séquence pédagogique - Page 2

  • Exercice de vocabulaire : 'Winter, wintersport(vakantie)' / woordenschatoefening / néerlandais; Nederlands

    • Thème : vacances de neige, sports d'hiver / Thema : wintersport(vakantie)

    • Exercice lexical en néerlandais / Woordenschatoefening Nederlands

    • Suite du dossier 'Kerst- en nieuwjaarswensen' / Vervolg van het dossier 'Kerst- en nieuwjaarswensen'

    • Séquence pédagogique / Leerseqentie

    • Niveaux : 4N1, 5N2 / Niveaus : 4N1, 5N2

    ---------------

    exercices lexicaux,woordenschatoefeningen,séquence pédagogique,leersequentie,sports d'hiver,vacances de neige,wintersport(vakantie),noël,kerstmis

     Wintergezicht met schaatsers, 1864, Johan Barthold Jongkind 

    exercices lexicaux,woordenschatoefeningen,séquence pédagogique,leersequentie,sports d'hiver,vacances de neige,wintersport(vakantie),noël,kerstmis https://nl.wikipedia.org/wiki/Johan_Barthold_Jongkind

    ---------------

    Woordenschatoefening : wintersport(vakantie) / Exercice lexical : sports d'hiver, vacances de neige

    Bekijk de afbeelding en lees elke zin : vind de ontbrekende woorden.  / Observe l'illustration et lis chaque phrase : trouve les mots manquants.

    exercices lexicaux,woordenschatoefeningen,séquence pédagogique,leersequentie,sports d'hiver,vacances de neige,wintersport(vakantie),noël,kerstmis

    a) De  ….................. (1) is hoog.

    b) De  ….................. (2) vallen op de grond.

    c) Het/De  .................... (3) is met  .................... (4) bedekt.

    d) De  .................... (5) staat niet ver van het/de  .................... (3).

    e) De kinderen hebben een mooie  …................. (6) gemaakt.

    f) De  …................. (6) draagt een rode  ….................. (7) [= De  …................. (6) heeft een rode …................. (7) op].

    g) De  …................. (6) houdt een oude  …................. (8) in zijn linkerhand.

    h) De jongeman heeft een wollen  ….................. (9) op.

    i) Hij heeft ook een  ….................. (1o) op.

    j) Deze jongeman die aan skiën doet, is een  …................... (11).

    k) Hij houdt een  …................. (12) in elke hand.

    l) Hij draagt ook paarse  …................. (13) [= Hij heeft ook paarse  …................. (13) aan].

    m) Om over de sneeuw te kunnen glijden, heeft de jongeman zijn  ….................. (14) aangedaan/aangetrokken.

    n) Hij daalt de steile  …................. (15) af.

    o) Het jongetje draagt een wollen  …................. (9) met een  …................. (16).

    p) Hij glijdt op/met de  …................. (17) naar beneden.

    q) Hij heeft zijn groene  …................. (18) aangedaan/aangetrokken om zijn handen te beschermen tegen de kou.

     

    Woordenschat : / Vocabulaire :

    de grond : le sol / wollen : de laine, en laine / glijden (gleed, gegleden) : glisser / aandoen = aantrekken : mettre [un vêtement] / afdalen : descendre / steil : raide / beschermen tegen : protéger contre

    ---------------

    exercices lexicaux,woordenschatoefeningen,séquence pédagogique,leersequentie,sports d'hiver,vacances de neige,wintersport(vakantie),noël,kerstmisExercice lexical 'Wintersport(vakantie)' sur :

    exercices lexicaux,woordenschatoefeningen,séquence pédagogique,leersequentie,sports d'hiver,vacances de neige,wintersport(vakantie),noël,kerstmis

    https://fr.pinterest.com/pin/319051954831987210/

     

    ---------------

    exercices lexicaux,woordenschatoefeningen,séquence pédagogique,leersequentie,sports d'hiver,vacances de neige,wintersport(vakantie),noël,kerstmis

    Oplossingen / Solutions

    a) De berg (1) is hoog.

    b) De sneeuwvlokken (2) vallen op de grond.

    c) Het/De chalet (3) is met sneeuw (4) bedekt.

    d) De spar(renboom)/den(nenboom) (5) staat niet ver van het/de chalet (3).

    e) De kinderen hebben een mooie sneeuwman/sneeuwpop (6) gemaakt.

    f) De sneeuwman/sneeuwpop (6) draagt een zwarte hoed (7) [= De sneeuwman/sneeuwpop (6) heeft een zwarte hoed (7) op].

    g) De sneeuwman/sneeuwpop (6) houdt een oude bezem (8) in zijn linkerhand.

    h) De jongeman heeft een wollen muts (9) op.

    i) Hij heeft ook een skibril (10) op.

    j) Deze jongeman die aan skiën doet, is een skiër (11).

    k) Hij houdt een skistok (12) in elke hand.

    l) Hij draagt ook paarse skischoenen (13) [= Hij heeft ook paarse skischoenen (13) aan].

    m) Om over de sneeuw te kunnen glijden, heeft de jongeman zijn ski's/skilatten (14) aangedaan/aangetrokken.

    n) Hij daalt de steile helling (15) af.

    o) Het jongetje draagt een wollen muts (9) met een pompon (16).

    p) Hij glijdt op/met de slee (17) naar beneden.

    q) Hij heeft zijn groene wanten (18) aangedaan/aangetrokken om zijn handen te beschermen tegen de kou.

    ---------------

    exercices lexicaux,woordenschatoefeningen,séquence pédagogique,leersequentie,sports d'hiver,vacances de neige,wintersport(vakantie),noël,kerstmisDocument 'Wintersport(vakantie) / Sports d'hiver, vacances de neige' - PDF

    Woordenschatoefening - wintersport.pdf

     

  • Dossier 'Talen en nationaliteiten' (11) : 'De Nederlandse taal' / compréhension à la lecture; leesvaardigheid / néerlandais; Nederlands

    • Compréhension à la lecture avec questionnaire / Leesvaardigheid met vragenlijst

    • Séquence pédagogique : cours de néerlandais / leersequentie : les Nederlands

    • Dossier 'Langues et nationalités' (suite) / Dossier 'Talen en nationaliteiten' (vervolg)

    • Thématique : langues, nationalités, apprentissage des langues étrangères / Thematiek : talen, nationaliteiten, het (aan)leren van vreemde talen

    • Niveaux : 4N1, 5N2 / Niveaus : 4N1, 5N2

    ---------------

    séquence pédagogique,leersequentie,langues et nationalités,talen en nationaliteiten,compréhension à la lecture,leesvaardigheid

     Dutch winter landscape, S. Van de Water 

    séquence pédagogique,leersequentie,langues et nationalités,talen en nationaliteiten,compréhension à la lecture,leesvaardigheid https://fr.pinterest.com/pin/319051954831711831/

     ---------------

    leersequentie,séquence pédagogique,talen en nationaliteiten,langues et nationalités,luistervaardigheid,compréhension à l'audition

    Si vous souhaitez recevoir gratuitement la compréhension à la lecture 'De Nederlandse taal' (texte, questions, solutionnaire) dont certains extraits figurent ci-dessous, il suffit d'en faire la demande en cliquant sur l'icône e-mail. Veuillez mentionner, dans votre courriel, la référence 'De Nederlandse taal'.

    Hieronder staan een paar fragmenten van de leesvaardigheid 'De Nederlandse taal' (tekst, vragen, oplossingen). Wenst u die gratis te verkrijgen, dan moet u een aanvraag doen door op het e-mailicoontje te klikken. Gelieve de referentie 'De Nederlandse Taal' in uw mailtje te vermelden.

    ---------------

    Texte (extrait) / Tekst (fragment) : De Nederlandse taal

    Het Nederlands is de taal van meer dan 20 miljoen mensen. Onder die 20 miljoen zijn iets meer dan 5,5 miljoen Vlamingen die in de noordelijke helft van België, dus in Vlaanderen leven. Nederlands wordt natuurlijk ook in …...

    …............

    …............

    Om historische redenen zijn er kleine nuances tussen het Nederlands van Vlaanderen in België en het Nederlands van Nederland. Als je ......

    …............

    …............

    • Texte incomplet : l'intégralité du document est à demander par courriel.

    • Onvolledige tekst : het hele document moet per e-mail worden aangevraagd.

    ---------------

    Modèle 1

    Naam :                                                                               Datum :
    Voornaam :     
    Klas :      Nederlands - Leesvaardigheid : De Nederlandse Taal  

    Contexte:

    Avec d’autres élèves de ta classe, tu participes à l’élaboration d’un blog en néerlandais et vous avez décidé de présenter quelques articles sur la place du néerlandais dans le monde. En faisant des recherches sur Internet, tu es tombé(e) sur un texte qui traite de ce sujet et qui t’aidera à écrire ton article.

    Tâche:

                  ———————————————

    Woordenschat : de helft : la moitié / doceren : enseigner / het Germaans : le germanique (langue ancienne) / ..........

                   ————————————————

    En te référant au texte, de façon détaillée et en français,

    - détermine les raisons expliquant l'importance   . . . . . . . . . .  :

    ………………………………………………………………………………

    ..........................................................................................

    - donne les différences entre le   . . . . . . . . . .  :

    ………………………………………………………………………………

    ..........................................................................................

    . . . .

    • Texte incomplet : l'intégralité du document est à demander par courriel.

    • Onvolledige tekst : het hele document moet per e-mail worden aangevraagd.

    ----------------

    Modèle 2

    Naam :                                                                               Datum :
    Voornaam :     
    Klas :      Nederlands - Leesvaardigheid : De Nederlandse Taal  

    Contexte :

    Avec d’autres élèves de ta classe, tu participes à l’élaboration d’un blog en néerlandais et vous avez décidé de présenter quelques articles sur la place du néerlandais dans le monde. En faisant des recherches sur Internet, tu es tombé(e) sur un texte qui traite de ce sujet et qui t’aidera à écrire ton article.

    Tâche :

                   ———————————————

    Woordenschat : de helft : la moitié / doceren : enseigner / het Germaans : le germanique (langue ancienne) / ..........

                   ———————————————

    1. Montre qu’en Wallonie, le néerlandais garde une place importante

    a) dans . . . . . . . . . . :

    .......................................

    b) dans . . . . . . . . . . :

    .......................................

     

     

    .../2

     

    .../1

    2. Dans le monde, . . . . . . . . . . . . . . .

    Vrai ? Justifiez  .......................................

    Faux ? Justifiez  .......................................

      .../1

    3. Au niveau européen, le . . . . . . . . . . . . . . .

    a) ................................

    b) ................................

     

     

    .../1

    .../2

    4. Il y a des . . . . . . . . . . . . . .

    a) Quelles . . . . . . . . . . . . . . .

    .....................................

    b) Pourquoi . . . . . . . . . . . .

    ..................................

     

     

    .../1

     

    .../1

     

    5. . . . . . . . . . . . . . . .

    Vrai? Justifiez  ....................................

    Faux? Justifiez  ....................................

      .../1 

    6. . . . . . . . . . . . . . . .   

    ...........................................

      .../2 

     7. . . . . . . . . . . . . . . . 

    ...........................................

      .../2 
      .../10← .../14 

    ---------------

    séquence pédagogique,leersequentie,langues et nationalités,talen en nationaliteiten,compréhension à la lecture,leesvaardigheid

     

     

     

    Réponses souhaitées / Verwachte antwoorden

     

     

    I. A titre indicatif, questionnaire : modèle 1

    Raisons expliquant  . . . . . . . . . . . . .                    
    - Ce sont ..........  
    - .....................   
    - .....................   
    - .....................    1   
    Différences entre  . . . . . . . . . . . . . :    
    - .....................    
    - .....................    
    - .....................    
    - .....................    
    - .....................                                                            1
    - .....................      1
    - .....................      1
    - .....................      1
    - .....................      1
    - .....................      1
    - .....................      1
    - .....................      1
    - .....................      1
      .../10←  17 

    II. A titre indicatif, questionnaire : modèle 2

    1.     a. Beaucoup de  .....................                             1    
        Et pour .....................    1 
        b. .....................    1 
    2.    .....................    1 
    3.    a. .....................    1 
        b. .....................     1 
        .....................    1 
    4.    a. .....................    1 
        b. .....................     1 
    5.    .....................   1 
    6.    .....................                                                            
        .....................   
    7.    ..... .....................  
        ..... .....................  
          .../10←  14 

    • Présentation partielle : l'intégralité du document est à demander par courriel.

    • Gedeeltelijke presentatie : het hele document moet per e-mail worden aangevraagd.

    ---------------

    séquence pédagogique,leersequentie,langues et nationalités,talen en nationaliteiten,compréhension à la lecture,leesvaardigheidDocument PDF : leesvaardigheid  "De Nederlandse taal" - version incomplète

    Leesvaardigheid - De Nederlandse taal (incomplet).pdf