bijvoeglijk naamwoord

  • Vocabulaire : voorzetsels, preposities; prépositions / bijvoeglijke naamwoorden, adjectieven; adjectifs / zelfstandige naamwoorden, substantieven; substantifs / schrijf- en spreektaal [3]; langue écrite et parlée / woordenschat / néerlandais; Nederlands

    • Usage lexical en Flandre (Belgique) et aux Pays-Bas / Lexicaal gebruik in Vlaanderen (België) en Nederland

    • Question linguistique : emploi de certaines prépositions ainsi que de certains adjectifs et substantifs dans la langue écrite (langue formelle) et la langue parlée (langue informelle) / Taalvraag : gebruik van bepaalde voorzetsels (preposities), bijvoeglijke naamwoorden (adjectieven) en zelfstandige naamwoorden (substantieven) in de schrijf- en spreektaal (formele en informele taal)

    • Vocabulaire néerlandais-français / Woordenschat Nederlands-Frans

    ---------------

    vocabulaire,woordenschat,voorzetsels (preposities),prépositions,bijvoeglijk naamwoord,adjectief,adjectif qualificatif,zelfstandige naamwoorden,substantifs

     Kwakelbrug, Edam

     vocabulaire,woordenschat,delen van de dag,parties du jour,middag,midi,après-midi,namiddag,voormiddag,matin,morgen,ochtend,avond

     https://www.flickr.com/photos/nikmorris/14715057012/sizes/c/

    ---------------

     

    SCHRIJFTAAL (of FORMELE TAAL) en SPREEKTAAL (of INFORMELE TAAL) in Vlaanderen (België) en Nederland

    LANGUE ECRITE (ou LANGUE FORMELLE) et LANGUE PARLEE (ou LANGUE INFORMELLE) en Flandre (Belgique) et aux Pays-Bas

    De meeste woorden uit de spreektaal kunnen bijna altijd worden geschreven. Woorden uit de schrijftaal worden relatief weinig in de spreektaal gebruikt. Als een woord (of een vorm) zich in de kolom 'SCHRIJFTAAL' bevindt, betekent dat toch niet dat het volledig uitgesloten wordt van de spreektaal, maar gewoon dat het naargelang de gewoontes van de taalgebruikers minder vaak gehanteerd wordt in de alledaagse taal dan het overeenkomende woord in de kolom 'SPREEKTAAL'.

    La plupart des mots de la langue parlée peuvent presque toujours s'écrire. Les mots de la langue écrite s'emploient relativement peu dans la langue parlée. La présence d'un mot (ou d'une forme) dans la colonne 'SCHRIJFTAAL' ne signifie cependant pas qu'il soit complètement exclu de la langue parlée, mais simplement que son emploi est, selon les habitudes des locuteurs, moins fréquent dans la langue usuelle que son correspondant de la colonne 'SPREEKTAAL'.

    ---------------

    SCHRIJFTAAL (FORMELE TAAL) ⇒  SPREEKTAAL (INFORMELE TAAL) ⇒ VERTALING in het Frans

    VOORZETSELS (PREPOSITIES)

    1. gedurende (2), tijdens  in  pendant, durant

    2. te + infinitief  om te + infinitief  à/de + infinitif

    3. te + uur (1)  om + uur  à + heure

    4. te + naam van een stad  in + naam van een stad  à + nom d'une ville

    5. ter wereld  in/over/van de wereld  au/du monde

    6. dienen tot  dienen voor  servir à

    7. spreken tot  spreken/praten tegen  parler à

    BIJVOEGLIJKE NAAMWOORDEN (ADJECTIEVEN)

    8. aangenaam  prettig, leuk, plezierig, gezellig  agréable, chouette, sympa

    9. bedaard  kalm, rustig, stil  calme, tranquille

    10. gebroken  kapot, stuk  cassé

    11. geheel (1)  heel  entier, tout

    12. gemakkelijk  (ge)makkelijk  facile

    13. ledig (1)  leeg  vide

    14. moedig, dapper  flink  courageux

    15. schoon (1)(3)  mooi  beau

    16. snel, vlug  gauw, rap, vlug  rapide

    17. vuil  vies, vuil  sale

    ZELFSTANDIGE NAAMWOORDEN (SUBSTANTIEVEN)

    18. het dagblad (2)  de krant  le journal, le quotidien

    19. de heer  de meneer  le monsieur, l'homme

    20. de herfst  het najaar  l'automne

    21. het leder (1)  het leer  le cuir

    22. de lente (2)  het voorjaar  le printemps

    23. het medelijden (2)  het meelij  la pitié

    24. het rijwiel (1)  de fiets  la bicyclette, le vélo

    25. de slag  de klap  le coup

    26. het venster  het raam  la fenêtre

    27. het vermaak, de vreugde  de pret, het plezier  le plaisir, l'amusement, la joie

    28. de weide  de wei  le pré, la prairie

    29. de wielrijder (1)  de fietser  le cycliste

    30. de wijze  de manier  la manière, la façon

     

    (1) Niet gebruikelijk in de spreektaal in Nederland.

    (2) Weinig gebruikelijk in de spreektaal in Nederland, behalve in bepaalde gevallen.

    (3) In Nederland betekent schoon : netjes, proper.

    ---------------

    vocabulaire,woordenschat,delen van de dag,parties du jour,middag,midi,après-midi,namiddag,voormiddag,matin,morgen,ochtend,avondDocument 'Schrijftaal & Spreektaal 3' sur :

    vocabulaire,woordenschat,delen van de dag,parties du jour,middag,midi,après-midi,namiddag,voormiddag,matin,morgen,ochtend,avond

     https://fr.pinterest.com/pin/319051954842380793/

     

    vocabulaire,woordenschat,delen van de dag,parties du jour,middag,midi,après-midi,namiddag,voormiddag,matin,morgen,ochtend,avondvocabulaire,woordenschat,delen van de dag,parties du jour,middag,midi,après-midi,namiddag,voormiddag,matin,morgen,ochtend,avond

    Document 'Schrijftaal & Spreektaal 3' à consulter dans la collection Google+ Woordenschat & oefeningen

     

     

  • Exercice : accord de l'adjectif qualificatif épithète (4) en néerlandais [cas particuliers] - grammaire néerlandaise

    • Exercices grammaticaux (en néerlandais) / Grammaticale oefeningen (in het Nederlands)
    • Grammaire néerlandaise / Nederlandse grammatica, Nederlandse spraakkunst
    • Accord de l'adjectif qualificatif épithète : cas particuliers / Verbuiging van het bijvoeglijk naamwoord, flexie van het adjectief, attributief gebruik : bijzondere gevallen
    • Niveaux : 6N1, 6N2 (niveau avancé) / Niveaus : 6N1, 6N2 (gevorderd niveau)

    -----------------

    grammaire,exercices grammaticaux,adjectif qualificatif,bijvoeglijk naamwoord,adjectief

     Nederlandse ansichtkaart, Boy giving girl flowers near bridge

    grammaire,exercices grammaticaux,adjectif qualificatif,bijvoeglijk naamwoord,adjectiefhttps://www.flickr.com/photos/dutchgirl73/with/6833736037/

     

    -----------------

    Accord de l'adjectif : -e ou pas de -e ? Faites bien attention aux règles d'orthographe en néerlandais! / Verbuiging van het bijvoeglijk naamwoord : wel -e of geen -e ? Let eens goed op de spelregels in het Nederlands !

     

    01. Het Ministerie van (Buitenlands)   ................   Zaken heeft een (Belgisch)   ................   diplomaat uit Kopenhagen teruggeroepen op verdenking van spionage.

    Woordenschat : de verdenking : le soupçon

    02. De (maatschappelijk)   .................   werkster kan u hierover informatie geven.

    03. In die uitdrukkingen blijft het (bijvoeglijk)   .................   naamwoord onveranderd.

    Woordenschat : de uitdrukking : l'expression / onveranderd : inchangé, invariable

    04. Op het plein kwam ik een (oud)   ..................   vriend uit mijn schooltijd tegen.

    Woordenschat : tegenkomen (kwam ... tegen, tegengekomen) = ontmoeten

    05. Wegens de overstomingen werden er (steviger)   ..................   huizen gebouwd.

    Woordenschat : de overstoming : l'inondation / stevig : solide

    06. Wat een (belachelijk)   ..................   antwoord!

    Woordenschat : belachelijk : ridicule

    07. Zijn er echt geen (belangrijker)   ................   beslissingen te nemen?

    Woordenschat : echt : vraiment / de beslissing : la décision

    08. Het is een (fraai)   ..................   pentekening die gemaakt werd door een (jong)   .................   artiest met een (verbluffend)   ................   potentieel.

    Woordenschat : fraai = mooi / verbluffend : stupéfiant, à couper le souffle

    09. Ze verkoopt (tweedehands)   .................   kleren op de markt.

    Woordenschat : tweedehands : d'occasion, de seconde main

    10. Vervang het (zelfstandig)   ...................   naamwoord door een (persoonlijk)   ..................   voornaamwoord !

    Woordenschat : zelfstandig naamwoord = substantief / persoonlijk voornaamwoord = personaal pronomen

    11. Het (Europees)   ................   Parlement heeft zijn zetel in Straatsburg (Frankrijk).

    Woordenschat : de zetel : le siège

    12. Het was een (briljant)   .................   politicus maar vooral een (briljant)   ................   docent.

    Woordenschat : de docent : le professeur

    13. Met zijn (stil)   ................   en (bescheiden)   ................   natuur was hij een (knap)   ................   dirigent.

    Woordenschat : stil : calme / bescheiden : réservé

    14. Ik gebruik weinig (contant)   ................   geld, je kunt tegenwoordig bijna overal pinnen.

    Woordenschat : tegenwoordig : actuellement / pinnen : payer par carte bancaire

    15. De (Nederlands)   ................   minister van (Binnenlands)   ................   Zaken nam een (voorzichtiger)  .................   houding aan.

    Woordenschat : een houding aannemen : adopter une attitude

    16. Je (lekker)   ................    recept heb ik meteen gekopieerd en bewaard.

    Woordenschat : meteen : immédiatement / bewaren : conserver

    17. Onze duikclub heeft (wekelijks)   ...............   trainingsavonden op dinsdagavond in het (stedelijk)   ...............   zwembad van Oostende.

    Woordenschat : de duikclub : le club de plongée

    18. (Goed)   ...............   nieuws voor wie het leven door een (roze)   ...............   bril ziet! Een (Amerikaans)   ...............   studie toont aan dat optimisten een (gezonder)   ...............   hart hebben dan mensen die pessimistisch door het leven gaan.

    Woordenschat : aantonen : montrer, démontrer / het hart : le coeur

    19. Ze beschouwen hem als een (eerlijk)   ...............  politicus.

    Woordenschat : beschouwen als : considérer comme / eerlijk : honnête

    20. Hij was geen (groot)   ...............   staatsman, maar wel een (uitzonderlijk)   ...............   redenaar.

    Woordenschat : uitzonderlijk : exceptionnel / de redenaar : l'orateur

    21. Uw (plastisch)   ...............   chirurg zal eerst nagaan of u in (goed)   ...............   gezondheid verkeert.

    Woordenschat : nagaan = controleren verkeren in ... : être en ...., se trouver en ...

    22. De tentoonstelling werd gisteren geopend door de (algemeen)   ...............   directeur van de (Koninklijk)   ...............   Bibliotheek van België.

    Woordenschat : de tentoonstelling : l'exposition

    23. De (derdejaars)   ................   studenten hebben hun ervaringen gedeeld met de (eerstejaars)   ...............   studenten.

    Woordenschat : de ervaring : l'expérience / delen : partager

    24. De leerlingen brengen onder begeleiding van een (geweldig)   ...............   gids een bezoek aan het (Federaal)   ................   Parlement van België in Brussel.

    Woordenschat : onder begeleiding van : accompagné de / geweldig : formidable / de gids : le guide

    25. In het hartje van de (historisch)   ...............   kaasstad Alkmaar is het (Hollands)   ...............  Kaasmuseum te vinden.

    Woordenschat : in het hartje van : au cœur de

     

    grammaire,exercices grammaticaux,adjectif qualificatif,bijvoeglijk naamwoord,adjectief

    Solutions / Oplossingen

    01. het Ministerie van Buitenlandse Zaken / een Belgisch(e) diplomaat

    02. De maatschappelijk werkster

    03. het bijvoeglijk naamwoord

    04. een oud vriend

    05. steviger huizen

    06. een belachelijk antwoord

    07. geen belangrijker beslissingen

    08. een fraaie pentekening / een jong artiest [sens abstrait : qui débute]; een jonge artiest [sens concret : peu âgé] / een verbluffend potentieel

    09. tweedehands kleren

    10. het zelfstandig naamwoord / een persoonlijk voornaamwoord

    11. het Europees Parlement

    12. een briljant(e) politicus / een briljant(e) docent

    13. zijn stille en bescheiden natuur / een knap dirigent

    14. weinig contant geld

    15. de Nederlandse minister van Binnenlandse Zaken / een voorzichtiger houding

    16. je lekkere recept

    17. wekelijkse trainingsavonden / het stedelijk zwembad

    18. goed nieuws / een roze bril / een gezonder hart

    19. een eerlijk(e) politicus

    20. geen groot staatsman / een uitzonderlijk(e) redenaar

    21. uw plastisch chirurg / in goede gezondheid

    22. de algemeen directeur / de Koninklijke Bibliotheek

    23. de derdejaars studenten / de eerstejaars studenten

    24. een geweldig(e) gids / het Federaal Parlement

    25. de historische kaasstad / het Hollands Kaasmuseum