combineeroefening

  • Dossier 'De goede Sint' (03) : exercice d'appariement, exercice d'associations 'Sinterklaas, Sint Nicolaas, de goede Sint' / Saint Nicolas / vocabulaire néerlandais

    • Séquence pédagogique : cours de néerlandais / Leersequentie : les Nederlands
    • Suite du dossier 'De goede Sint' / Vervolg van het dossier 'De goede Sint'
    • Vocabulaire néerlandais / Nederlandse woordenschat
    • Exercice d'appariement, exercice d'associations / Combineeroefening, matching-oefening, associatieoefening
    • Thématique : Saint Nicolas, fête de la Saint-Nicolas / Sinterklaas, Sint Nicolaas, de goede Sint, sinterklaasfeest
    • Niveaux : 4N1, 4N2 / Niveaus : 4N1, 4N2

    --------------- 

    exercices lexicaux,woordenschatoefeningen,exercice d'appariement,combineeroefening,sinterklaas,sint nicolaas,de sint,saint nicolas,zwarte piet,kleurpiet,séquence pédagogique,leersequentie

     Wenskaart 'Leve St Niklaas'

    exercices lexicaux,woordenschatoefeningen,exercice d'appariement,combineeroefening,sinterklaas,sint nicolaas,de sint,saint nicolas,zwarte piet,kleurpiet,séquence pédagogique,leersequentie https://fr.pinterest.com/pin/319051954828565378/

    ---------------

    Exercice de vocabulaire / Woordenschatoefening

    exercices lexicaux,woordenschatoefeningen,exercice d'appariement,combineeroefening,sinterklaas,sint nicolaas,de sint,saint nicolas,zwarte piet,kleurpiet,séquence pédagogique,leersequentie

    ----------------

    exercices lexicaux,woordenschatoefeningen,exercice d'appariement,combineeroefening,sinterklaas,sint nicolaas,de sint,saint nicolas,zwarte piet,kleurpiet,séquence pédagogique,leersequentie

    Document 'Sinterklaas / Sint Nicolaas / De goede Sint' (JPEG) disponible sur

    exercices lexicaux,woordenschatoefeningen,exercice d'appariement,combineeroefening,sinterklaas,sint nicolaas,de sint,saint nicolas,zwarte piet,kleurpiet,séquence pédagogique,leersequentie

     https://fr.pinterest.com/pin/319051954831090084/

     

    ----------------

    exercices lexicaux,woordenschatoefeningen,exercice d'appariement,combineeroefening,sinterklaas,sint nicolaas,de sint,saint nicolas,zwarte piet,kleurpiet,séquence pédagogique,leersequentie

    Solutions / Oplossingen

    01. de zak

    02. Roetveegpiet / Roetpiet [signification en français / betekenis in het Frans : "Pierrot la Suie"]

    03. de staf

    04. de mijter

    05. de snor

    06. de baard

    07. de mantel

    09. Kleurpiet / Kleurenpiet [signification en français / betekenis in het Frans : "Pierrot coloré"]

    10. de stoomboot / de pakjesboot

    11. de wortel [pluriel / meervoud (pluralis) : wortelen of wortels]

    12. het hooi

    13. het sinterklaasboek

    14. de chocoladeletter

    15. het, de speculaas

    16. het, de taaitaai [sorte de petit gâteau sec préparé avec de la farine de seigle et de la mélasse et cuit sous la forme d'un spéculoos / soort van bruine koek van roggemeel en stroop, gebakken in de vorm van speculaas]

    17. het (suiker)hartje

    18. het suikergoed [les sucreries, les friandises : pluriel en français, singulier en néerlandais / meervoud (pluralis) in het Frans, enkelvoud (singularis) in het Nederlands : 'Toutes ces friandises sont délicieuses! / Al dat suikergoed is lekker!]

    19. de pepernoot [la nonnette]

    20. het, de marsepein

    21. het cadeau (= het geschenk)

    22. de tabberd [la houppelande]

    ---------------

    exercices lexicaux,woordenschatoefeningen,exercice d'appariement,combineeroefening,sinterklaas,sint nicolaas,de sint,saint nicolas,zwarte piet,kleurpiet,séquence pédagogique,leersequentieDocument 'Sinterklaas / Sint Nicolaas / De goede Sint' - format PDF

    Combineeroefening 'Sinterklaas, Sint Nicolaas, De goede Sint'.pdf

     

  • Exercice de vocabulaire néerlandais : exercice d'appariement, exercice d'associations 'het lichaam - lichamelijke bewegingen / Le corps - les mouvements du corps' + construction de phrases

    • Vocabulaire néerlandais / Woordenschat Nederlands
    • Exercice d'appariement, exercice d'association / Matchingoefening, combineeroefening, associatieoefening
    • Construction de phrases / Zinnen construeren
    • Thème : le corps, les mouvements du corps / Thema : het lichaam, lichamelijke bewegingen
    • Niveaux : 4N1, 5N1, 5N2 / Niveaus : 4N1, 5N1, 5N2

    ----------------

    exercices

    Zomergezicht op de Munttoren te Amsterdam, Dirk van Haaren (Amsterdam 1878-1953)

    Lien bleu C.png http://de-maarschalk.blogspot.be/2013_11_29_archive.html

    ---------------

    Het lichaam - lichamelijke bewegingen / Le corps - les mouvements du corps

    1. Verbind de werkwoorden met de afbeeldingen. Gebruik een woordenboek als het nodig is. / Relie les verbes aux illustrations. Utilise un dictionnaire si c'est nécessaire.

    Werkwoorden:

    zweten – hangen – schaatsen – zitten – klimmen – vallen – buigen – liggen – lopen/wandelen – uitrekken – leunen – springen – fietsen – bukken – vlug lopen/hollen/rennen – hinkelen – (uit)rusten – kruipen – slapen – beven – dragen - hurken

     

    1

    exercices lexicaux,woordenschatoefeningen,exercice d'appariement,combineeroefening,construction de phrases,zinnen schrijven,mouvements du corps,lichamelijke bewegingen

     

     ......................

    2

    exercices lexicaux,woordenschatoefeningen,exercice d'appariement,combineeroefening,construction de phrases,zinnen schrijven,mouvements du corps,lichamelijke bewegingen

    .....................

    3

    exercices lexicaux,woordenschatoefeningen,exercice d'appariement,combineeroefening,construction de phrases,zinnen schrijven,mouvements du corps,lichamelijke bewegingen

     

    .....................

    4

    exercices lexicaux,woordenschatoefeningen,exercice d'appariement,combineeroefening,construction de phrases,zinnen schrijven,mouvements du corps,lichamelijke bewegingen

    ....................

    5

    exercices lexicaux,woordenschatoefeningen,exercice d'appariement,combineeroefening,construction de phrases,zinnen schrijven,mouvements du corps,lichamelijke bewegingen

    .....................

    6

    exercices lexicaux,woordenschatoefeningen,exercice d'appariement,combineeroefening,construction de phrases,zinnen schrijven,mouvements du corps,lichamelijke bewegingen

    .....................

    7

    exercices lexicaux,woordenschatoefeningen,exercice d'appariement,combineeroefening,construction de phrases,zinnen schrijven,mouvements du corps,lichamelijke bewegingen

    ....................

    8

    exercices lexicaux,woordenschatoefeningen,exercice d'appariement,combineeroefening,construction de phrases,zinnen schrijven,mouvements du corps,lichamelijke bewegingen

    .....................

    9

     

    exercices lexicaux,woordenschatoefeningen,exercice d'appariement,combineeroefening,construction de phrases,zinnen schrijven,mouvements du corps,lichamelijke bewegingen

    .....................

    10

    exercices lexicaux,woordenschatoefeningen,exercice d'appariement,combineeroefening,construction de phrases,zinnen schrijven,mouvements du corps,lichamelijke bewegingen

    ......................

    11

    exercices lexicaux,woordenschatoefeningen,exercice d'appariement,combineeroefening,construction de phrases,zinnen schrijven,mouvements du corps,lichamelijke bewegingen

    ........................

    12

    exercices lexicaux,woordenschatoefeningen,exercice d'appariement,combineeroefening,construction de phrases,zinnen schrijven,mouvements du corps,lichamelijke bewegingen

    .......................

    13

    exercices lexicaux,woordenschatoefeningen,exercice d'appariement,combineeroefening,construction de phrases,zinnen schrijven,mouvements du corps,lichamelijke bewegingen

    .......................

    14

    exercices lexicaux,woordenschatoefeningen,exercice d'appariement,combineeroefening,construction de phrases,zinnen schrijven,mouvements du corps,lichamelijke bewegingen

    ......................

    15

    exercices lexicaux,woordenschatoefeningen,exercice d'appariement,combineeroefening,construction de phrases,zinnen schrijven,mouvements du corps,lichamelijke bewegingen

    ....................

    16

    exercices lexicaux,woordenschatoefeningen,exercice d'appariement,combineeroefening,construction de phrases,zinnen schrijven,mouvements du corps,lichamelijke bewegingen

    ....................

    17

    exercices lexicaux,woordenschatoefeningen,exercice d'appariement,combineeroefening,construction de phrases,zinnen schrijven,mouvements du corps,lichamelijke bewegingen 

    ....................

    18

    exercices lexicaux,woordenschatoefeningen,exercice d'appariement,combineeroefening,construction de phrases,zinnen schrijven,mouvements du corps,lichamelijke bewegingen

    ....................

    19

    exercices lexicaux,woordenschatoefeningen,exercice d'appariement,combineeroefening,construction de phrases,zinnen schrijven,mouvements du corps,lichamelijke bewegingen

    .....................

    20

     

    exercices lexicaux,woordenschatoefeningen,exercice d'appariement,combineeroefening,construction de phrases,zinnen schrijven,mouvements du corps,lichamelijke bewegingen

    ....................

    21

    exercices lexicaux,woordenschatoefeningen,exercice d'appariement,combineeroefening,construction de phrases,zinnen schrijven,mouvements du corps,lichamelijke bewegingen

    ....................

     

    exercices lexicaux,woordenschatoefeningen,exercice d'appariement,combineeroefening,construction de phrases,zinnen schrijven,mouvements du corps,lichamelijke bewegingen

    22

    exercices lexicaux,woordenschatoefeningen,exercice d'appariement,combineeroefening,construction de phrases,zinnen schrijven,mouvements du corps,lichamelijke bewegingen

    .....................

     

    exercices lexicaux,woordenschatoefeningen,exercice d'appariement,combineeroefening,construction de phrases,zinnen schrijven,mouvements du corps,lichamelijke bewegingen

     

    2. Kies 10 afbeeldingen en beschrijf ze door een zinnetje te maken : gebruik het passende werkwoord en ook een relatieve bijzin. / Choisis 10 images et décris-les en construisant une phrase : utilise le verbe adéquat et aussi une proposition relative selon le modèle :

     

    Afbeelding n°1 : De jongen die in het gras ligt, geniet van de zon.

                                                                                   →[werkwoord aan het einde van de zin / rejet du verbe] 

    01. ...............................................................................................

    02. ...............................................................................................

    03. ...............................................................................................

    04. ...............................................................................................

    05. ...............................................................................................

    06. ...............................................................................................

    07. ...............................................................................................

    08. ...............................................................................................

    09. ...............................................................................................

    10. ...............................................................................................

     

    ---------------

    exercices lexicaux,woordenschatoefeningen,exercice d'appariement,combineeroefening,construction de phrases,zinnen schrijven,mouvements du corps,lichamelijke bewegingen

    Document 'Het lichaam- lichamelijke bewegingen' en format JPEG sur :

    exercices lexicaux,woordenschatoefeningen,exercice d'appariement,combineeroefening,construction de phrases,zinnen schrijven,mouvements du corps,lichamelijke bewegingen

    https://fr.pinterest.com/pin/319051954830663547/

     

    ---------------

    exercices lexicaux,woordenschatoefeningen,exercice d'appariement,combineeroefening,construction de phrases,zinnen schrijven,mouvements du corps,lichamelijke bewegingen

     

     

     

    Oplossingen en voorbeeldzinnen / Solutions et phrases-modèles

     

     

     

    1. Werkwoorden / Verbes

    01. liggen

    02. zitten

    03. slapen

    04. vallen

    05. leunen

    06. hurken

    07. hangen

    08. bukken

    09. (uit)rusten

    10. buigen

    11. uitrekken

    12. dragen

    13. zweten

    14. beven

    15. klimmen

    16. kruipen

    17. hinkelen

    18. springen

    19. schaatsen

    20. fietsen

    21. lopen/wandelen

    22. vlug lopen/hollen/rennen

     

    2. Voorbeeldzinnen / Phrases-modèles

    02. De kinderen die op de grond zitten, luisteren naar de juf.

    03. De jongen die in zijn bed ligt, slaapt lekker.

    04. De man die een schilderij wilde ophangen, valt van de trap.

    05. De jongen die een pak draagt, leunt tegen de muur.

    06. De sportieve man die hurkt, kijkt opzij.

    07. De aap die aan een liaan hangt, ziet er lenig uit.

    08. De moeder die veel van haar kind houdt, bukt om hem een kusje te geven.

    09. De man die in de hangmat ligt, rust even uit.

    10. De werknemer die de directeur ziet voorbijlopen, buigt om hem te (be)groeten.

    11. Het meisje dat wakker wordt, rekt haar armen uit.

    12. De kruier (van het hotel)/de chasseur/de piccolo die veel koffers en tassen draagt, ziet er moe uit.

    13. De mecanicien/technicus die veel zweet, heeft een overall aan.

    14. De man die klappertandt, beeft van de kou.

    15. Het meisje dat op de ladder klimt, wil een appel plukken.

    16. De baby die een blauwe pyjama aan heeft, kruipt op de grond.

    17. De oude man en de twee meisjes kijken naar de oude vrouw die aan het hinkelen is.

    18. De jonge vrouw die op de trampoline springt, concentreert zich om de oefeningen te maken.

    19. De man en de vrouw die op het ijs schaatsen, amuseren zich veel.

    20. Die twee mensen die door de natuur fietsen, zijn zeer sportief.

    21. De man die met een wandelstok loopt en de vrouw die een rugzak draagt, moeten nog 15 km afleggen.

    22. De man die naar het station holt, zal misschien zijn trein missen.

     

    Woordenschat :

    de juf : la maîtresse (d'école) / het pak : le costume / opzij kijken : regarder sur le côté / de liaan : la liane / lenig : agile, souple / eruitzien (zag er ... uit, er ... uitgezien) : avoir l'air + adjectif / de hangmat : le hamac / voorbijlopen (liep ... voorbij, voorbijgelopen) : passer / de overall [ovərˈɑl, ovər'ɔːl]: la salopette / klappertanden (klappertandde, geklappertand : claquer des dents / de ladder : l'échelle / plukken : cueillir / de wandelstok : la canne, le bâton / afleggen : parcourir / missen : rater [le train, le bus, ...]

    ---------------

    exercices lexicaux,woordenschatoefeningen,exercice d'appariement,combineeroefening,construction de phrases,zinnen schrijven,mouvements du corps,lichamelijke bewegingenDocument 'Het lichaam - lichamelijke bewegingen' en format PDF :

    Lichamelijke bewegingen.pdf