exercices grammaticaux - Page 2

  • Exercice de vocabulaire et de grammaire : beroepen - betrekkelijke of relatieve bijzin; professions - proposition relative / woordenschat- en grammatica-oefening / néerlandais; Nederlands

    • Noms de professions / Beroepsnamen

    • Construction de propositions relatives / Het construeren van betrekkelijke bijzinnen, het construeren van relatieve bijzinnen

    • Grammaire néerlandaise : exercice grammatical / Nederlandse grammatica, Nederlandse spraakkunst : grammaticale oefening

    • Vocabulaire néerlandais : exercice de vocabulaire / Nederlandse woordenschat : woordenschatoefening

    • Niveaux : 5N1, 5N2 / Niveaus : 5N1, 5N2

    ---------------

    exercices grammaticaux,grammatica-oefeningen,exercices lexicaux,woordenschatoefeningen,proposition relative,betrekkelijke bijzin,relatieve bijzin,noms de professions,beroepsnamen

    Alphonse Mora, “Antwerpse Meir in de regen”, linosnede. / “Le Meir à Anvers sous la pluie”, linogravure.

     vocabulaire,woordenschat,delen van de dag,parties du jour,middag,midi,après-midi,namiddag,voormiddag,matin,morgen,ochtend,avond https://fr.pinterest.com/pin/319051954830085877/

    ---------------

     BEROEPSNAMEN - BETREKKELIJKE/RELATIEVE BIJZIN

    NOMS DE PROFESSIONS - PROPOSITION RELATIVE

    exercices grammaticaux,grammatica-oefeningen,exercices lexicaux,woordenschatoefeningen,proposition relative,betrekkelijke bijzin,relatieve bijzin,noms de professions,beroepsnamen

    Vul in :

    01. Een .................. is een man/vrouw die .............................................. .
    02. Een .................. is een man/vrouw die .............................................. .
    03. Een .................. is een man/vrouw die .............................................. .
    04. Een .................. is een man/vrouw die .............................................. .
    05. Een .................. is een man/vrouw die .............................................. .
    06. Een .................. is een man/vrouw die .............................................. .
    07. Een .................. is een man/vrouw die .............................................. .
    08. Een .................. is een man/vrouw die .............................................. .
    09. Een .................. is een man/vrouw die .............................................. .
    10. Een .................. is een man/vrouw die .............................................. .

    ---------------

    vocabulaire,woordenschat,delen van de dag,parties du jour,middag,midi,après-midi,namiddag,voormiddag,matin,morgen,ochtend,avondDocument 'Beroepen - betrekkelijke (relatieve) bijzin' sur :

    vocabulaire,woordenschat,delen van de dag,parties du jour,middag,midi,après-midi,namiddag,voormiddag,matin,morgen,ochtend,avond

     

     

    vocabulaire,woordenschat,delen van de dag,parties du jour,middag,midi,après-midi,namiddag,voormiddag,matin,morgen,ochtend,avondvocabulaire,woordenschat,delen van de dag,parties du jour,middag,midi,après-midi,namiddag,voormiddag,matin,morgen,ochtend,avond

    Documents 'Beroepen - betrekkelijke (relatieve) bijzin' à consulter dans la collection Google+ Grammatica & oefeningen

     

     ---------------

    exercices grammaticaux,grammatica-oefeningen,exercices lexicaux,woordenschatoefeningen,proposition relative,betrekkelijke bijzin,relatieve bijzin,noms de professions,beroepsnamen

    MODELANTWOORDEN, VOORBEELDANTWOORDEN
    RÉPONSES MODÈLES

    01. Een melkbezorger/melkboer is een man die langs de deur gaat met melk en zuivelproducten; … is een man die melk aan de deur brengt.
    02. Een voetballer/voetbalspeler is een man die de sport voetbal beoefent; … die voetbal speelt als sport, tijdverdrijf of beroep; … die voor zijn beroep of uit liefhebberij voetbal speelt.
    03. Een parkeerwacht is een vrouw (of een man) die controleert of voertuigen reglementair geparkeerd zijn; … die parkeerterreinen bewaakt en controleert of het parkeergeld is betaald;
    04. Een verpleegster is een vrouw die als beroep zieke mensen verpleegt; … die voor zieke mensen zorgt.
    05. Een kok is een man die als beroep voor anderen kookt; … die als beroep de kookkunst beoefent; … die het eten klaarmaakt in een restaurant; … die het eten of de maaltijd bereidt voor andere personen.
    06. Een glazenwasser is een man die als beroep de (buiten)ramen schoonmaakt; … die zich voor zijn beroep bezighoudt met het wassen en zemen van ramen.
    07. Een serveerster/kelnerin is een vrouw die in een café of restaurant de klanten bedient; … die drankjes en gerechten serveert in een café of restaurant; … die als baan in de horeca eten en drinken naar je toe brengt.
    08. Een secretaresse is een vrouw die het secretariaatswerk voor een andere persoon of een instantie opneemt; … die administratieve taken uitvoert; … die voor een andere persoon (bv. een directeur) de correspondentie voert.
    09. Een detective/rechercheur is een man die als beroep misdadigers opspoort; … die als beroep bij de politie misdrijven onderzoekt; … die als beroep informatie over een misdaad of misdadiger probeert te krijgen; … die belast is met het onderzoek naar misdrijven en het opsporen van de schuldigen.
    10. Een soldaat/militair is een man die bij het leger dient; … die in het leger zit.

    ---------------

    vocabulaire,woordenschat,delen van de dag,parties du jour,middag,midi,après-midi,namiddag,voormiddag,matin,morgen,ochtend,avond

    Document 'Beroepen - betrekkelijke (relatieve) bijzin' - Format PDF : Beroepen - betrekkelijke (relatieve) bijzin.pdf

  • Exercice de grammaire : onvoltooid tegenwoordig toekomende tijd (o.t.t.t.), futurum; futur simple / grammatica-oefening / néerlandais; Nederlands

    • Le futur simple / De onvoltooid tegenwoordig toekomende tijd (o.t.t.t.), het futurum, de toekomende tijd, de toekomst

    • Variantes non officielles : ottt, O.T.T.T., OTTT, O.Tk.T., OTkT / Niet-officiële varianten : ottt, O.T.T.T., OTTT, O.Tk.T., OTkT 

    • Grammaire néerlandaise : exercice grammatical / Nederlandse grammatica, Nederlandse spraakkunst : grammatica-oefening

    • Niveaux : 4N1, 5N2 / Niveaux : 4N1, 5N2

    ---------------

    exercices grammaticaux,grammatica-oefeningen,futur simple,onvoltooid tegenwoordig toekomende tijd,o.t.t.t.,futurum

     Poster Scheveningen Holland 

    exercices grammaticaux,grammatica-oefeningen,futur simple,onvoltooid tegenwoordig toekomende tijd,o.t.t.t.,futurum https://fr.pinterest.com/pin/319051954826800801/

    ---------------

    Futurum / Onvoltooid tegenwoordig toekomende tijd (o.t.t.t.)

    Futur simple

    exercices grammaticaux,grammatica-oefeningen,futur simple,onvoltooid tegenwoordig toekomende tijd,o.t.t.t.,futurum

    ---------------

    exercices grammaticaux,grammatica-oefeningen,futur simple,onvoltooid tegenwoordig toekomende tijd,o.t.t.t.,futurumDocument 'Futurum - OEFENING' en format JPEG sur

    exercices grammaticaux,grammatica-oefeningen,futur simple,onvoltooid tegenwoordig toekomende tijd,o.t.t.t.,futurum

     https://fr.pinterest.com/pin/319051954834719537/

     

    ---------------

    exercices grammaticaux,grammatica-oefeningen,futur simple,onvoltooid tegenwoordig toekomende tijd,o.t.t.t.,futurumexercices grammaticaux,grammatica-oefeningen,futur simple,onvoltooid tegenwoordig toekomende tijd,o.t.t.t.,futurum

    Document 'Futurum - OEFENING' à consulter dans la collection Google+ : Grammatica & oefeningen Nederlands : https://plus.google.com/u/0/collection/AmgXfB 

     

    --------------

    exercices grammaticaux,grammatica-oefeningen,futur simple,onvoltooid tegenwoordig toekomende tijd,o.t.t.t.,futurum

    Oplossingen / Solutions

    1. Ze zullen overmorgen naar Italië vertrekken.

    2. Je zal/zult naar Rotterdam reizen.

    3. Ik zal morgenochtend naar de secretaresse telefoneren.

    4. Ik zal niet meer met de trein reizen.

    5. We zullen volgende zaterdag een nieuwe computer kopen.

    6. Zal/Zul je in juni naar Frankrijk gaan?

    7. U zult/zal morgenavond met de directeur spreken.

    8. Jullie zullen zo vlug mogelijk een e-mailtje aan de docent schrijven.

    9. Waar zal/zul je over drie maanden studeren?

    10. Ze zullen op tijd klaar zijn.

    11. De luchthaven zal eind maart operationeel zijn.

    12. Zal/Zul je maandag op de kinderen passen?

    13. Zult/Zal u aanstaande vrijdag vrij zijn.

    14. We zullen na het concert met de metro naar huis teruggaan.

    15. Ik zal over een paar dagen contact met u opnemen.