docnederlands - Page 3

  • Sterke of onregelmatige werkwoorden (1); verbes forts ou irréguliers / alfabetische lijst; liste alphabétique / grammatica, spraakkunst; grammaire / Nederlands; néerlandais

    • Verbes forts ou irréguliers / sterke werkwoorden of onregelmatige werkwoorden (irreguliere verba)

    • Présentation : infinitif; prétérit, imparfait; participe passé / Presentatie : infinitief; o.v.t., onvoltooid verleden tijd, imperfectum, preteritum; voltooid deelwoord, verleden deelwoord, participium (perfecti), participium (perfectum), participium van het perfectum

    • Formes verbales au singulier et au pluriel / Werkwoordsvormen in het enkelvoud (de singularis) en in het meervoud (de pluralis)

    ---------------

    grammaire (théorie),spraakkunst (theorie),verbes forts ou irréguliers,sterke of onregelmatige werkwoorden,infinitif,infinitief,imparfait,prétérit,o.v.t. (onvoltooid verleden tijd),imperfectum,preteritum,voltooid deelwoord,verleden deelwoord,participium (perfecti)

     Een Amsterdamse straatje met de Westerkerk, olieverf op doek, Elena Polyakova 

     vocabulaire,woordenschat,delen van de dag,parties du jour,middag,midi,après-midi,namiddag,voormiddag,matin,morgen,ochtend,avond

     https://fr.pinterest.com/pin/319051954831304792/

    ---------------

    VERBES IRREGULIERS OU FORTS (1)

    grammaire (théorie),spraakkunst (theorie),verbes forts ou irréguliers,sterke of onregelmatige werkwoorden,infinitif,infinitief,imparfait,prétérit,o.v.t. (onvoltooid verleden tijd),imperfectum,preteritum,voltooid deelwoord,verleden deelwoord,participium (perfecti)

    E. Doyen, licencié en philologie germanique

    ---------------

    Vertaling van de werkwoorden in het Frans / Traduction des verbes en français

    bakken : cuire

    bannen : bannir

    barsten : éclater

    bederven : gâter [un enfant]; gâcher, abîmer

    bedriegen : tromper

    beginnen: commencer

    bergen : ranger, mettre de côté

    bevelen : ordonner

    bezwijken : succomber

    bidden : prier

    bieden : offrir

    bijten : mordre

    binden : lier

    blazen : souffler

    blijken : s'avérer (être ...), apparaître

    blijven : rester

    blinken : briller

    braden : (faire) rôtir, (faire) griller, (faire) frire

    breken : casser, briser

    brengen : apporter

    brouwen : brasser (bière)

    buigen : couber

    delven : creuser

    denken : penser

    dingen : rivaliser

    doen : faire

    dragen : porter

    drijven : flotter; pousser

    dringen : se frayer un passage, pénétrer

    drinken : boire

    druipen : ruisseler, (dé)goutter

    duiken : plonger

    dwingen : forcer

    eten : manger

    fluiten : siffler

    gaan : aller

    gelden : valoir, être en vigueur, s'appliquer (à)

    genezen : guérir

    genieten : jouir

    geven : donner

    gieten : verser; arroser

    glijden : glisser

    glimmen : (re)luire, briller

    graven : creuser

    grijpen : saisir, attraper

    hangen : pendre; être suspendu

    hebben : avoir

    heffen : (sou)lever

    helpen : aider

    heten : s'appeler

    hijsen : hisser

    houden : tenir

    ---------------

    vocabulaire,woordenschat,delen van de dag,parties du jour,middag,midi,après-midi,namiddag,voormiddag,matin,morgen,ochtend,avondDocument 'Onregelmatige of sterke werkwoorden 1' sur :

    vocabulaire,woordenschat,delen van de dag,parties du jour,middag,midi,après-midi,namiddag,voormiddag,matin,morgen,ochtend,avond

     https://fr.pinterest.com/pin/319051954842581027/

     

    vocabulaire,woordenschat,delen van de dag,parties du jour,middag,midi,après-midi,namiddag,voormiddag,matin,morgen,ochtend,avondvocabulaire,woordenschat,delen van de dag,parties du jour,middag,midi,après-midi,namiddag,voormiddag,matin,morgen,ochtend,avond

    Document 'Onregelmatige of sterke werkwoorden 1' à consulter dans la collection Google+ Grammatica & oefeningen : 

      

  • Grammaticale vormen en bijzondere woorden; formes grammaticales et mots particuliers / schrijf- en spreektaal [4]; langue écrite et parlée / Nederlandse woordenschat; vocabulaire néerlandais

    • Usage lexical en Flandre (Belgique) et aux Pays-Bas / Lexicaal gebruik in Vlaanderen (België) en Nederland

    • Question linguistique : formes grammaticales et mots particuliers / Taalvraag : grammaticale vormen en bijzondere woorden.

    • Langue écrite (langue formelle) et langue parlée (langue informelle)/ Schrijftaal (formele taal) en spreektaal (informele taal)

    • Vocabulaire néerlandais-français / Woordenschat Nederlands-Frans

    ---------------

    vocabulaire,woordenschat,mots particuliers,bijzondere woorden

    Kwakelbrug (Edam)

     vocabulaire,woordenschat,delen van de dag,parties du jour,middag,midi,après-midi,namiddag,voormiddag,matin,morgen,ochtend,avond

    https://commons.wikimedia.org/wiki/File:Kwakelbrug,_overzicht_-_Edam_-_20066216_-_RCE.jpg

    ---------------

    SCHRIJFTAAL (of FORMELE TAAL) en SPREEKTAAL (of INFORMELE TAAL) in Vlaanderen (België) en Nederland

    LANGUE ECRITE (ou FORMELLE) et LANGUE PARLEE (ou INFORMELLE) en Flandre (Belgique) et aux Pays-Bas

    De meeste woorden uit de spreektaal kunnen bijna altijd worden geschreven. Woorden uit de schrijftaal worden relatief weinig in de spreektaal gebruikt. Als een woord (of een vorm) zich in de kolom 'SCHRIJFTAAL' bevindt, betekent dat toch niet dat het volledig uitgesloten wordt van de spreektaal, maar gewoon dat het naargelang de gewoontes van de taalgebruikers minder vaak gehanteerd wordt in de alledaagse taal dan het overeenkomende woord in de kolom 'SPREEKTAAL'.

    La plupart des mots de la langue parlée peuvent presque toujours s'écrire. Les mots de la langue écrite s'emploient relativement peu dans la langue parlée. La présence d'un mot (ou d'une forme) dans la colonne 'SCHRIJFTAAL' ne signifie cependant pas qu'il soit complètement exclu de la langue parlée, mais simplement que son emploi est, selon les habitudes des locuteurs, moins fréquent dans la langue usuelle que son correspondant de la colonne 'SPREEKTAAL'.

    ---------------

    SCHRIJFTAAL (FORMELE TAAL)  ⇒  SPREEKTAAL (INFORMELE TAAL) ⇒ VERTALING in het Frans

    GRAMMATICALE VORMEN en BIJZONDERE WOORDEN

    1. alle (n) ⇒ allemaal ⇒ tous

    2. alles wat  wat ... allemaal, wat ... zoal  tout ce qui, tout ce que

    3. beide(n)  allebei ⇒ tous (les) deux

    4. der [genitief](bv.: het woordenboek der Nederlandse taal) van de (bv.: het woordenboek van de Nederlandse taal) du, de la, des (par ex. : le dictionnaire de la langue néerlandaise)

    5. Jans boek [genitief, bezits-s]  Jan z'n boek, het boek van Jan  le livre de Jan

    6. Anna's auto [genitief, bezits-s]  Anna d'r auto, de auto van Anna ⇒ l'auto d'Anne

    7. elkaar  mekaar, elkaar  l'un(e) l'autre, mutuellement

    8. men (2) zegt ... je zegt ..., we zeggen ..., ze zeggen ..., de mensen zeggen ..., iemand zegt ..., (of een passieve vorm) er wordt gezegd ...)  on dit ...

    9. dergelijk(e) (2) zo'n, zulk(e)  un(e)tel(le)

    10. een weinig (2) suiker  een beetje suiker, wat suiker  un peu de sucre

    11. enige, enkele  een paar, enkele  quelques

    12. iets  wat  quelque chose

    13. niets  niks  rien

    14. Ik heb aan iets gedacht; ze heeft op iets gewacht Ik heb ergens aan gedacht; ze heeft ergens op gewacht J'ai pensé à quelque chose

    15. Ik heb aan niets gedacht  Ik heb nergens aan gedacht  Je n'ai pensé à rien.

    16. de/het mijne; de/het jouwe, ...  die/dat van mij; die/dat van jou, ...  le mien, la mienne; le tien, la tienne, ...

    17. zulk een (1) zo'n  un tel ..., un si ...

    18. alsof  net of  comme si

    19. daar (2), doordat omdat  parce que, comme

    20. doch (1), echter (1)  maar  mais, cependant

    21. hoewel, ofschoon  al + inversie [bv.: Al was het slecht weer, toch gingen we wandelen / Al was het slecht weer, we gingen toch wandelen]  bien que, quoique

    22. indien (1), wanneer (1)  als, inversie + dan ... [bv.: Komt u te laat, (dan) maken we een nieuwe afspraak ] ⇒ si 

    23. na ... te + infinitief  nadat + bijzin  après + infinitif passé, après que + subordonnée

    24. alvorens ... te + infinitief  voordat + bijzin  avant de + infinitif, avant que + subordonnée

    25. (noch) ... noch ...  zomin ... als ...; geen ... en/of ...; geen ... en geen ...; niet ... en niet ...  ni ... ni ...

    26. zodra  zo gauw  dès que

    27. de bladeren  de blaren  les feuilles (d'arbre, de plante, ..)

    28. zakenlieden  zakenlui, zakenmannen, zakenmensen ⇒ des hommes d'affaires

    29. een goed leraar  een goeie leraar  un bon professeur

    30. ik houd (1) ik hou  je tiens

    31. ik wilde, we wilden, ...  ik wou, we wouden/wou(w)en, ...  je voulais, nous voulions, ...

    ~

    (1) Niet gebruikelijk in de spreektaal in Nederland.

    (2) Weinig gebruikelijk in de spreektaal in Nederland, behalve voor bepaalde gevallen.

    ---------------

    vocabulaire,woordenschat,delen van de dag,parties du jour,middag,midi,après-midi,namiddag,voormiddag,matin,morgen,ochtend,avondDocument 'Schrijftaal & Spreektaal 4' sur :

    vocabulaire,woordenschat,delen van de dag,parties du jour,middag,midi,après-midi,namiddag,voormiddag,matin,morgen,ochtend,avond

     https://fr.pinterest.com/pin/319051954842543593/

     

    vocabulaire,woordenschat,delen van de dag,parties du jour,middag,midi,après-midi,namiddag,voormiddag,matin,morgen,ochtend,avondvocabulaire,woordenschat,delen van de dag,parties du jour,middag,midi,après-midi,namiddag,voormiddag,matin,morgen,ochtend,avond

    Document 'Schrijftaal & Spreektaal 4' à consulter dans la collection Google+ Woordenschat & oefeningen :