekomst uit?

    1. Onvotooid tegenwoordige tijd (o.t.t.)/presens voor iets dat in de toekomst zal gebeuren :

    Ik kom bij je als je in bed ligt.
    Ik word volgende maand 22 jaar.
    Morgen vertrekt hij naar Engeland.
    Misschien krijg ik dan wel geld om te shoppen.
    De trein vertrekt over tien minuten.

    De constructie zullen + infinitief kan meestal worden vervangen door een onvoltooid tegenwoordige tijd (o.t.t.) (presens).

    Hij belt me morgen op. [= Hij zal me morgen opbellen].
    Ze komt vast (wel) te laat.
    [= Ze zal vast (wel) te laat komen.]

     

    2. Zullen + infinitief

    a) iets dat in de toekomst zal gebeuren :
    (zullen + infinitief wordt in dit geval weinig gebruikt → liever een o.t.t. of presens gebruiken!)

    Volgende week zullen wij u daarover informeren.
    → Volgende week informeren wij u daarover.
    Eind april zal het café opnieuw open zijn.
    → Eind april is het café opnieuw open.

    b) nabije toekomst :

    Ik zal ook mijn haar kammen.
    Zal je nu eens luisteren?
    Ik zal je nu eens wat vertellen!
    Vandaag zullen we het hebben over criminaliteit.

    c) in specifieke contexten :

    ► suggestie, voorstel, plan, verzoek :

    Zal ik het raam dichtdoen?
    [Wil je dat ik het raam dichtdoe?]
    Zullen we naar het strand gaan?
    [Willen jullie dat we naar het strand gaan?]
    Zal ik de tafel dekken?
    [Wil je dat ik de tafel dek?]

    ► belofte :

    Ik zal mijn kamer opruimen.
    Ik zal het nooit meer doen!
    Ik zal hem altijd trouw blijven.

    ► verontrusting, bezorgdheid :
    (zullen + infinitief, vaak met 'maar, toch, toch maar')

    Ze zal toch niet ziek zijn!
    Het zal je toch maar overkomen!
    Je zult maar je baan verliezen!

    ► verplichting, verbod

    Jij zal je huiswerk maken!
    Je zult dat doen, of je nou zin hebt of niet !
    Je zal toch niet bij die hond gaan zitten!

    ► naar wensen (van klanten, van iemand) informeren :

    Wat zal het zijn, meneer?
    [= Waarmee kan ik u helpen, meneer?]
    Zal het passen bij uw budget?
    Welke oplossing zal je het beste helpen?

    ► gebod

    Je zult niet stelen.

    ► zekerheid (dat iets zal gebeuren) :

    Je zal dat geld nog nodig hebben.
    Dat zal heel moeilijk zijn!

    ► waarschijnlijkheid (iets dat bijna zeker zal gebeuren) :
    (zullen + wel/vast/vast wel/waarschijnlijk + infinitief)

    Het zal wel waar zijn!
    Maar hij zal wel een reden hebben!
    Hij zal vast een plan hebben.
    Ze zal vast wel langskomen.
    Ze zullen waarschijnlijk de eersten zijn.

    ► voorwaardelijke zin :

    Als het regent, zullen we onze plannen moeten veranderen.

     

    3. Gaan + infinitief

    a) iets dat in de toekomst zal gebeuren :

    Ga je weer in een restaurant werken?
    [= zal je weer in een restaurant werken?]
    Zondag ga ik een taart bakken.
    Het gaat morgen sneeuwen.
    Wij gaan volgend jaar een nieuwe auto kopen.

    b) begin van een actie :

    Nu gaan jullie echt slapen!
    Hij gaat meteen de afwas doen.

    Pas op! : het werkwoord (het verbum) 'gaan' kan ook een verplaatsing aanduiden :

    Het is mooi weer, dus we gaan in het park eten.
    We gaan langs de rivier wandelen.
    Na de lunch gaan jullie omkleden in sportkleding in jullie eigen kamer.

    ---------------

    Comment exprimer le futur?

    1. Indicatif présent pour un événement qui se déroulera dans le futur.

    Ik kom bij je als je in bed ligt.
    Ik word volgende maand 22 jaar.
    Morgen vertrekt hij naar Engeland.
    Misschien krijg ik dan wel geld om te shoppen.
    De trein vertrekt over tien minuten.

    La construction zullen + infinitif peut être remplacée la plupart du temps par un présent.

    Hij belt me morgen op. [= Hij zal me morgen opbellen].
    Ze komt vast (wel) te laat.
    [= Ze zal vast (wel) te laat komen.]

     

    2. Zullen + infinitif

    a) un événement qui se produira dans le futur :
    (Dans ce cas, zullen + infinitif n'est pas utilsée fréquemment → utiliser de préférence un présent!)

    Volgende week zullen wij u daarover informeren.
    → Volgende week informeren wij u daarover.
    Eind april zal het café opnieuw open zijn.
    → Eind april is het café opnieuw open.

    b) futur proche

    Ik zal ook mijn haar kammen.
    Zal je nu eens luisteren?
    Ik zal je nu eens wat vertellen!
    Vandaag zullen we het hebben over criminaliteit.

    c) in specifieke contexten :

    ► suggestion, proposition, projet, requête :

    Zal ik het raam dichtdoen?
    [Wil je dat ik het raam dichtdoe?]
    Zullen we naar het strand gaan?
    [Willen jullie dat we naar het strand gaan?]
    Zal ik de tafel dekken?
    [Wil je dat ik de tafel dek?]

    ► promesse:

    Ik zal mijn kamer opruimen.
    Ik zal het nooit meer doen!
    Ik zal hem altijd trouw blijven.

    ► inquiétude, préoccupation :
    ('zullen + infinitief', souvent avec 'maar, toch, toch maar')

    Ze zal toch niet ziek zijn!
    Het zal je toch maar overkomen!
    Je zult maar je baan verliezen!

    ► obligation, interdiction :

    Jij zal je huiswerk maken!
    Je zult dat doen, of je nou zin hebt of niet !
    Je zal toch niet bij die hond gaan zitten!

    ► s'enquérir des souhaits (de clients, de quelqu'un) :

    Wat zal het zijn, meneer?
    [= Waarmee kan ik u helpen, meneer?]
    Zal het passen bij uw budget?
    Welke oplossing zal je het beste helpen?

    ► injonction :

    Je zult niet stelen.

    ► certitude (que quelque chose va se produire) :

    Je zal dat geld nog nodig hebben.
    Dat zal heel moeilijk zijn!

    ► probabilité (événement dont on est sûr qu'il va pratiquement se produire) waar :
    (zullen + wel/vast/vast wel/waarschijnlijk + infinitief)

    Het zal wel waar zijn!
    Maar hij zal wel een reden hebben!
    Hij zal vast een plan hebben.
    Ze zal vast wel langskomen.
    Ze zullen waarschijnlijk de eersten zijn.

    ► proposition conditionnelle :

    Als het regent, zullen we onze plannen moeten veranderen.

     

    3. Gaan + infinitief

    a) un événement qui va se produire dans le futur :

    Ga je weer in een restaurant werken?
    [= zal je weer in een restaurant werken?]
    Zondag ga ik een taart bakken.
    Het gaat morgen sneeuwen.
    Wij gaan volgend jaar een nieuwe auto kopen.

    b) début d'une action begin :

    Nu gaan jullie echt slapen!
    Hij gaat meteen de afwas doen.

    Attention! : le verbe 'gaan' peut également indiquer un déplacement :

    Het is mooi weer, dus we gaan in het park eten.
    We gaan langs de rivier wandelen.
    Na de lunch gaan jullie omkleden in sportkleding in jullie eigen kamer.

    ---------------

    exercices grammaticaux,grammatica-oefeningen,futur simple,onvoltooid tegenwoordig toekomende tijd,o.t.t.t.,futurumDocument 'Hoe druk je de toekomst uit?' en format JPEG sur

    exercices grammaticaux,grammatica-oefeningen,futur simple,onvoltooid tegenwoordig toekomende tijd,o.t.t.t.,futurumHoe druk je de toekomst uit (A)

     

    exercices grammaticaux,grammatica-oefeningen,futur simple,onvoltooid tegenwoordig toekomende tijd,o.t.t.t.,futurumexercices grammaticaux,grammatica-oefeningen,futur simple,onvoltooid tegenwoordig toekomende tijd,o.t.t.t.,futurum

    Document 'Hoe druk je de toekomst uit' à consulter dans la collection Google+ : Grammatica & oefeningen Nederlands : Hoe druk je de toekomst uit? (A)

     

     

    grammaire (théorie),spraakkunst (theorie),futur simple,futurum,o.t.t.t. (onvoltooid tegenwoordig toekomende tijd)

    Document 'Hoe druk je de toekomst uit' en format PDF :

    Hoe druk je de toekomst uit.pdf

     

    ---------------

    BRONNEN / SOURCES

    Grammatica : werkwoordstijden – toekomende tijd – uitleg, Taalgroepnl.nl :

    http://taalgroepnl.nl/wp-content/uploads/2015/09/werkwoorden-toekomende-tijd-uitleg.pdf

    E. Ruelens, Onvoltooid toekomende tijd :

    http://oefeningbaartkunst.weebly.com/uploads/1/5/4/0/15402300/onvoltooid_toekomende_tijd.pdf

    UCL, Gramlink, Nederlands, Basismorfologie, Onvoltooid Toekomende Tijd, Futurum :

    http://sites.uclouvain.be/gramlink/Gramlink-NL/morfologie/pdf/m_nl_01_ww_01_03_otkt.pdf

    Video, dedigitaledocent, zullen of zouden? :

    https://www.youtube.com/watch?v=2IFojmOxGpY

    Multigram, Futur simple (forme, emploi) :

    http://multigram.ulb.ac.be/nld/Futur_simple_(forme,_emploi)

    ◊◊◊◊◊◊ 

    J. Van Mulders, W. Chrispeels, Grammaire néerlandaise, Didier, Bruxelles

    R. Henrard, Grammaire du néerlandais, De Sikkel, Anvers

    Ghislain Vandevyvere, Guide de grammaire néerlandaise, A. De Boeck, Bruxelles

    A.M. Fontein, A. Pescher – ter Meer, Nederlandse Grammatica voor Anderstaligen, Nederlands Centrum Buitenlanders, Utrecht

    Van Dale, Robertha Huitema, Grammatica Nederlands (NT2), Glashelder overzicht op elk taalniveau, Utrecht

    Carola Henne, Joseph Vromans, Henny-Annie Bijleveld, Didier Hatier, Bruxelles

    N. Léonard Tournay, E. Léonard, Le néerlandais fondamental, deuxième livre, Didier

    P. Verbanck, Beknopte Nederlandse Grammatica, De Nederlandsche Boekhandel, Antwerpen

    J. Van Craen, Beter Nederlands, De Sikkel, Kapellen

  • Exercice de grammaire : onvoltooid tegenwoordig toekomende tijd (o.t.t.t.), futurum; futur simple / grammatica-oefening / néerlandais; Nederlands

    • Le futur simple / De onvoltooid tegenwoordig toekomende tijd (o.t.t.t.), het futurum, de toekomende tijd, de toekomst

    • Variantes non officielles : ottt, O.T.T.T., OTTT, O.Tk.T., OTkT / Niet-officiële varianten : ottt, O.T.T.T., OTTT, O.Tk.T., OTkT 

    • Grammaire néerlandaise : exercice grammatical / Nederlandse grammatica, Nederlandse spraakkunst : grammatica-oefening

    • Niveaux : 4N1, 5N2 / Niveaux : 4N1, 5N2

    ---------------

    exercices grammaticaux,grammatica-oefeningen,futur simple,onvoltooid tegenwoordig toekomende tijd,o.t.t.t.,futurum

     Poster Scheveningen Holland 

    exercices grammaticaux,grammatica-oefeningen,futur simple,onvoltooid tegenwoordig toekomende tijd,o.t.t.t.,futurum https://fr.pinterest.com/pin/319051954826800801/

    ---------------

    Futurum / Onvoltooid tegenwoordig toekomende tijd (o.t.t.t.)

    Futur simple

    exercices grammaticaux,grammatica-oefeningen,futur simple,onvoltooid tegenwoordig toekomende tijd,o.t.t.t.,futurum

    ---------------

    exercices grammaticaux,grammatica-oefeningen,futur simple,onvoltooid tegenwoordig toekomende tijd,o.t.t.t.,futurumDocument 'Futurum - OEFENING' en format JPEG sur

    exercices grammaticaux,grammatica-oefeningen,futur simple,onvoltooid tegenwoordig toekomende tijd,o.t.t.t.,futurum

     https://fr.pinterest.com/pin/319051954834719537/

     

    ---------------

    exercices grammaticaux,grammatica-oefeningen,futur simple,onvoltooid tegenwoordig toekomende tijd,o.t.t.t.,futurumexercices grammaticaux,grammatica-oefeningen,futur simple,onvoltooid tegenwoordig toekomende tijd,o.t.t.t.,futurum

    Document 'Futurum - OEFENING' à consulter dans la collection Google+ : Grammatica & oefeningen Nederlands : https://plus.google.com/u/0/collection/AmgXfB 

     

    --------------

    exercices grammaticaux,grammatica-oefeningen,futur simple,onvoltooid tegenwoordig toekomende tijd,o.t.t.t.,futurum

    Oplossingen / Solutions

    1. Ze zullen overmorgen naar Italië vertrekken.

    2. Je zal/zult naar Rotterdam reizen.

    3. Ik zal morgenochtend naar de secretaresse telefoneren.

    4. Ik zal niet meer met de trein reizen.

    5. We zullen volgende zaterdag een nieuwe computer kopen.

    6. Zal/Zul je in juni naar Frankrijk gaan?

    7. U zult/zal morgenavond met de directeur spreken.

    8. Jullie zullen zo vlug mogelijk een e-mailtje aan de docent schrijven.

    9. Waar zal/zul je over drie maanden studeren?

    10. Ze zullen op tijd klaar zijn.

    11. De luchthaven zal eind maart operationeel zijn.

    12. Zal/Zul je maandag op de kinderen passen?

    13. Zult/Zal u aanstaande vrijdag vrij zijn.

    14. We zullen na het concert met de metro naar huis teruggaan.

    15. Ik zal over een paar dagen contact met u opnemen.