Grammaire néerlandaise : points particuliers - Page 3

  • Onvoltooid verleden toekomende tijd (o.v.t.t.), conditionalis (presens); conditionnel présent / gebruik; emploi / grammatica, spraakkunst; grammaire / Nederlands; néerlandais

    • Le conditionnel présent / de onvoltooid verleden toekomende tijd (o.v.t.t.), de conditionalis (presens)

    • Variantes non officielles : ovtt, O.V.T.T., OVTT, O.V.Tk.T, OVTkT / Niet-officiële varianten: ovtt, O.V.T.T., OVTT, O.V.Tk.T, OVTkT

    • Emploi de 'zou(den) + infinitif' / Gebruik van 'zou(den)' + infinitief'

    • Grammaire néerlandaise / Nederlandse spraakkunst, Nederlandse grammatica

    ---------------

    grammaire (théorie),conditionnel présent,conditionalis,o.v.t.t. (onvoltooid verleden toekomende tijd)

     Vredespaleis in Den Haag (Nederland)

    vocabulaire,woordenschat,delen van de dag,parties du jour,middag,midi,après-midi,namiddag,voormiddag,matin,morgen,ochtend,avond

    https://upload.wikimedia.org/wikipedia/commons/2/26/Vredespaleis_in_de_sneeuw_2005.jpg

    ---------------

    Conditionalis (presens)
    Onvoltooid verleden toekomende tijd, o.v.t.t.

    GEBRUIK

    Je twijfelt :

    - je vraagt je iets af, je vermoedt iets :

    Hoe laat zou het zijn?
    Zouden ze eraan denken?
    Hij zou met de trein van 8 uur aankomen, maar ik zie hem nergens.
    Wat is hij afgevallen! Zou hij zorgen hebben?

    - je hebt iets horen zeggen :

    Zijn ouders zouden hem naar een kostschool sturen. [Dat heb ik horen zeggen.]
    Onze buren zouden naar Frankrijk verhuizen. [Dat heb ik horen zeggen.]

     

    Je geeft een mening :

    - een gematigde bewering, suggestie (soms in de vorm van een vraag) :

    Lea zou misschien ook meegaan.
    U zou wat minder moeten drinken.
    Je zou eens nieuwe sportschoenen moeten kopen!
    Zou het niet makkelijker zijn om zonder auto naar uw werk te wandelen?
    Zou het niet slimmer zijn om haar moeder op de hoogte te stellen?
    Zou het niet makkelijker zijn als je een potlood gebruikte?

     

    - een gematigd verlangen, een wens, een beleefd verzoek (vaak met het bijwoord graag of liever) :

    Ik zou graag met u praten.
    Ik zou graag met u willen praten.
    Hij zou graag naar Italië gaan.
    Hij zou graag naar Italië willen gaan.
    Ik zou graag een kopje thee lusten.
    Wij zouden graag eens op vakantie gaan.
    Ik zou u graag iets willen vragen (= ik wou u graag iets vragen).
    Ik zou hem graag spreken.
    Ik zou graag een retrourtje Den Haag willen.
    Hij zou liever in Brussel willen wonen.


    - een advies, een raad (vaak met de woorden best of beter) :

    Je zou best een taxi naar huis kunnen nemen.
    Je zou beter de waarheid vertellen!

     

    Je drukt een voorwaarde, een onwerkelijkheid uit [hypothese / irrealis] :

    Als ik rijk was, zou ik hem helpen.
    Als ik hem was, zou ik niet antwoorden.
    Als zij het wist, zou ze heel boos zijn.
    Als ik tijd zou hebben, zou ik vaker koken.


    Je hebt een plan of een idee dat in het verleden werd gemaakt; men heeft iets afgesproken :

    Ze zouden hem op tijd wakker maken. [zo was het afgesproken]
    Ik zou haar om een uur of elf ophalen. [zo was het afgesproken]
    We zouden om 8 uur eten. [zo was het afgesproken]
    We zouden hen om 6 uur ontmoeten. [zo was het afgesrpoken]

     

    Je spreekt over iets onvermijdelijks :

    Hij zou zijn ouders niet weerzien.
    Ze zou haar broer nooit terugzien.

     

    Je bent op het punt iets te doen, je bent van plan iets te doen (in het verleden / met de woorden : juist, net / gevolgd door de bijzin : toen .....)

    Wij zouden juist instappen, toen de trein wegreed. [ = Wij wilden juist instappen, toen de trein wegreed.]
    Ik zou net uitgaan, toen de telefoon rinkelde. [= Ik wilde net uitgaan, toen de telefoon rinkelde.]

     

    Je gebruikt een bijzin :

    - voor iets dat moet gebeuren na een bepaald moment in het verleden :
    [hoofdzin in het verleden / bijzin : dat ........ zou + infinitief]

    Hij beloofde me dat hij zou meedoen.
    Ik was bang dat hij zou vertrekken.
    Ze had altijd gezegd dat ze zou terugkomen.

     

    - Met 'opdat' (schrijftaal, formele taal) om een wens of een doel aan te duiden :
    (spreektaal, informele taal : 'zodat' / 'om ........ te + infinitief' in plaats van 'opdat'
    [gewoonlijk hoofdzin in het verleden / bijzin : opdat ........ zou + infinitief]

    Hij haastte zich opdat hij de trein zou halen.
    Ze beloofden er alles aan te doen opdat het niet meer zou gebeuren.
    Ze zette een glas op het blad opdat het niet zou wegwaaien.

     

    - Voor een concessie of een toegeving met '(ook) al' (+ 'toch' in de hoofdzin) :

    (Ook) al was hij zeer rijk, hij zou je (toch) geen cent geven.
    (Ook) al was hij zeer rijk, toch zou hij je geen cent geven.
    Hij zou je geen cent geven, (ook) al was hij zeer rijk.

    (Ook) al wist ik het, ik zou het (toch) niet zeggen.
    (Ook) al wist ik het, toch zou ik het niet zeggen.
    Ik zou het niet zeggen, (ook) al wist ik het.

    (Ook) al zou hij aardig zijn, ik zou hem toch niet helpen.
    (Ook) al zou hij aardig zijn, toch zou ik hem niet helpen.
    Ik zou hem niet helpen, (ook) al zou hij aardig zijn.

    (Ook) al zouden we onder druk zijn, we zouden het toch nooit toegeven.
    (Ook) al zouden we onder druk zijn, toch zouden we het nooit toegeven.
    We zouden het nooit toegeven, (ook) al zouden we onder druk zijn.

    ---------------

    Conditionnel présent en néerlandais

    EMPLOI

    Tu doutes :

    - tu te demandes quelque chose, tu supposes quelque chose :

    Hoe laat zou het zijn?
    Zouden ze eraan denken?
    Hij zou met de trein van 8 uur aankomen, maar ik zie hem nergens.
    Wat is hij afgevallen! Zou hij zorgen hebben?

    - tu as entendu dire quelque chose :

    Zijn ouders zouden hem naar een kostschool sturen[Dat heb ik horen zeggen.]
    Onze buren zouden naar Frankrijk verhuizen. [Dat heb ik horen zeggen.]

     

    Tu donnes un avis :

    - une affirmation modérée, une suggestion (parfois sous la forme d'une question) :

    Lea zou misschien ook meegaan.
    U zou wat minder moeten drinken.
    Je zou eens nieuwe sportschoenen moeten kopen!
    Zou het niet makkelijker zijn om zonder auto naar uw werk te wandelen?
    Zou het niet slimmer zijn om haar moeder op de hoogte te stellen?
    Zou het niet makkelijker zijn als je een potlood gebruikte?

     

    - un désir modéré, un souhait, une demande polie (souvent avec l'adverbe graag of liever) :

    Ik zou graag met u praten.
    Ik zou graag met u willen praten.
    Hij zou graag naar Italië gaan.
    Hij zou graag naar Italië willen gaan.
    Ik zou graag een kopje thee lusten.
    Wij zouden graag eens op vakantie gaan.
    Ik zou u graag iets willen vragen (= ik wou u graag iets vragen).
    Ik zou hem graag spreken.
    Ik zou graag een retrourtje Den Haag willen.
    Hij zou liever in Brussel willen wonen.


    - Un conseil, une recommandation (souvent avec les mots best ou beter) :

    Je zou best een taxi naar huis kunnen nemen.
    Je zou beter de waarheid vertellen!

     

    Tu exprimes une condition, une irréalité [hypothèse / expression de l'imaginaire] :

    Als ik rijk was, zou ik hem helpen.
    Als ik hem was, zou ik niet antwoorden.
    Als zij het wist, zou ze heel boos zijn.
    Als ik tijd zou hebben, zou ik vaker koken.


    Tu as un projet ou une idée qui a été conçu(e) dans le passé; on a convenu de quelque chose :

    Ze zouden hem op tijd wakker maken. [zo was het afgesproken]
    Ik zou haar om een uur of half ophalen. [zo was het afgesproken]
    We zouden om 8 uur eten. [zo was het afgesproken]
    We zouden hen om 6 uur ontmoeten. [zo was het afgesrpoken]

     

    Tu parles d'une fatalité, d'un fait accompli :

    Hij zou zijn ouders niet weerzien.
    Ze zou haar broer nooit terugzien.

     

    Tu es sur le point de faire quelque chose, tu as l'intention de faire quelque chose (dans le passé / avec les mots : juist, net / proposition principale suivie de la subordonnée : toen .....)

    Wij zouden juist instappen, toen de trein wegreed. [ = Wij wilden juist instappen, toen de trein wegreed.]
    Ik zou net uitgaan, toen de telefoon rinkelde. [= Ik wilde net uitgaan, toen de telefoon rinkelde.]

     

    Tu utilises une subordonnée :

    - pour quelque chose qui doit se passer après un certain laps de temps dans le passé :
    [proposition principale dans un temps du passé / subordonnée : dat ........ zou + infinitief]

    Hij beloofde me dat hij zou meedoen.
    Ik was bang dat hij zou vertrekken.
    Ze had altijd gezegd dat ze zou terugkomen.

     

    - Avec 'opdat' (langue écrite, langue formelle) om een wens of een doel aan te duiden :
    (langue parlée, langue informelle : 'zodat' / 'om ...... te + infinitief' au lieu de 'opdat') :
    [généralement proposition principale dans un temps du passé / subordonnée : opdat ........ zou + infinitief]

    Hij haastte zich opdat hij de trein zou halen.
    Ze beloofden er alles aan te doen opdat het niet meer zou gebeuren.
    Ze zette een glas op het blad opdat het niet zou wegwaaien.

     

    - Pour une concession avec '(ook) al' (+ 'toch' dans la proposition principale) :

    (Ook) al was hij zeer rijk, hij zou je (toch) geen cent geven.
    (Ook) al was hij zeer rijk, toch zou hij je geen cent geven.
    Hij zou je geen cent geven, (ook) al was hij zeer rijk.

    (Ook) al wist ik het, ik zou het (toch) niet zeggen.
    (Ook) al wist ik het, toch zou ik het niet zeggen.
    Ik zou het niet zeggen, (ook) al wist ik het.

    (Ook) al zou hij aardig zijn, ik zou hem toch niet helpen.
    (Ook) al zou hij aardig zijn, toch zou ik hem niet helpen.
    Ik zou hem niet helpen, (ook) al zou hij aardig zijn.

    (Ook) al zouden we onder druk zijn, we zouden het toch nooit toegeven.
    (Ook) al zouden we onder druk zijn, toch zouden we het nooit toegeven.
    We zouden het nooit toegeven, (ook) al zouden we onder druk zijn.

    ---------------

    vocabulaire,woordenschat,delen van de dag,parties du jour,middag,midi,après-midi,namiddag,voormiddag,matin,morgen,ochtend,avondDocument 'Conditionalis (presens), o.v.t.t.' sur:

    vocabulaire,woordenschat,delen van de dag,parties du jour,middag,midi,après-midi,namiddag,voormiddag,matin,morgen,ochtend,avond

    https://fr.pinterest.com/docNLDS/nederlandse-spraakkunst-grammatica-grammaire-néerl/

     

    vocabulaire,woordenschat,delen van de dag,parties du jour,middag,midi,après-midi,namiddag,voormiddag,matin,morgen,ochtend,avondvocabulaire,woordenschat,delen van de dag,parties du jour,middag,midi,après-midi,namiddag,voormiddag,matin,morgen,ochtend,avond

    Documents 'Conditionalis (presens), o.v.t.t.' à consulter dans la collection Google+ Grammatica & oefeningen : https://plus.google.com/collection/AmgXfB

     

     

    vocabulaire,woordenschat,delen van de dag,parties du jour,middag,midi,après-midi,namiddag,voormiddag,matin,morgen,ochtend,avond

    Document 'Conditionalis (presens), o.v.t.t.' - Format PDF :

    Conditionalis (presens), o.v.t.t..pdf

     

    ---------------

    BRONNEN / SOURCES

    Het verbum = de actie, De conditionalis presens (= de o.v.t.t., de onvoltooid verleden toekomende tijd), slideshow, Nederlandse Academie : 

    http://docplayer.nl/2755750-1-het-verbum-de-actie-1-1-het-presens-o-t-t.html

    ~

    J. Van Mulders, W. Chrispeels, Grammaire néerlandaise, Didier, Bruxelles

    A. M. Fontein, A. Pescher - ter Meer, Nederlandse Grammattica voor Anderstaligen, Nederlands Centrum Buitenlanders, Utrecht

    J. Van Craen, Beter Nederlands, De Sikkel, Kapellen

    P. Verbanck, Beknopte Nederlandse Grammatica, Uitgeverij De Nederlandsche Boekhandel, Antwerpen

    R. Henrad, Grammaire du néerlandais, De Sikkel, Anvers

    Van Dale, Grammatica Nederlands (NT2), Glashelder overzicht op elk taalniveau, Utrecht

    Ghislain Vandevyvere, Guide de grammaire néerlandaise, A. De Boeck, Bruxelles

    Carola Henn, Joseph Vromans, Henny-Annie Bijleveld, Pratique du néerlandais de A à Z, Didier Hatier, Bruxelles

    F. Bruffaerts, F. Du Mong, Grammaire de référence du néerlandais contemporain, A Claire-Voie, Van In, Lier

  • Hoe druk je de toekomst uit?; comment exprime-t-on le futur? / onvoltooid tegenwoordig toekomende tijd (o.t.t.t.), futurum; futur simple / grammatica, spraakkunst; grammaire / Nederlands; néerlandais

    • Le futur simple / de onvoltooid tegenwoordig toekomende tijd (o.t.t.t.), het futurum, de toekomende tijd, de toekomst

    • Variantes non officielles : ottt, O.T.T.T., OTTT, O.Tk.T., OTkT / Niet-officiële varianten : ottt, O.T.T.T., OTTT, O.Tk.T., OTkT 

    • Emploi de 'zullen + infinitif' / Gebruik van 'zullen + infinitief'.

    • Indicatif présent / De onvoltooid tegenwoordige tijd (o.t.t.), de presens

    • grammaire néerlandaise / Nederlandse spraakkunst, Nederlandse grammatica

    ---------------

    grammaire (théorie),spraakkunst (theorie),futur simple,futurum,o.t.t.t. (onvoltooid tegenwoordig toekomende tijd)

    Stormvloedkering Oosterschelde

    grammaire (théorie),spraakkunst (theorie),futur simple,futurum,o.t.t.t. (onvoltooid tegenwoordig toekomende tijd) https://commons.wikimedia.org/wiki/Category:Oosterscheldekering

    ---------------

    Hoe druk je de toekomst uit?

    1. Onvotooid tegenwoordige tijd (o.t.t.)/presens voor iets dat in de toekomst zal gebeuren :

    Ik kom bij je als je in bed ligt.
    Ik word volgende maand 22 jaar.
    Morgen vertrekt hij naar Engeland.
    Misschien krijg ik dan wel geld om te shoppen.
    De trein vertrekt over tien minuten.

    De constructie zullen + infinitief kan meestal worden vervangen door een onvoltooid tegenwoordige tijd (o.t.t.) (presens).

    Hij belt me morgen op. [= Hij zal me morgen opbellen].
    Ze komt vast (wel) te laat.
    [= Ze zal vast (wel) te laat komen.]

     

    2. Zullen + infinitief

    a) iets dat in de toekomst zal gebeuren :
    (zullen + infinitief wordt in dit geval weinig gebruikt → liever een o.t.t. of presens gebruiken!)

    Volgende week zullen wij u daarover informeren.
    → Volgende week informeren wij u daarover.
    Eind april zal het café opnieuw open zijn.
    → Eind april is het café opnieuw open.

    b) nabije toekomst :

    Ik zal ook mijn haar kammen.
    Zal je nu eens luisteren?
    Ik zal je nu eens wat vertellen!
    Vandaag zullen we het hebben over criminaliteit.

    c) in specifieke contexten :

    ► suggestie, voorstel, plan, verzoek :

    Zal ik het raam dichtdoen?
    [Wil je dat ik het raam dichtdoe?]
    Zullen we naar het strand gaan?
    [Willen jullie dat we naar het strand gaan?]
    Zal ik de tafel dekken?
    [Wil je dat ik de tafel dek?]

    ► belofte :

    Ik zal mijn kamer opruimen.
    Ik zal het nooit meer doen!
    Ik zal hem altijd trouw blijven.

    ► verontrusting, bezorgdheid :
    (zullen + infinitief, vaak met 'maar, toch, toch maar')

    Ze zal toch niet ziek zijn!
    Het zal je toch maar overkomen!
    Je zult maar je baan verliezen!

    ► verplichting, verbod

    Jij zal je huiswerk maken!
    Je zult dat doen, of je nou zin hebt of niet !
    Je zal toch niet bij die hond gaan zitten!

    ► naar wensen (van klanten, van iemand) informeren :

    Wat zal het zijn, meneer?
    [= Waarmee kan ik u helpen, meneer?]
    Zal het passen bij uw budget?
    Welke oplossing zal je het beste helpen?

    ► gebod

    Je zult niet stelen.

    ► zekerheid (dat iets zal gebeuren) :

    Je zal dat geld nog nodig hebben.
    Dat zal heel moeilijk zijn!

    ► waarschijnlijkheid (iets dat bijna zeker zal gebeuren) :
    (zullen + wel/vast/vast wel/waarschijnlijk + infinitief)

    Het zal wel waar zijn!
    Maar hij zal wel een reden hebben!
    Hij zal vast een plan hebben.
    Ze zal vast wel langskomen.
    Ze zullen waarschijnlijk de eersten zijn.

    ► voorwaardelijke zin :

    Als het regent, zullen we onze plannen moeten veranderen.

     

    3. Gaan + infinitief

    a) iets dat in de toekomst zal gebeuren :

    Ga je weer in een restaurant werken?
    [= zal je weer in een restaurant werken?]
    Zondag ga ik een taart bakken.
    Het gaat morgen sneeuwen.
    Wij gaan volgend jaar een nieuwe auto kopen.

    b) begin van een actie :

    Nu gaan jullie echt slapen!
    Hij gaat meteen de afwas doen.

    Pas op! : het werkwoord (het verbum) 'gaan' kan ook een verplaatsing aanduiden :

    Het is mooi weer, dus we gaan in het park eten.
    We gaan langs de rivier wandelen.
    Na de lunch gaan jullie omkleden in sportkleding in jullie eigen kamer.

    ---------------

    Comment exprimer le futur?

    1. Indicatif présent pour un événement qui se déroulera dans le futur.

    Ik kom bij je als je in bed ligt.
    Ik word volgende maand 22 jaar.
    Morgen vertrekt hij naar Engeland.
    Misschien krijg ik dan wel geld om te shoppen.
    De trein vertrekt over tien minuten.

    La construction zullen + infinitif peut être remplacée la plupart du temps par un présent.

    Hij belt me morgen op. [= Hij zal me morgen opbellen].
    Ze komt vast (wel) te laat.
    [= Ze zal vast (wel) te laat komen.]

     

    2. Zullen + infinitif

    a) un événement qui se produira dans le futur :
    (Dans ce cas, zullen + infinitif n'est pas utilsée fréquemment → utiliser de préférence un présent!)

    Volgende week zullen wij u daarover informeren.
    → Volgende week informeren wij u daarover.
    Eind april zal het café opnieuw open zijn.
    → Eind april is het café opnieuw open.

    b) futur proche

    Ik zal ook mijn haar kammen.
    Zal je nu eens luisteren?
    Ik zal je nu eens wat vertellen!
    Vandaag zullen we het hebben over criminaliteit.

    c) in specifieke contexten :

    ► suggestion, proposition, projet, requête :

    Zal ik het raam dichtdoen?
    [Wil je dat ik het raam dichtdoe?]
    Zullen we naar het strand gaan?
    [Willen jullie dat we naar het strand gaan?]
    Zal ik de tafel dekken?
    [Wil je dat ik de tafel dek?]

    ► promesse:

    Ik zal mijn kamer opruimen.
    Ik zal het nooit meer doen!
    Ik zal hem altijd trouw blijven.

    ► inquiétude, préoccupation :
    ('zullen + infinitief', souvent avec 'maar, toch, toch maar')

    Ze zal toch niet ziek zijn!
    Het zal je toch maar overkomen!
    Je zult maar je baan verliezen!

    ► obligation, interdiction :

    Jij zal je huiswerk maken!
    Je zult dat doen, of je nou zin hebt of niet !
    Je zal toch niet bij die hond gaan zitten!

    ► s'enquérir des souhaits (de clients, de quelqu'un) :

    Wat zal het zijn, meneer?
    [= Waarmee kan ik u helpen, meneer?]
    Zal het passen bij uw budget?
    Welke oplossing zal je het beste helpen?

    ► injonction :

    Je zult niet stelen.

    ► certitude (que quelque chose va se produire) :

    Je zal dat geld nog nodig hebben.
    Dat zal heel moeilijk zijn!

    ► probabilité (événement dont on est sûr qu'il va pratiquement se produire) waar :
    (zullen + wel/vast/vast wel/waarschijnlijk + infinitief)

    Het zal wel waar zijn!
    Maar hij zal wel een reden hebben!
    Hij zal vast een plan hebben.
    Ze zal vast wel langskomen.
    Ze zullen waarschijnlijk de eersten zijn.

    ► proposition conditionnelle :

    Als het regent, zullen we onze plannen moeten veranderen.

     

    3. Gaan + infinitief

    a) un événement qui va se produire dans le futur :

    Ga je weer in een restaurant werken?
    [= zal je weer in een restaurant werken?]
    Zondag ga ik een taart bakken.
    Het gaat morgen sneeuwen.
    Wij gaan volgend jaar een nieuwe auto kopen.

    b) début d'une action begin :

    Nu gaan jullie echt slapen!
    Hij gaat meteen de afwas doen.

    Attention! : le verbe 'gaan' peut également indiquer un déplacement :

    Het is mooi weer, dus we gaan in het park eten.
    We gaan langs de rivier wandelen.
    Na de lunch gaan jullie omkleden in sportkleding in jullie eigen kamer.

    ---------------

    exercices grammaticaux,grammatica-oefeningen,futur simple,onvoltooid tegenwoordig toekomende tijd,o.t.t.t.,futurumDocument 'Hoe druk je de toekomst uit?' en format JPEG sur

    exercices grammaticaux,grammatica-oefeningen,futur simple,onvoltooid tegenwoordig toekomende tijd,o.t.t.t.,futurumHoe druk je de toekomst uit (A)

     

    exercices grammaticaux,grammatica-oefeningen,futur simple,onvoltooid tegenwoordig toekomende tijd,o.t.t.t.,futurumexercices grammaticaux,grammatica-oefeningen,futur simple,onvoltooid tegenwoordig toekomende tijd,o.t.t.t.,futurum

    Document 'Hoe druk je de toekomst uit' à consulter dans la collection Google+ : Grammatica & oefeningen Nederlands : Hoe druk je de toekomst uit? (A)

     

     

    grammaire (théorie),spraakkunst (theorie),futur simple,futurum,o.t.t.t. (onvoltooid tegenwoordig toekomende tijd)

    Document 'Hoe druk je de toekomst uit' en format PDF :

    Hoe druk je de toekomst uit.pdf

     

    ---------------

    BRONNEN / SOURCES

    Grammatica : werkwoordstijden – toekomende tijd – uitleg, Taalgroepnl.nl :

    http://taalgroepnl.nl/wp-content/uploads/2015/09/werkwoorden-toekomende-tijd-uitleg.pdf

    E. Ruelens, Onvoltooid toekomende tijd :

    http://oefeningbaartkunst.weebly.com/uploads/1/5/4/0/15402300/onvoltooid_toekomende_tijd.pdf

    UCL, Gramlink, Nederlands, Basismorfologie, Onvoltooid Toekomende Tijd, Futurum :

    http://sites.uclouvain.be/gramlink/Gramlink-NL/morfologie/pdf/m_nl_01_ww_01_03_otkt.pdf

    Video, dedigitaledocent, zullen of zouden? :

    https://www.youtube.com/watch?v=2IFojmOxGpY

    Multigram, Futur simple (forme, emploi) :

    http://multigram.ulb.ac.be/nld/Futur_simple_(forme,_emploi)

    ◊◊◊◊◊◊ 

    J. Van Mulders, W. Chrispeels, Grammaire néerlandaise, Didier, Bruxelles

    R. Henrard, Grammaire du néerlandais, De Sikkel, Anvers

    Ghislain Vandevyvere, Guide de grammaire néerlandaise, A. De Boeck, Bruxelles

    A.M. Fontein, A. Pescher – ter Meer, Nederlandse Grammatica voor Anderstaligen, Nederlands Centrum Buitenlanders, Utrecht

    Van Dale, Robertha Huitema, Grammatica Nederlands (NT2), Glashelder overzicht op elk taalniveau, Utrecht

    Carola Henne, Joseph Vromans, Henny-Annie Bijleveld, Didier Hatier, Bruxelles

    N. Léonard Tournay, E. Léonard, Le néerlandais fondamental, deuxième livre, Didier

    P. Verbanck, Beknopte Nederlandse Grammatica, De Nederlandsche Boekhandel, Antwerpen

    J. Van Craen, Beter Nederlands, De Sikkel, Kapellen