Vocabulaire néerlandais : exercices - Page 5

  • Exercice de vocabulaire néerlandais : exercice d'appariement, exercice d'associations 'het lichaam - lichamelijke bewegingen / Le corps - les mouvements du corps' + construction de phrases

    • Vocabulaire néerlandais / Woordenschat Nederlands
    • Exercice d'appariement, exercice d'association / Matchingoefening, combineeroefening, associatieoefening
    • Construction de phrases / Zinnen construeren
    • Thème : le corps, les mouvements du corps / Thema : het lichaam, lichamelijke bewegingen
    • Niveaux : 4N1, 5N1, 5N2 / Niveaus : 4N1, 5N1, 5N2

    ----------------

    exercices

    Zomergezicht op de Munttoren te Amsterdam, Dirk van Haaren (Amsterdam 1878-1953)

    Lien bleu C.png http://de-maarschalk.blogspot.be/2013_11_29_archive.html

    ---------------

    Het lichaam - lichamelijke bewegingen / Le corps - les mouvements du corps

    1. Verbind de werkwoorden met de afbeeldingen. Gebruik een woordenboek als het nodig is. / Relie les verbes aux illustrations. Utilise un dictionnaire si c'est nécessaire.

    Werkwoorden:

    zweten – hangen – schaatsen – zitten – klimmen – vallen – buigen – liggen – lopen/wandelen – uitrekken – leunen – springen – fietsen – bukken – vlug lopen/hollen/rennen – hinkelen – (uit)rusten – kruipen – slapen – beven – dragen - hurken

     

    1

    exercices lexicaux,woordenschatoefeningen,exercice d'appariement,combineeroefening,construction de phrases,zinnen schrijven,mouvements du corps,lichamelijke bewegingen

     

     ......................

    2

    exercices lexicaux,woordenschatoefeningen,exercice d'appariement,combineeroefening,construction de phrases,zinnen schrijven,mouvements du corps,lichamelijke bewegingen

    .....................

    3

    exercices lexicaux,woordenschatoefeningen,exercice d'appariement,combineeroefening,construction de phrases,zinnen schrijven,mouvements du corps,lichamelijke bewegingen

     

    .....................

    4

    exercices lexicaux,woordenschatoefeningen,exercice d'appariement,combineeroefening,construction de phrases,zinnen schrijven,mouvements du corps,lichamelijke bewegingen

    ....................

    5

    exercices lexicaux,woordenschatoefeningen,exercice d'appariement,combineeroefening,construction de phrases,zinnen schrijven,mouvements du corps,lichamelijke bewegingen

    .....................

    6

    exercices lexicaux,woordenschatoefeningen,exercice d'appariement,combineeroefening,construction de phrases,zinnen schrijven,mouvements du corps,lichamelijke bewegingen

    .....................

    7

    exercices lexicaux,woordenschatoefeningen,exercice d'appariement,combineeroefening,construction de phrases,zinnen schrijven,mouvements du corps,lichamelijke bewegingen

    ....................

    8

    exercices lexicaux,woordenschatoefeningen,exercice d'appariement,combineeroefening,construction de phrases,zinnen schrijven,mouvements du corps,lichamelijke bewegingen

    .....................

    9

     

    exercices lexicaux,woordenschatoefeningen,exercice d'appariement,combineeroefening,construction de phrases,zinnen schrijven,mouvements du corps,lichamelijke bewegingen

    .....................

    10

    exercices lexicaux,woordenschatoefeningen,exercice d'appariement,combineeroefening,construction de phrases,zinnen schrijven,mouvements du corps,lichamelijke bewegingen

    ......................

    11

    exercices lexicaux,woordenschatoefeningen,exercice d'appariement,combineeroefening,construction de phrases,zinnen schrijven,mouvements du corps,lichamelijke bewegingen

    ........................

    12

    exercices lexicaux,woordenschatoefeningen,exercice d'appariement,combineeroefening,construction de phrases,zinnen schrijven,mouvements du corps,lichamelijke bewegingen

    .......................

    13

    exercices lexicaux,woordenschatoefeningen,exercice d'appariement,combineeroefening,construction de phrases,zinnen schrijven,mouvements du corps,lichamelijke bewegingen

    .......................

    14

    exercices lexicaux,woordenschatoefeningen,exercice d'appariement,combineeroefening,construction de phrases,zinnen schrijven,mouvements du corps,lichamelijke bewegingen

    ......................

    15

    exercices lexicaux,woordenschatoefeningen,exercice d'appariement,combineeroefening,construction de phrases,zinnen schrijven,mouvements du corps,lichamelijke bewegingen

    ....................

    16

    exercices lexicaux,woordenschatoefeningen,exercice d'appariement,combineeroefening,construction de phrases,zinnen schrijven,mouvements du corps,lichamelijke bewegingen

    ....................

    17

    exercices lexicaux,woordenschatoefeningen,exercice d'appariement,combineeroefening,construction de phrases,zinnen schrijven,mouvements du corps,lichamelijke bewegingen 

    ....................

    18

    exercices lexicaux,woordenschatoefeningen,exercice d'appariement,combineeroefening,construction de phrases,zinnen schrijven,mouvements du corps,lichamelijke bewegingen

    ....................

    19

    exercices lexicaux,woordenschatoefeningen,exercice d'appariement,combineeroefening,construction de phrases,zinnen schrijven,mouvements du corps,lichamelijke bewegingen

    .....................

    20

     

    exercices lexicaux,woordenschatoefeningen,exercice d'appariement,combineeroefening,construction de phrases,zinnen schrijven,mouvements du corps,lichamelijke bewegingen

    ....................

    21

    exercices lexicaux,woordenschatoefeningen,exercice d'appariement,combineeroefening,construction de phrases,zinnen schrijven,mouvements du corps,lichamelijke bewegingen

    ....................

     

    exercices lexicaux,woordenschatoefeningen,exercice d'appariement,combineeroefening,construction de phrases,zinnen schrijven,mouvements du corps,lichamelijke bewegingen

    22

    exercices lexicaux,woordenschatoefeningen,exercice d'appariement,combineeroefening,construction de phrases,zinnen schrijven,mouvements du corps,lichamelijke bewegingen

    .....................

     

    exercices lexicaux,woordenschatoefeningen,exercice d'appariement,combineeroefening,construction de phrases,zinnen schrijven,mouvements du corps,lichamelijke bewegingen

     

    2. Kies 10 afbeeldingen en beschrijf ze door een zinnetje te maken : gebruik het passende werkwoord en ook een relatieve bijzin. / Choisis 10 images et décris-les en construisant une phrase : utilise le verbe adéquat et aussi une proposition relative selon le modèle :

     

    Afbeelding n°1 : De jongen die in het gras ligt, geniet van de zon.

                                                                                   →[werkwoord aan het einde van de zin / rejet du verbe] 

    01. ...............................................................................................

    02. ...............................................................................................

    03. ...............................................................................................

    04. ...............................................................................................

    05. ...............................................................................................

    06. ...............................................................................................

    07. ...............................................................................................

    08. ...............................................................................................

    09. ...............................................................................................

    10. ...............................................................................................

     

    ---------------

    exercices lexicaux,woordenschatoefeningen,exercice d'appariement,combineeroefening,construction de phrases,zinnen schrijven,mouvements du corps,lichamelijke bewegingen

    Document 'Het lichaam- lichamelijke bewegingen' en format JPEG sur :

    exercices lexicaux,woordenschatoefeningen,exercice d'appariement,combineeroefening,construction de phrases,zinnen schrijven,mouvements du corps,lichamelijke bewegingen

    https://fr.pinterest.com/pin/319051954830663547/

     

    ---------------

    exercices lexicaux,woordenschatoefeningen,exercice d'appariement,combineeroefening,construction de phrases,zinnen schrijven,mouvements du corps,lichamelijke bewegingen

     

     

     

    Oplossingen en voorbeeldzinnen / Solutions et phrases-modèles

     

     

     

    1. Werkwoorden / Verbes

    01. liggen

    02. zitten

    03. slapen

    04. vallen

    05. leunen

    06. hurken

    07. hangen

    08. bukken

    09. (uit)rusten

    10. buigen

    11. uitrekken

    12. dragen

    13. zweten

    14. beven

    15. klimmen

    16. kruipen

    17. hinkelen

    18. springen

    19. schaatsen

    20. fietsen

    21. lopen/wandelen

    22. vlug lopen/hollen/rennen

     

    2. Voorbeeldzinnen / Phrases-modèles

    02. De kinderen die op de grond zitten, luisteren naar de juf.

    03. De jongen die in zijn bed ligt, slaapt lekker.

    04. De man die een schilderij wilde ophangen, valt van de trap.

    05. De jongen die een pak draagt, leunt tegen de muur.

    06. De sportieve man die hurkt, kijkt opzij.

    07. De aap die aan een liaan hangt, ziet er lenig uit.

    08. De moeder die veel van haar kind houdt, bukt om hem een kusje te geven.

    09. De man die in de hangmat ligt, rust even uit.

    10. De werknemer die de directeur ziet voorbijlopen, buigt om hem te (be)groeten.

    11. Het meisje dat wakker wordt, rekt haar armen uit.

    12. De kruier (van het hotel)/de chasseur/de piccolo die veel koffers en tassen draagt, ziet er moe uit.

    13. De mecanicien/technicus die veel zweet, heeft een overall aan.

    14. De man die klappertandt, beeft van de kou.

    15. Het meisje dat op de ladder klimt, wil een appel plukken.

    16. De baby die een blauwe pyjama aan heeft, kruipt op de grond.

    17. De oude man en de twee meisjes kijken naar de oude vrouw die aan het hinkelen is.

    18. De jonge vrouw die op de trampoline springt, concentreert zich om de oefeningen te maken.

    19. De man en de vrouw die op het ijs schaatsen, amuseren zich veel.

    20. Die twee mensen die door de natuur fietsen, zijn zeer sportief.

    21. De man die met een wandelstok loopt en de vrouw die een rugzak draagt, moeten nog 15 km afleggen.

    22. De man die naar het station holt, zal misschien zijn trein missen.

     

    Woordenschat :

    de juf : la maîtresse (d'école) / het pak : le costume / opzij kijken : regarder sur le côté / de liaan : la liane / lenig : agile, souple / eruitzien (zag er ... uit, er ... uitgezien) : avoir l'air + adjectif / de hangmat : le hamac / voorbijlopen (liep ... voorbij, voorbijgelopen) : passer / de overall [ovərˈɑl, ovər'ɔːl]: la salopette / klappertanden (klappertandde, geklappertand : claquer des dents / de ladder : l'échelle / plukken : cueillir / de wandelstok : la canne, le bâton / afleggen : parcourir / missen : rater [le train, le bus, ...]

    ---------------

    exercices lexicaux,woordenschatoefeningen,exercice d'appariement,combineeroefening,construction de phrases,zinnen schrijven,mouvements du corps,lichamelijke bewegingenDocument 'Het lichaam - lichamelijke bewegingen' en format PDF :

    Lichamelijke bewegingen.pdf

     

     

  • Exercice de vocabulaire contextualisé [texte : Wat een leven!] - néerlandais

    • Exercice lexical contextualisé / Woordenschatoefening in context
    • Vocabulaire de base néerlandais / Basiswoordenschat Nederlands
    • Thème : la vie quotidienne / Thema : het dagelijkse leven
    • Niveaux : 4N1, 4N2 / Niveaus : 4N1, 4N2

    ---------------

    vocabulaire,woordenschat,exercices lexicaux,woordenschatoefeningen

    Oude ansichkaart, Hoogesluis, Amsterdam, Louis Honoré

    vocabulaire,woordenschat,exercices lexicaux,woordenschatoefeningen http://veiling.catawiki.nl/kavels/2003331-amsterdam-ca-85-x

    ---------------

    Vul in :

    1) Vind de woorden die door de tekeningen geïllustreerd worden. / Trouvez les mots qui sont illustrés par les dessins.

    2) Vind ook het ontbrekende adjectief of bijwoord (tussen rechte haakjes). Het is altijd hetzelfde woord! Let eens goed op de verbuiging (flexie) van dat adjectief! / Trouvez l'adjectif ou l'adverbe manquant (entre crochets). Il s'agit toujours du même mot! Faites attention à l'accord de cet adjectif!

     

    lopen  -  brood  -  werkster  -  lachen  -  wind  -  werken  -  noorden  -  kwaad  -  horen  - woord  -  sterven  -  zondag  -  vlees  -  lief  -  spreken  -  huis  -  ei  -  steen  -  alleen  -  regenen -  roepen

     

    Meneer Stakker moet [............]

    vocabulaire,woordenschat,exercices lexicaux,woordenschatoefeningen

    .....................  voor zijn brood.                   
    Hij leeft nu

    vocabulaire,woordenschat,exercices lexicaux,woordenschatoefeningen

    .......... : zijn vrouw is 10 jaar geleden

    vocabulaire,woordenschat,exercices lexicaux,woordenschatoefeningen

    .......... .
    Hij heeft een

    vocabulaire,woordenschat,exercices lexicaux,woordenschatoefeningen

    ......................  die elke dag komt.                                                          
    Ze heet Marijke. Dat is een zeer strenge vrouw.
    Ze is zo [............] als

    vocabulaire,woordenschat,exercices lexicaux,woordenschatoefeningen

    ..................... .                                                                           
    Ze kan niet heel goed koken en meneer Stakker ook niet.
    Heel vaak eet hij maar [............]

    vocabulaire,woordenschat,exercices lexicaux,woordenschatoefeningen

    ..................... ,                                                         
    [.............]

    vocabulaire,woordenschat,exercices lexicaux,woordenschatoefeningen

    ................ en  [............] gekookte

    vocabulaire,woordenschat,exercices lexicaux,woordenschatoefeningen

    .................. .          
    Marijke

    vocabulaire,woordenschat,exercices lexicaux,woordenschatoefeningen

    .....................  niet goed ;                                                                            
    daarom spreekt ze [.............] ,

    vocabulaire,woordenschat,exercices lexicaux,woordenschatoefeningen

    ....................  ze [............]                                                         
    en

    vocabulaire,woordenschat,exercices lexicaux,woordenschatoefeningen

    ......................  ze ook altijd te [.............] .                                                          
    Heel vaak moet meneer Stakker zeggen : '

    vocabulaire,woordenschat,exercices lexicaux,woordenschatoefeningen

    ..............  niet zo [.........], Marijke!
    Ik kan je wel verstaan.'
    Dan wordt ze

    vocabulaire,woordenschat,exercices lexicaux,woordenschatoefeningen

    ..............  en geeft hem [............]

    vocabulaire,woordenschat,exercices lexicaux,woordenschatoefeningen

    ............... .          
    Op

    vocabulaire,woordenschat,exercices lexicaux,woordenschatoefeningen

    ....................  gaat meneer Stakker naar buiten :                                  
    dan

    vocabulaire,woordenschat,exercices lexicaux,woordenschatoefeningen

    .....................  het altijd [............] of                                       

    er staat een [............]

    vocabulaire,woordenschat,exercices lexicaux,woordenschatoefeningen

    ....................  uit het

    vocabulaire,woordenschat,exercices lexicaux,woordenschatoefeningen

    ..................... .         
    De arme man moet dan [........] naar

    vocabulaire,woordenschat,exercices lexicaux,woordenschatoefeningen

    ..................

    vocabulaire,woordenschat,exercices lexicaux,woordenschatoefeningen

    ................ .         

    Dat is veel te [............] voor een man van vijftig !

    Meneer Stakker heeft een

    vocabulaire,woordenschat,exercices lexicaux,woordenschatoefeningen

    ....................   vrouw  [............] nodig.                            

    Woordenschat :

    vaak = dikwijls / iets nodig hebben : avoir besoin de qlc.

    ---------------

    vocabulaire,woordenschat,exercices lexicaux,woordenschatoefeningen

     

     

    Document 'Wat en leven!' en format JPEG sur

    vocabulaire,woordenschat,exercices lexicaux,woordenschatoefeningen

    Tableau : Nederlandse taaloefeningen / Exercices de néerlandais : https://fr.pinterest.com/pin/319051954829850834/

     

    ---------------

     

    vocabulaire,woordenschat,exercices lexicaux,woordenschatoefeningen

     

     

    Texte complet / Volledige tekst

     

     

     

     

    Meneer Stakker¹ moet hard werken voor zijn brood. Hij leeft nu alleen : zijn vrouw is 10 jaar geleden gestorven. Hij heeft een werkster die elke dag komt. Ze heet Marijke. Dat is een zeer strenge vrouw. Ze is zo hard als steen. Ze kan niet heel goed koken en meneer Stakker ook niet. Heel vaak eet hij maar hard vlees, hard brood en hard gekookte eieren. Marijke hoort niet goed; daarom spreekt ze hard, roept ze hard en lacht ze ook altijd te hard. Heel vaak moet meneer Stakker zeggen : 'Spreek niet zo hard, Marijke! Ik kan je wel verstaan.' Dan wordt ze kwaad en geeft hem harde woorden. Op zondag gaat meneer Stakker naar buiten : dan regent het altijd hard of er staat een harde wind uit het noorden. De arme man moet dan hard naar huis lopen. Dat is veel te hard voor een man van vijftig! Meneer Stakker heeft een lieve vrouw hard nodig.

    vocabulaire,woordenschat,exercices lexicaux,woordenschatoefeningen

     

     

     

    Die arme stakker! Hij verdient toch zoiets helemaal niet!

     

     

     

    ¹ de stakker : iemand die zielig is, met wie je medelijden hebt. [quelqu'un qui est malheureux, pour qui on a de la compassion.]; synoniemen : de sukkelaar, de sukkel, de drommel, de stumper, de schlemiel [uitspraak : ʃləˈmil]; uitdrukkingen : arme stakker, arme drommel, arme man, arme stumper, arme kerel, arme ziel, ... [pauvre homme, pauvre type, pauvre diable, pauvre bougre]

    ----------------

    vocabulaire,woordenschat,exercices lexicaux,woordenschatoefeningen

    Document 'Wat en leven!' en format PDF

    Wat een leven!.pdf