Vocabulaire néerlandais : exercices - Page 3

  • Exercice de vocabulaire : 'Winter, wintersport(vakantie)' / woordenschatoefening / néerlandais; Nederlands

    • Thème : vacances de neige, sports d'hiver / Thema : wintersport(vakantie)

    • Exercice lexical en néerlandais / Woordenschatoefening Nederlands

    • Suite du dossier 'Kerst- en nieuwjaarswensen' / Vervolg van het dossier 'Kerst- en nieuwjaarswensen'

    • Séquence pédagogique / Leerseqentie

    • Niveaux : 4N1, 5N2 / Niveaus : 4N1, 5N2

    ---------------

    exercices lexicaux,woordenschatoefeningen,séquence pédagogique,leersequentie,sports d'hiver,vacances de neige,wintersport(vakantie),noël,kerstmis

     Wintergezicht met schaatsers, 1864, Johan Barthold Jongkind 

    exercices lexicaux,woordenschatoefeningen,séquence pédagogique,leersequentie,sports d'hiver,vacances de neige,wintersport(vakantie),noël,kerstmis https://nl.wikipedia.org/wiki/Johan_Barthold_Jongkind

    ---------------

    Woordenschatoefening : wintersport(vakantie) / Exercice lexical : sports d'hiver, vacances de neige

    Bekijk de afbeelding en lees elke zin : vind de ontbrekende woorden.  / Observe l'illustration et lis chaque phrase : trouve les mots manquants.

    exercices lexicaux,woordenschatoefeningen,séquence pédagogique,leersequentie,sports d'hiver,vacances de neige,wintersport(vakantie),noël,kerstmis

    a) De  ….................. (1) is hoog.

    b) De  ….................. (2) vallen op de grond.

    c) Het/De  .................... (3) is met  .................... (4) bedekt.

    d) De  .................... (5) staat niet ver van het/de  .................... (3).

    e) De kinderen hebben een mooie  …................. (6) gemaakt.

    f) De  …................. (6) draagt een rode  ….................. (7) [= De  …................. (6) heeft een rode …................. (7) op].

    g) De  …................. (6) houdt een oude  …................. (8) in zijn linkerhand.

    h) De jongeman heeft een wollen  ….................. (9) op.

    i) Hij heeft ook een  ….................. (1o) op.

    j) Deze jongeman die aan skiën doet, is een  …................... (11).

    k) Hij houdt een  …................. (12) in elke hand.

    l) Hij draagt ook paarse  …................. (13) [= Hij heeft ook paarse  …................. (13) aan].

    m) Om over de sneeuw te kunnen glijden, heeft de jongeman zijn  ….................. (14) aangedaan/aangetrokken.

    n) Hij daalt de steile  …................. (15) af.

    o) Het jongetje draagt een wollen  …................. (9) met een  …................. (16).

    p) Hij glijdt op/met de  …................. (17) naar beneden.

    q) Hij heeft zijn groene  …................. (18) aangedaan/aangetrokken om zijn handen te beschermen tegen de kou.

     

    Woordenschat : / Vocabulaire :

    de grond : le sol / wollen : de laine, en laine / glijden (gleed, gegleden) : glisser / aandoen = aantrekken : mettre [un vêtement] / afdalen : descendre / steil : raide / beschermen tegen : protéger contre

    ---------------

    exercices lexicaux,woordenschatoefeningen,séquence pédagogique,leersequentie,sports d'hiver,vacances de neige,wintersport(vakantie),noël,kerstmisExercice lexical 'Wintersport(vakantie)' sur :

    exercices lexicaux,woordenschatoefeningen,séquence pédagogique,leersequentie,sports d'hiver,vacances de neige,wintersport(vakantie),noël,kerstmis

    https://fr.pinterest.com/pin/319051954831987210/

     

    ---------------

    exercices lexicaux,woordenschatoefeningen,séquence pédagogique,leersequentie,sports d'hiver,vacances de neige,wintersport(vakantie),noël,kerstmis

    Oplossingen / Solutions

    a) De berg (1) is hoog.

    b) De sneeuwvlokken (2) vallen op de grond.

    c) Het/De chalet (3) is met sneeuw (4) bedekt.

    d) De spar(renboom)/den(nenboom) (5) staat niet ver van het/de chalet (3).

    e) De kinderen hebben een mooie sneeuwman/sneeuwpop (6) gemaakt.

    f) De sneeuwman/sneeuwpop (6) draagt een zwarte hoed (7) [= De sneeuwman/sneeuwpop (6) heeft een zwarte hoed (7) op].

    g) De sneeuwman/sneeuwpop (6) houdt een oude bezem (8) in zijn linkerhand.

    h) De jongeman heeft een wollen muts (9) op.

    i) Hij heeft ook een skibril (10) op.

    j) Deze jongeman die aan skiën doet, is een skiër (11).

    k) Hij houdt een skistok (12) in elke hand.

    l) Hij draagt ook paarse skischoenen (13) [= Hij heeft ook paarse skischoenen (13) aan].

    m) Om over de sneeuw te kunnen glijden, heeft de jongeman zijn ski's/skilatten (14) aangedaan/aangetrokken.

    n) Hij daalt de steile helling (15) af.

    o) Het jongetje draagt een wollen muts (9) met een pompon (16).

    p) Hij glijdt op/met de slee (17) naar beneden.

    q) Hij heeft zijn groene wanten (18) aangedaan/aangetrokken om zijn handen te beschermen tegen de kou.

    ---------------

    exercices lexicaux,woordenschatoefeningen,séquence pédagogique,leersequentie,sports d'hiver,vacances de neige,wintersport(vakantie),noël,kerstmisDocument 'Wintersport(vakantie) / Sports d'hiver, vacances de neige' - PDF

    Woordenschatoefening - wintersport.pdf

     

  • Exercice de vocabulaire : 'Kerstmis, kerst, kerstfeest, kerstavond' (Noël, fête de Noël, réveillon de Noël) / néerlandais

    • Thème : Noël, fête de Noël, réveillon de Noël / Thema : Kerstmis, kerst, kerstfeest, kerstavond

    • Exercice de vocabulaire néerlandais / Woordenschatoefening Nederlands

    • Suite du dossier 'Kerst- en nieuwjaarswensen' / Vervolg van het dossier 'Kerst- en nieuwjaarswensen'

    • Séquence pédagogique / Leerseqentie

    • Niveaux : 4N1, 5N2 / Niveaus : 4N1, 5N2

    ---------------

    exercices lexicaux,woordenschatoefeningen,séquence pédagogique,leersequentie,noël,kerstmis,voeux de noël et de nouvel an,kerst- en nieuwjaarswensen

     Molen in de sneeuw, Henri Cassiers 

    exercices lexicaux,woordenschatoefeningen,séquence pédagogique,leersequentie,noël,kerstmis,voeux de noël et de nouvel an,kerst- en nieuwjaarswensen

    http://wetensaardigheden.blogspot.nl/2008/11/nog-een-henri-cassiers-te-koop.html

    ---------------

    Woordenschatoefening : vul in met behulp van de afbeelding. Gebruik een woordenboek als het nodig is. / Exercice de vocabulaire : complète à l'aide de l'illustration. Utilise un dictionnaire si c'est nécessaire.

    exercices lexicaux,woordenschatoefeningen,séquence pédagogique,leersequentie,noël,kerstmis,voeux de noël et de nouvel an,kerst- en nieuwjaarswensen

     Tekening / Dessin : Alain Roussel

     

    Het is kerstavond. De hele .................... (5) Vandenberghe staat naast de (10) .................... . De opa/grootvader, de oma/grootmoeder, de vader, de moeder en de kinderen luisteren naar de muziek die uit de (18) .................... komt en zingen een kerstliedje. In de (10) .................... hangen (6) ..................... , (7) .................... en (8) .................... . Er zit een (4) .................... boven op de (10) .................... . De elektrische (3) .................... geven een zacht, diffuus licht voor een gezellige sfeer. De kerstman heeft (14) .................... gebracht voor de kinderen : de jongste jongen krijgt een (9) ..................... , de oudere jongen krijgt een (12) ..................... en het meisje een blauwe (13) ..................... . Daarna gaan ze aan tafel zitten. De tafel is feestelijk gedekt : er staan kristallen (16) ...................... en een (15) ..................... champagne ; er ligt een (11) ..................... en ook een schaal met lekkere (17) .................... . De kinderen eten die graag. Tegen elf uur zullen ze naar bed gaan, maar de ouders en grootouders zullen wat later gaan slapen : ze zijn van plan naar een (1) .................... op de (2) .................... te kijken.

    Woordenschat:

    de kertsman : le Père Noël / De tafel is feestelijk gedekt : La table des grands jours est dressée, la table est dressée d'une manière festive / de schaal : le plat / tegen 11 uur : vers 11 heures / van plan zijn .... + te + infinitief : avoir l'intention + te + infinitif ...

    ---------------

    exercices lexicaux,woordenschatoefeningen,séquence pédagogique,leersequentie,noël,kerstmis,voeux de noël et de nouvel an,kerst- en nieuwjaarswensen

    Exercice lexical 'Kerstmis, kerst, kerstfeest, kerstavond' sur :

    exercices lexicaux,woordenschatoefeningen,séquence pédagogique,leersequentie,noël,kerstmis,voeux de noël et de nouvel an,kerst- en nieuwjaarswensenhttps://fr.pinterest.com/pin/319051954831545171/

     

    ---------------

    exercices lexicaux,woordenschatoefeningen,séquence pédagogique,leersequentie,noël,kerstmis,voeux de noël et de nouvel an,kerst- en nieuwjaarswensen
    Oplossing : volledige tekst / Solution : texte complet

     

    Het is kerstavond. De hele familie Vandenberghe staat naast de kerstboom/dennenboom. De opa/grootvader, de oma/grootmoeder, de vader, de moeder en de kinderen luisteren naar de muziek die uit de cd-speler komt en zingen een kerstliedje. In de kerstboom hangen kerstballen, kerstklokken en (kerst)slingers. Er zit een ster boven op de kerstboom. De elektrische kaarsen geven een zacht, diffuus licht voor een gezellige sfeer. De kerstman heeft cadeautjes gebracht voor de kinderen : de jongste jongen krijgt een treintje, de oudere jongen krijgt een voetbal en het meisje een blauwe handtas. Daarna gaan ze aan tafel zitten. De tafel is feestelijk gedekt : er staan kristallen glazen en een fles champagne, er ligt een kersttaart en ook een schaal met lekkere koekjes. De kinderen eten die graag. Tegen elf uur zullen ze naar bed gaan, maar de ouders en grootouders zullen wat later gaan slapen : ze zijn van plan naar een kerstprogramma op de televisie te kijken.

    ---------------

    exercices lexicaux,woordenschatoefeningen,séquence pédagogique,leersequentie,noël,kerstmis,voeux de noël et de nouvel an,kerst- en nieuwjaarswensenDocument 'Kerstmis, kerst, kerstfeest, kerstavond' - format PDF

    Kerstmis (de).pdf