exercices lexicaux - Page 3

  • Quiz : welk instrument (be)speelt ze? / vocabulaire; woordenschat / néerlandais; Nederlands

    • Thématique : musique, instruments de musique / Thematiek : muziek, muziekinstrumenten

    • Exercice de vocabulaire en néerlandais / Woordenschatoefening Nederlands

    • Questionnaire à choix multiples / Multiplechoicevragen, meerkeuzevragen

    • Questions en néerlandais / Vragen in het Nederlands

    ---------------

    test,questionnaire à choix multiples,multiplechoicevragen,exercices lexicaux,woordenschatoefeningen,musique,muziek,toets

    De Munt 18e eeuw Amsterdam, Anton Pieck 

    test,questionnaire à choix multiples,multiplechoicevragen,exercices lexicaux,woordenschatoefeningen,musique,muziek,toets https://fr.pinterest.com/docNLDS/nederland-pays-bas-the-netherlands-03/

    ---------------

    QUIZ : welk instrument (be)speelt ze?

    Kijk aandachtig naar de afbeelding hieronder en omcirkel de juiste antwoorden.

    Regarde attentivement l'illustration ci-dessous et entoure les bonnes réponses. 

    test,questionnaire à choix multiples,multiplechoicevragen,exercices lexicaux,woordenschatoefeningen,musique,muziek,toets

    test,questionnaire à choix multiples,multiplechoicevragen,exercices lexicaux,woordenschatoefeningen,musique,muziek,toets

    https://plus.google.com/communities/113468934480297598836/stream/933fdc23-1874-4857-a16e-90a282ad7f30

    1. Deze vrouw speelt :

    a) blokfluit

    b) mondharmonica

    c) panfluit

    d) saxofoon

    e) dwarsfluit

    f) trompet

     

    2. 'ZE MUSICEERT' betekent :

    a) Ze houdt van muziek

    b) Ze speelt muziek

    c) Ze interesseert zich voor muziek

    d) Ze studeert muziek

     

    3. Een synoniem van 'FLUITISTE' is :

    a) fluitspeler

    b) fluitenmaker

    c) fluitist

    d) fluitspeelster

     

    4. Het beroep van deze vrouw is :

    a) musicus

    b) muziekliefhebber

    c) muziekcriticus

    d) muzieknoot

     

    5. Deze vrouw :

    a) maakt haar fluit schoon

    b) laat haar fluit vallen

    c) blaast op haar fluit

    d) legt haar fluit in een tas

     

    6. Een fluit is een :

    a) snaarinstrument

    b) blaasinstrument

    c) slaginstrument

    d) toetsinstrument

    ----------------

    test,questionnaire à choix multiples,multiplechoicevragen,exercices lexicaux,woordenschatoefeningen,musique,muziek,toetstest,questionnaire à choix multiples,multiplechoicevragen,exercices lexicaux,woordenschatoefeningen,musique,muziek,toets

    Quiz : welk instrument (be)speelt ze?, à consulter dans la communauté Google+ : NEDERLANDS LEREN

    https://plus.google.com/u/0/communities/115632356935694181487/stream/65201e39-4ca2-40f7-a55a-e128b0aff466

    ---------------

    test,questionnaire à choix multiples,multiplechoicevragen,exercices lexicaux,woordenschatoefeningen,musique,muziek,toets

    Oplossingen / Solutions

    1. : dwarsfluit

    2. b : ze speelt muziek

    3. : fluitspeelster

    4. a : musicus

    5. c : blaast op haar fluit.

    6. b : blaasinstrument

    ---------------

    test,questionnaire à choix multiples,multiplechoicevragen,exercices lexicaux,woordenschatoefeningen,musique,muziek,toetsDocument 'Quiz : welk instrument (be)speelt ze?' en format PDF :

    Quiz - welk instrument (be)speelt ze.pdf

     

  • Exercice de vocabulaire : typische Nederlandse uitdrukkingen; expressions néerlandaises typiques / Woordenschatoefening

    • Expressions ou locutions néerlandaises typiques  / Typische Nederlandse uitdrukkingen

    • Vocabulaire néerlandais : particularités lexicales / Nederlandse woordenschat : lexicale bijzonderheden

    • Exercice lexical en néerlandais avec illustrations / Woordenschatoefening Nederlands met afbeeldingen

    • Niveaux : 4N1, 5N1, 5N2 / Niveaus : 4N1, 5N1, 5N2

    ---------------

    exercices lexicaux,woordenschatoefeningen,expressions typiques,typische uitdrukkingen

    Schaatsen in klederdracht, oude kaart van Wim Bijmoer

    exercices lexicaux,woordenschatoefeningen,expressions typiques,typische uitdrukkingen https://fr.pinterest.com/pin/319051954832006846/

    --------------

    Bekijk de afbeeldingen en vind voor elke uitdrukking het ontbrekende woord. Probeer ook een gelijkwaardige uitdrukking in je moedertaal (Frans, Engels, Duits, Italiaans …) te vinden.   Observe les illustrations et cherche, pour chaque expression, le mot manquant. Essaie aussi de trouver une expression équivalente dans ta langue maternelle (français, anglais, allemand, italien, ...).

    exercices lexicaux,woordenschatoefeningen,expressions typiques,typische uitdrukkingen

    ---------------

    exercices lexicaux,woordenschatoefeningen,expressions typiques,typische uitdrukkingenDocument 'Typische Nederlandse uitdrukkingen' en format PNG sur :

    exercices lexicaux,woordenschatoefeningen,expressions typiques,typische uitdrukkingen

    https://fr.pinterest.com/pin/319051954832118074/

     

    ---------------

    exercices lexicaux,woordenschatoefeningen,expressions typiques,typische uitdrukkingen

    Oplossingen / Solutions

    1) Ze praten over koetjes en kalfjes. / In het Frans : elles (ils) parlent de la pluie et du beau temps. / In het Engels : they are chatting about this and that. / In het Duits : sie reden über das Wetter und so. / In het Italiaans : (loro) parlano del più e del meno.

    2) Ze zitten in de puree! / In het Frans : Ils sont dans de beaux draps!, ils sont dans le pétrin. / In het Engels : they are in a fine mess! / In het Duits : sie sitzen in der Klemme! / In het Italiaans : (loro) sono nei guai!, (loro) sono nei pasticci!

    3) Hij zwijgt als het graf. / In het Frans : il est muet comme une tombe, il est muet comme une carpe. / In het Engels : he is as silent as the grave. / In het Duits : Er ist stumm wie ein Fisch. / In het Italiaans : È muto come un pesce; lui è una tomba.

    4) Hij spant het paard achter de wagen. / In het Frans : il met la charrue avant les bœufs. / In het Engels : he puts the cart before the horse. / In het Duits : Er zäumt das Pferd beim schwanz auf. / In het Italiaans : lui mette il carro davanti ai buoi.

    5) Je kunt nu eenmaal niet de klok terugzetten! / In het Frans : On ne peut pas revenir en arrière!, on ne peut pas refaire l'histoire! / In het Engels : you can't turn back the clock! / In het Duits : Man kann die Zeit nicht zurückdrehen! / In het Italiaans : non si può tornare indietro!

    ---------------

    exercices lexicaux,woordenschatoefeningen,expressions typiques,typische uitdrukkingenExercice lexical : typische Nederlandse uitdrukkingen - format PDF

    Typische Nederlandse uitdrukkingen.pdf