grammatica-oefeningen - Page 5

  • Exercice grammatical : mots interrogatifs avec 'hoe'; vraagwoorden met 'hoe' / grammatica-oefening / Nederlands; néerlandais

    • Mots interrogatifs avec 'hoe' / Vraagwoorden met 'hoe' : hoezo?, hoever(re)?, hoelang?, hoeveel?, hoe lang?, hoe ver?, hoe duur?, hoe laat?, hoe hoog?, hoe vroeg, hoe dik, hoe breed?, hoe diep?

    • Grammaire néerlandaise : exercice grammatical / Nederlandse spraakkunst, Nederlandse grammatica : grammaticale oefening

    • Niveaux : 5N1, 5N2 / Niveaus : 5N1, 5N2

    ----------------

    grammatica-oefeningen,exercices grammaticaux,vraagwoorden met 'hoe',mots interrogatifs avec 'hoe'

    Op de Schaats, kaart, Kees Schut

    grammatica-oefeningen,exercices grammaticaux,vraagwoorden met 'hoe',mots interrogatifs avec 'hoe' https://fr.pinterest.com/pin/319051954832006796/

    ---------------

    Grammatica-oefening : vraagwoorden met hoe

    Exercice grammatical : mots interrogatifs avec hoe

    Kies het juiste vraagwoord [hoezo ?, hoever(re) ?, hoelang ?, hoeveel ?, hoe lang ?, hoe ver ?, hoe duur ?, hoe laat ?, hoe hoog ?, hoe vroeg ?, hoe dik?, hoe breed?, hoe diep?] in verband met de context.

    Chosis le mot interrogatif adéquat [hoezo ?, hoever(re) ?, hoelang ?, hoeveel ?, hoe lang ?, hoe ver ?, hoe duur ?, hoe laat ?, hoe hoog ?, hoe vroeg ?, hoe dik?, hoe breed?, hoe diep?] en fonction du contexte.

    01. …................. zijn de verzendkosten voor klanten in Nederland en België ?

    02. De woonkamer is 15 meter lang. Maar …................. is die ?

    03. …................. is de Noordzee op het diepste punt ?

    04. …................. is de kabel van de microfoon ?

    05. …................. kan een paard springen ?

    06. …................. zullen we nog moeten wachten ?

    07. …................. ? Gaan we niet met vakantie ?

    08. …................. sta jij 's morgens op ?

    09. …................. moet je teruggaan in het verleden om de oorzaken van het conflict te begrijpen.

    10. De geïsoleerde muur is 2 meter hoog en 6 meter lang. Maar …................. is die ?

    11. In …................. kunnen we hem helpen ?

    12. …................. begint de rondleiding in het museum ?

    13. Voor …................. kinderen moet je koken ?

    14. …................. is de toren van de basiliek ? 50 meter ? 65 meter ? 95 meter ?

    15. …................. is het naar het station ?

     

    Woordenschat :

    de verzendkosten : les frais d'expédition / het verleden : le passé / de oorzaak : la cause / de rondleiding : la visite guidée

    ---------------

    grammatica-oefeningen,exercices grammaticaux,vraagwoorden met 'hoe',mots interrogatifs avec 'hoe'Exercice grammatical 'Vraagwoorden met hoe' en format PNG sur

    grammatica-oefeningen,exercices grammaticaux,vraagwoorden met 'hoe',mots interrogatifs avec 'hoe'

    https://fr.pinterest.com/docNLDS/nederlandse-taaloefeningen-exercices-de-néerlandai/

     

    ---------------

    grammatica-oefeningen,exercices grammaticaux,vraagwoorden met 'hoe',mots interrogatifs avec 'hoe'grammatica-oefeningen,exercices grammaticaux,vraagwoorden met 'hoe',mots interrogatifs avec 'hoe'

     

     

     

    Exercice grammatical 'Vraagwoorden met hoe' à consulter dans la communauté Google+: NEDERLANDS LEREN

    https://plus.google.com/u/0/communities/115632356935694181487/stream/9d5c4d19-790a-4d2c-ad67-3f3b3e263290 

    ---------------

    grammatica-oefeningen,exercices grammaticaux,vraagwoorden met 'hoe',mots interrogatifs avec 'hoe'

    Oplossingen / Solutions

    01. Hoe duur zijn de verzendkosten voor klanten in Nederland en België ?

    02. De woonkamer is 15 meter lang. Maar hoe breed is die ?

    03. Hoe diep is de Noordzee op het diepste punt ?

    04. Hoe lang is de kabel van de microfoon ?

    05. Hoe hoog kan een paard springen ?

    06. Hoelang zullen we nog moeten wachten ?

    07. Hoezo ? Gaan we niet met vakantie ?

    08. Hoe vroeg sta jij 's morgens op ?

    09. Hoever moet je teruggaan in het verleden om de oorzaken van het conflict te begrijpen.

    10. De geïsoleerde muur is 2 meter hoog en 6 meter lang. Maar hoe dik is die ?

    11. In hoeverre kunnen we hem helpen ?

    12. Hoe laat begint de rondleiding in het museum ?

    13. Voor hoeveel kinderen moet je koken ?

    14. Hoe hoog is de toren van de basiliek ? 50 meter ? 65 meter ? 95 meter ?

    15. Hoe ver is het naar het station ?

    ---------------

    grammatica-oefeningen,exercices grammaticaux,vraagwoorden met 'hoe',mots interrogatifs avec 'hoe'

    Exercice grammatical 'Vraagwoorden met hoe' en format PDF

    Exercice grammatical - mots interrogatifs avec 'hoe'.pdf

     

  • Exercice de grammaire : TE + bijvoeglijk naamwoord; TE + adjectif qualificatif / antoniemen; antonymes / Nederlands; néerlandais

    • Antonymes, contraires / Antoniemen, tegengestelden, tegenovergestelden

    • Structure : TE + adjectif qualificatif [TROP + adjectif qualificatif] / Structuur : TE + bijvoeglijk naamwoord, TE + adjectief

    • Exercice grammatical / Grammaticale oefening

    • Construction de phrases / Zinnen bouwen

    • Niveaux : 4N1, 4N2, 5N2 / Niveaus : 4N1, 4N2, 5N2

    ---------------

    grammatica-oefeningen,exercices grammaticaux,te + bijvoeglijk naamwoord,te + adjectif qualificatif,antoniemen,antonymes

    Torentje, Den Haag, Anton Pieck

    grammatica-oefeningen,exercices grammaticaux,te + bijvoeglijk naamwoord,te + adjectif qualificatif,antoniemen,antonymes https://fr.pinterest.com/pin/319051954831629657/

    ---------------

    Grammatica-oefening / Exercice grammatical : antoniemen / antonymes

    grammatica-oefeningen,exercices grammaticaux,te + bijvoeglijk naamwoord,te + adjectif qualificatif,antoniemen,antonymes

    ---------------

    grammatica-oefeningen,exercices grammaticaux,te + bijvoeglijk naamwoord,te + adjectif qualificatif,antoniemen,antonymesExercice 'TE + bijvoeglijk naamwoord' en format JPEG sur :

    grammatica-oefeningen,exercices grammaticaux,te + bijvoeglijk naamwoord,te + adjectif qualificatif,antoniemen,antonymeshttps://fr.pinterest.com/pin/319051954831629657/

     

    ---------------

    grammatica-oefeningen,exercices grammaticaux,te + bijvoeglijk naamwoord,te + adjectif qualificatif,antoniemen,antonymes

     

     

     

     Phrases modèles / Voorbeeldzinnen

     

     

    1) Hij past de trui van zijn vader (aan), maar de trui is te groot.

    2) De trui die het meisje (aan)gepast heeft, is te klein.

    3) De broek die het jongetje aan heeft, is te lang.

    4) De broek die het jongetje aan heeft, is te kort.

    5) De straat waardoor de auto rijdt, is te smal / nauw / eng

    6) De man probeert de doos/de kist (op) te tillen, maar die is te zwaar.

    7) Hij krijgt hoofdpijn omdat het geluid te hard is.

    8) De twee kliffen/rotswanden staan te ver van elkaar (vandaan) en de man kan de overkant niet bereiken.

    9) Het water in de badkuip/het bad is te warm en de vrouw moet even wachten voordat ze een bad neemt. / … wachten tot(dat) het water afgekoeld is.

    10) De man wil in de zee zwemmen/De man steekt een teen in de zee, maar het water is te koud.

    11) Het kind wil de appel plukken, maar de tak van de boom is/hangt te hoog.

    12) De omheining/het hek van de tuin is te laag en de hond springt er altijd over.

     

    Woordenschat :

    (aan)passen : essayer [un vêtement] / smal = nauw = eng : étroit / de doos : la boîte / de kist : la caisse / (op)tillen : lever, soulever / zwaar : lourd / het geluid : le son / de klif : la falaise / de rotswand : la paroi rocheuse / de badkuip = het bad : la baignoire / afkoelen : refroidir / een teen steken in … : mettre un orteil dans [l'eau] / plukken : cueillir / de tak : la branche / de omheining : la clôture / het hek : la barrière

    ---------------

    grammatica-oefeningen,exercices grammaticaux,te + bijvoeglijk naamwoord,te + adjectif qualificatif,antoniemen,antonymesDocument 'TE + adjectif' - format PDF

    TE + bijvoeglijk naamwoord.pdf