docnederlands - Page 8

  • Vocabulaire : de delen van de dag (1); les parties du jour / woordenschat / néerlandais standard; Standaardnederlands / néerlandais des Pays-Bas; Nederlands van Nederland

    • Difficultés de traduction néerlandais-français : middag, voormiddag, namiddag / Vertaalmoeilijkheden Nederlands-Frans : middag, voormiddag, namiddag

    • Thème : les parties du jour / Thema : de delen van de dag, de dagindeling

    • Question linguistique : usage linguistique aux Pays-Bas et en Flandre / Taalvraag : taalgebruik in Nederland en in Vlaanderen

    --------------- 

    vocabulaire,woordenschat,delen van de dag,parties du jour,middag,midi,après-midi,namiddag,voormiddag,matin

    Le Pont St Boniface à Bruges, huile 1950, signée A. MUZETTE

    vocabulaire,woordenschat,delen van de dag,parties du jour,middag,midi,après-midi,namiddag,voormiddag,matin

    http://www.befr.ebay.be/itm/Superbe-huile-1950-signee-A-MUZETTE-le-pont-St-Boniface-a-Bruges-/131309927539?hash=item1e92ae7c73

    ---------------

    De delen van de dag / Les parties du jour (1)

    Standaardtaal in Nederland / Langue standard aux Pays-Bas

     

    MORGEN (OCHTEND), MIDDAG, AVOND

    De morgen = de ochtend [= vanaf het wakker worden tot 12 uur].
    Le matin, la matinée, l'avant-midi (Belgique, Canada)[à partir du lever jusqu' à 12 heures].

    vocabulaire,woordenschat,delen van de dag,parties du jour,middag,midi,après-midi,namiddag,voormiddag,matin

    De middag [= vanaf 12 uur tot 18 uur].
    L'après-midi [à partir de 12 heures jusqu'à 18 heures].

    vocabulaire,woordenschat,delen van de dag,parties du jour,middag,midi,après-midi,namiddag,voormiddag,matin

    De avond [= vanaf 18 uur tot het naar bed gaan].
    Le soir, la soirée [à partir de 18 heures jusqu'au coucher].

    vocabulaire,woordenschat,delen van de dag,parties du jour,middag,midi,après-midi,namiddag,voormiddag,matin

     

    VOORMIDDAG, NAMIDDAG

    De voormiddag (met de klemtoon op de eerste lettergreep / l'accent tonique tombe sur la première syllabe)
    [= vroeg in de middag, aan het begin van de middag = ongeveer 12-14 uur ]
    [Le début de l'après-midi, le début d'après-midi, entre 12 et 14 heures environ]

    vocabulaire,woordenschat,delen van de dag,parties du jour,middag,midi,après-midi,namiddag,voormiddag,matin

    Bv.: In de voormiddag, kort na de lunch.

     

    De namiddag (met de klemtoon op de eerste lettergreep / l'accent tonique tombe sur la première syllabe)
    [= laat in de middag, aan het eind van de middag = ongeveer 16-18 uur]
    [La fin de l'après-midi, la fin d'après-midi, entre 16 et 18 heures environ]

    vocabulaire,woordenschat,delen van de dag,parties du jour,middag,midi,après-midi,namiddag,voormiddag,matin

    Voormiddag in de betekenis van 'vroeg in de middag, aan het begin van de middag, ongeveer 12-14 uur' wordt minder gebruikt dan namiddag.
    Voormiddag dans le sens de 'tôt dans l' après-midi, début de l'après-midi, entre 12 et 14 heures environ' est moins courant que namiddag.

    Uitdrukkingen :

    Goedemiddag! = goeiemiddag! Bon(ne) après-midi!
    Een goede middag! = een goeie middag! Bon(ne) après-midi!
    (Nog) een goede middag verder! =(Nog) een goeie middag verder! Bon(ne) après-midi!

    In de middag = tijdens de middag = in de middaguren = 's middags

    Dans l'après-midi, durant l'après-midi, l'après-midi
    In de loop van de middag  Au cours de l'après-midi, dans l'après-midi
    Vroeg in de middag = in de voormiddag En début d'après-midi, au début de l'après-midi
    Laat in de middag = in de namiddag En fin d'après-midi, à la fin de l'après-midi 
    Om 5 uur 's middags  A 5 heures de l'après-midi 
    Vanmiddag = deze middag Cet(te) après-midi

     

    MIDDAG

    De 'middag'  betekent ook in Nederland : het midden van de dag, het middaguur, 12 uur, de noen.

    Uitdrukkingen :

    • Tussen de middag (periode rond twaalf uur) = in de middagpauze = tijdens de middagpauze = tijdens de lunchpauze [A midi, vers midi, à l'heure du déjeuner, au moment du repas].

    vocabulaire,woordenschat,delen van de dag,parties du jour,middag,midi,après-midi,namiddag,voormiddag,matin

    • Tegen de middag = even voor twaalf uur, tegen twaalven, tegen twaalf uur [un peu avant midi, vers midi]

    • Rond de middag = rond twaalf uur [vers midi, à midi environ, aux environs de midi, vers 12 heures]

    Het woord 'middag' kun je vaak combineren met het woord 'uur' :

    • Rond het middaguur [Vers midi, aux environs de midi]

    • Op het middaguur [A midi, à 12 heures]

    • Tijdens het middaguur [A l'heure du déjeuner, au moment du repas de midi, sur l'heure de midi]

    • Kort na het middaguur [juste après l'heure du déjeuner, juste après le repas de midi, au début de l'après-midi, en début d'après-midi]

    Pas op!

    In contact tussen Nederlanders en Vlamingen is het beter zo expliciet mogelijk te zijn en een tijdsaanduiding te geven. Zo kun je misverstanden voorkomen!

    In de namiddag, om een uur of drie. [Dans l'après-midi, vers 15 heures]
    Deze namiddag, kort voor 15 uur. [Cette après-midi, un peu avant 15 heures]
    In de voormiddag, omstreeks 11 uur. [En fin de matinée, aux environs de 11 heures]
    Deze voormiddag, kort na 11u30. [A la fin de cette matinée, juste après 11h30]
    In de namiddag, rond half zes. [En fin d'après-midi, aux environs de 17 h30]
    Deze voormiddag, om ongeveer half twee. [Au début de cette après- midi, vers 13h30]
    In de voormiddag, om één uur. [En début d'après-midi, à 13h]

    Na de middag, dus na de lunch. [Après 12h, donc après le déjeuner]

    ---------------

    vocabulaire,woordenschat,delen van de dag,parties du jour,middag,midi,après-midi,namiddag,voormiddag,matin

    Document 'De delen van de dag - standaardtaal in Nederland' en format PDF : De delen van de dag - standaardtaal in Nederland - TRADUCTION en français.pdf

    ---------------

    BRONNEN / SOURCES

    Taaltelefoon :

    http://www.taaltelefoon.be/voormiddag-namiddag-middag

    http://www.taaltelefoon.be/morgen-ochtend

    Taaladvies :

    http://taaladvies.net/taal/advies/vraag/878/voormiddag_namiddag/

    Vrt Taalnet :

    http://www.vrt.be/taal/voormiddag

    Wikipedia :

    https://nl.wikipedia.org/wiki/Middag_(tijd)

    Het Vlaams Woordenboek :

    http://www.vlaamswoordenboek.be/definities/toon/2399

    ~

    Prof. Dr. P. C. Paardekooper, ABN-Gids in nieuwe spelling, Standaard Uitgeverij n.v., Antwerpen

    Van Dale, Groot Woordenboek Nederlands-Frans, Van Dale Lexicografie, Utrcht/Antwerpen

    Van Dale, Groot Woordenboek der Nederlandse Taal, Martinus Nijhoff, 's-Gravenhage

  • Hoe druk je de toekomst uit?; comment exprime-t-on le futur? / onvoltooid tegenwoordig toekomende tijd (o.t.t.t.), futurum; futur simple / grammatica, spraakkunst; grammaire / Nederlands; néerlandais

    • Le futur simple / de onvoltooid tegenwoordig toekomende tijd (o.t.t.t.), het futurum, de toekomende tijd, de toekomst

    • Variantes non officielles : ottt, O.T.T.T., OTTT, O.Tk.T., OTkT / Niet-officiële varianten : ottt, O.T.T.T., OTTT, O.Tk.T., OTkT 

    • Emploi de 'zullen + infinitif' / Gebruik van 'zullen + infinitief'.

    • Indicatif présent / De onvoltooid tegenwoordige tijd (o.t.t.), de presens

    • grammaire néerlandaise / Nederlandse spraakkunst, Nederlandse grammatica

    ---------------

    grammaire (théorie),spraakkunst (theorie),futur simple,futurum,o.t.t.t. (onvoltooid tegenwoordig toekomende tijd)

    Stormvloedkering Oosterschelde

    grammaire (théorie),spraakkunst (theorie),futur simple,futurum,o.t.t.t. (onvoltooid tegenwoordig toekomende tijd) https://commons.wikimedia.org/wiki/Category:Oosterscheldekering

    ---------------

    Hoe druk je de toekomst uit?

    1. Onvotooid tegenwoordige tijd (o.t.t.)/presens voor iets dat in de toekomst zal gebeuren :

    Ik kom bij je als je in bed ligt.
    Ik word volgende maand 22 jaar.
    Morgen vertrekt hij naar Engeland.
    Misschien krijg ik dan wel geld om te shoppen.
    De trein vertrekt over tien minuten.

    De constructie zullen + infinitief kan meestal worden vervangen door een onvoltooid tegenwoordige tijd (o.t.t.) (presens).

    Hij belt me morgen op. [= Hij zal me morgen opbellen].
    Ze komt vast (wel) te laat.
    [= Ze zal vast (wel) te laat komen.]

     

    2. Zullen + infinitief

    a) iets dat in de toekomst zal gebeuren :
    (zullen + infinitief wordt in dit geval weinig gebruikt → liever een o.t.t. of presens gebruiken!)

    Volgende week zullen wij u daarover informeren.
    → Volgende week informeren wij u daarover.
    Eind april zal het café opnieuw open zijn.
    → Eind april is het café opnieuw open.

    b) nabije toekomst :

    Ik zal ook mijn haar kammen.
    Zal je nu eens luisteren?
    Ik zal je nu eens wat vertellen!
    Vandaag zullen we het hebben over criminaliteit.

    c) in specifieke contexten :

    ► suggestie, voorstel, plan, verzoek :

    Zal ik het raam dichtdoen?
    [Wil je dat ik het raam dichtdoe?]
    Zullen we naar het strand gaan?
    [Willen jullie dat we naar het strand gaan?]
    Zal ik de tafel dekken?
    [Wil je dat ik de tafel dek?]

    ► belofte :

    Ik zal mijn kamer opruimen.
    Ik zal het nooit meer doen!
    Ik zal hem altijd trouw blijven.

    ► verontrusting, bezorgdheid :
    (zullen + infinitief, vaak met 'maar, toch, toch maar')

    Ze zal toch niet ziek zijn!
    Het zal je toch maar overkomen!
    Je zult maar je baan verliezen!

    ► verplichting, verbod

    Jij zal je huiswerk maken!
    Je zult dat doen, of je nou zin hebt of niet !
    Je zal toch niet bij die hond gaan zitten!

    ► naar wensen (van klanten, van iemand) informeren :

    Wat zal het zijn, meneer?
    [= Waarmee kan ik u helpen, meneer?]
    Zal het passen bij uw budget?
    Welke oplossing zal je het beste helpen?

    ► gebod

    Je zult niet stelen.

    ► zekerheid (dat iets zal gebeuren) :

    Je zal dat geld nog nodig hebben.
    Dat zal heel moeilijk zijn!

    ► waarschijnlijkheid (iets dat bijna zeker zal gebeuren) :
    (zullen + wel/vast/vast wel/waarschijnlijk + infinitief)

    Het zal wel waar zijn!
    Maar hij zal wel een reden hebben!
    Hij zal vast een plan hebben.
    Ze zal vast wel langskomen.
    Ze zullen waarschijnlijk de eersten zijn.

    ► voorwaardelijke zin :

    Als het regent, zullen we onze plannen moeten veranderen.

     

    3. Gaan + infinitief

    a) iets dat in de toekomst zal gebeuren :

    Ga je weer in een restaurant werken?
    [= zal je weer in een restaurant werken?]
    Zondag ga ik een taart bakken.
    Het gaat morgen sneeuwen.
    Wij gaan volgend jaar een nieuwe auto kopen.

    b) begin van een actie :

    Nu gaan jullie echt slapen!
    Hij gaat meteen de afwas doen.

    Pas op! : het werkwoord (het verbum) 'gaan' kan ook een verplaatsing aanduiden :

    Het is mooi weer, dus we gaan in het park eten.
    We gaan langs de rivier wandelen.
    Na de lunch gaan jullie omkleden in sportkleding in jullie eigen kamer.

    ---------------

    Comment exprimer le futur?

    1. Indicatif présent pour un événement qui se déroulera dans le futur.

    Ik kom bij je als je in bed ligt.
    Ik word volgende maand 22 jaar.
    Morgen vertrekt hij naar Engeland.
    Misschien krijg ik dan wel geld om te shoppen.
    De trein vertrekt over tien minuten.

    La construction zullen + infinitif peut être remplacée la plupart du temps par un présent.

    Hij belt me morgen op. [= Hij zal me morgen opbellen].
    Ze komt vast (wel) te laat.
    [= Ze zal vast (wel) te laat komen.]

     

    2. Zullen + infinitif

    a) un événement qui se produira dans le futur :
    (Dans ce cas, zullen + infinitif n'est pas utilsée fréquemment → utiliser de préférence un présent!)

    Volgende week zullen wij u daarover informeren.
    → Volgende week informeren wij u daarover.
    Eind april zal het café opnieuw open zijn.
    → Eind april is het café opnieuw open.

    b) futur proche

    Ik zal ook mijn haar kammen.
    Zal je nu eens luisteren?
    Ik zal je nu eens wat vertellen!
    Vandaag zullen we het hebben over criminaliteit.

    c) in specifieke contexten :

    ► suggestion, proposition, projet, requête :

    Zal ik het raam dichtdoen?
    [Wil je dat ik het raam dichtdoe?]
    Zullen we naar het strand gaan?
    [Willen jullie dat we naar het strand gaan?]
    Zal ik de tafel dekken?
    [Wil je dat ik de tafel dek?]

    ► promesse:

    Ik zal mijn kamer opruimen.
    Ik zal het nooit meer doen!
    Ik zal hem altijd trouw blijven.

    ► inquiétude, préoccupation :
    ('zullen + infinitief', souvent avec 'maar, toch, toch maar')

    Ze zal toch niet ziek zijn!
    Het zal je toch maar overkomen!
    Je zult maar je baan verliezen!

    ► obligation, interdiction :

    Jij zal je huiswerk maken!
    Je zult dat doen, of je nou zin hebt of niet !
    Je zal toch niet bij die hond gaan zitten!

    ► s'enquérir des souhaits (de clients, de quelqu'un) :

    Wat zal het zijn, meneer?
    [= Waarmee kan ik u helpen, meneer?]
    Zal het passen bij uw budget?
    Welke oplossing zal je het beste helpen?

    ► injonction :

    Je zult niet stelen.

    ► certitude (que quelque chose va se produire) :

    Je zal dat geld nog nodig hebben.
    Dat zal heel moeilijk zijn!

    ► probabilité (événement dont on est sûr qu'il va pratiquement se produire) waar :
    (zullen + wel/vast/vast wel/waarschijnlijk + infinitief)

    Het zal wel waar zijn!
    Maar hij zal wel een reden hebben!
    Hij zal vast een plan hebben.
    Ze zal vast wel langskomen.
    Ze zullen waarschijnlijk de eersten zijn.

    ► proposition conditionnelle :

    Als het regent, zullen we onze plannen moeten veranderen.

     

    3. Gaan + infinitief

    a) un événement qui va se produire dans le futur :

    Ga je weer in een restaurant werken?
    [= zal je weer in een restaurant werken?]
    Zondag ga ik een taart bakken.
    Het gaat morgen sneeuwen.
    Wij gaan volgend jaar een nieuwe auto kopen.

    b) début d'une action begin :

    Nu gaan jullie echt slapen!
    Hij gaat meteen de afwas doen.

    Attention! : le verbe 'gaan' peut également indiquer un déplacement :

    Het is mooi weer, dus we gaan in het park eten.
    We gaan langs de rivier wandelen.
    Na de lunch gaan jullie omkleden in sportkleding in jullie eigen kamer.

    ---------------

    exercices grammaticaux,grammatica-oefeningen,futur simple,onvoltooid tegenwoordig toekomende tijd,o.t.t.t.,futurumDocument 'Hoe druk je de toekomst uit?' en format JPEG sur

    exercices grammaticaux,grammatica-oefeningen,futur simple,onvoltooid tegenwoordig toekomende tijd,o.t.t.t.,futurumHoe druk je de toekomst uit (A)

     

    exercices grammaticaux,grammatica-oefeningen,futur simple,onvoltooid tegenwoordig toekomende tijd,o.t.t.t.,futurumexercices grammaticaux,grammatica-oefeningen,futur simple,onvoltooid tegenwoordig toekomende tijd,o.t.t.t.,futurum

    Document 'Hoe druk je de toekomst uit' à consulter dans la collection Google+ : Grammatica & oefeningen Nederlands : Hoe druk je de toekomst uit? (A)

     

     

    grammaire (théorie),spraakkunst (theorie),futur simple,futurum,o.t.t.t. (onvoltooid tegenwoordig toekomende tijd)

    Document 'Hoe druk je de toekomst uit' en format PDF :

    Hoe druk je de toekomst uit.pdf

     

    ---------------

    BRONNEN / SOURCES

    Grammatica : werkwoordstijden – toekomende tijd – uitleg, Taalgroepnl.nl :

    http://taalgroepnl.nl/wp-content/uploads/2015/09/werkwoorden-toekomende-tijd-uitleg.pdf

    E. Ruelens, Onvoltooid toekomende tijd :

    http://oefeningbaartkunst.weebly.com/uploads/1/5/4/0/15402300/onvoltooid_toekomende_tijd.pdf

    UCL, Gramlink, Nederlands, Basismorfologie, Onvoltooid Toekomende Tijd, Futurum :

    http://sites.uclouvain.be/gramlink/Gramlink-NL/morfologie/pdf/m_nl_01_ww_01_03_otkt.pdf

    Video, dedigitaledocent, zullen of zouden? :

    https://www.youtube.com/watch?v=2IFojmOxGpY

    Multigram, Futur simple (forme, emploi) :

    http://multigram.ulb.ac.be/nld/Futur_simple_(forme,_emploi)

    ◊◊◊◊◊◊ 

    J. Van Mulders, W. Chrispeels, Grammaire néerlandaise, Didier, Bruxelles

    R. Henrard, Grammaire du néerlandais, De Sikkel, Anvers

    Ghislain Vandevyvere, Guide de grammaire néerlandaise, A. De Boeck, Bruxelles

    A.M. Fontein, A. Pescher – ter Meer, Nederlandse Grammatica voor Anderstaligen, Nederlands Centrum Buitenlanders, Utrecht

    Van Dale, Robertha Huitema, Grammatica Nederlands (NT2), Glashelder overzicht op elk taalniveau, Utrecht

    Carola Henne, Joseph Vromans, Henny-Annie Bijleveld, Didier Hatier, Bruxelles

    N. Léonard Tournay, E. Léonard, Le néerlandais fondamental, deuxième livre, Didier

    P. Verbanck, Beknopte Nederlandse Grammatica, De Nederlandsche Boekhandel, Antwerpen

    J. Van Craen, Beter Nederlands, De Sikkel, Kapellen