Grammaire néerlandaise : exercices - Page 4

  • Exercice grammatical - bezittelijke voornaamwoorden (possessief pronomen) : bijvoeglijke vormen; adjectifs possessifs / grammatica-oefening / néerlandais; Nederlands

    • Adjectifs possessifs : zijn, haar, ons, onze / Bezittelijke voornaamwoorden (possessief pronomen) - bijvoeglijke vormen : zijn, haar, ons, onze

    • Grammaire néerlandaise : exercice grammatical / Nederlandse grammatica, Nederlandse spraakkunst : grammaticale oefening

    • Niveaux : 4N1, 4N2 / Niveaus : 4N1, 4N2

    ---------------

    grammatica-oefeningen,exercices grammaticaux,bezittelijke voornaamwoorden,possessief pronomen,adjectifs possessifs

     Torensluis, Sal Meijer (1878-1965), Amsterdams stadsgezicht 

    grammatica-oefeningen,exercices grammaticaux,bezittelijke voornaamwoorden,possessief pronomen,adjectifs possessifs http://bertiebo.blogspot.nl/2013/01/sal-meijer.html

    ----------------

    Grammatica-oefening : bezittelijke voornaamwoorden (possessief pronomen) -

    bijvoeglijke vormen

    Exercice grammatical : adjectifs possessifs

    zijn, haar, ons, onze

     

    A. Vervang de cursief gedrukte woorden door een formulering met een bezittelijk voornaamwoord (possessief pronomen). / Remplace les mots en italique par une formulation contenant un adjectif possessif.

    Bijvoorbeeld :

    De slaapkamer van mijn zoon is heel ruim. Zijn slaapkamer is heel ruim.

     

    01. De krant van moeder ligt daar nog op de tafel.

    …................................................................................................................

    02. De koffie van Truus vind ik niet lekker : hij is niet sterk genoeg.

    …................................................................................................................

    03. De auto van onze broer ziet er heel oud uit !

    ….................................................................................................................

    04. Het zusje van Marjolein is nog te jong om naar de discotheek te gaan.

    ….................................................................................................................

    05. Ik vind dat de hond van Henk niet erg mooi is.

    ….................................................................................................................

    06. De flat van Leentje is helemaal niet praktisch.

    ….................................................................................................................

    07. Het salontafeltje van Gert staat naast de glazen kast.

    …..................................................................................................................

    08. Ik heb de fiets van mijn zwager uit het schuurtje gehaald.

    …..................................................................................................................

    09. Ze klagen over het vervelende gedrag van de buurman.

    …..................................................................................................................

    10. Luister naar de raad van de verkoopster !

    …..................................................................................................................

    Woordenschat :

    ruim : spacieux / de schuur : la remise / klagen over : se plaindre de

     

    B. Vul aan met ons of onze. / Complète à l'aide de ons ou onze.

     

    01. Op …............ weblog kan iedereen die het leuk vindt, …............. reis volgen.

    02. …............. hotel bevindt zich in de oude binnenstad.

    03. Hij zal de put ingaan om …............. hond te redden.

    04. In …............ leven hebben we al veel ongeluk gekend.

    05. Wilt u …............. keuken eens zien ?

    06. We hebben …............ meubels tweedehands gekocht.

    07. We zijn echt tevreden over …............ verblijf in Brugge !

    08. …............. kantoor is het hele jaar door open.

    09. Al …............ juwelen zijn met de hand gemaakt in …............. ateliers in België.

    10. Bij …............ aankomst in Utrecht was …............ vertraging opgelopen tot ruim 20 minuten.

    Woordenschat :

    zich bevinden (bevond, bevonden) : se trouver / de put : le puits / tweedehands : en seconde main / het verblijf : le séjour / het juweel : le bijou / oplopen : monter, atteindre / ruim 20 minuten : plus de 20 minutes

    ---------------

    grammatica-oefeningen,exercices grammaticaux,bezittelijke voornaamwoorden,possessief pronomen,adjectifs possessifsExercice de grammaire 'Bezittelijke voornaamwoorden : bijvoeglijke vormen' sur

    grammatica-oefeningen,exercices grammaticaux,bezittelijke voornaamwoorden,possessief pronomen,adjectifs possessifs

    https://fr.pinterest.com/pin/319051954832714370/

    https://fr.pinterest.com/pin/319051954832714385/

     

    ---------------

    grammatica-oefeningen,exercices grammaticaux,bezittelijke voornaamwoorden,possessief pronomen,adjectifs possessifsgrammatica-oefeningen,exercices grammaticaux,bezittelijke voornaamwoorden,possessief pronomen,adjectifs possessifs

     

    Exercice de grammaire 'Adjectifs possessifs' à consulter dans la communauté google+ : NEDERLANDS LEREN

    https://plus.google.com/u/0/communities/115632356935694181487/stream/9d5c4d19-790a-4d2c-ad67-3f3b3e263290

    ---------------

    grammatica-oefeningen,exercices grammaticaux,bezittelijke voornaamwoorden,possessief pronomen,adjectifs possessifs

    Oplossingen / Solutions

    A.

    01. Haar krant

    02. Haar koffie

    03. Zijn auto

    04. Haar zusje

    05. zijn hond

    06. Haar flat

    07. Zijn salontafeltje

    08. zijn fiets

    10. haar raad

     

    B.

    01. onze weblog / onze reis

    02. Ons hotel

    03. onze hond

    04. ons leven

    05. onze keuken

    06. onze meubels

    07. ons verblijf

    08. ons kantoor

    09. onze juwelen

    10. onze aankomst / onze vertraging

    ---------------

    grammatica-oefeningen,exercices grammaticaux,bezittelijke voornaamwoorden,possessief pronomen,adjectifs possessifsDocument 'Bezittelijke voornaamwoorden (possessief pronomen) : bijvoeglijke vormen' en format PDF :

    Exercice grammatical - adjectifs possessifs.pdf

     

  • Exercice grammatical : mots interrogatifs avec 'hoe'; vraagwoorden met 'hoe' / grammatica-oefening / Nederlands; néerlandais

    • Mots interrogatifs avec 'hoe' / Vraagwoorden met 'hoe' : hoezo?, hoever(re)?, hoelang?, hoeveel?, hoe lang?, hoe ver?, hoe duur?, hoe laat?, hoe hoog?, hoe vroeg, hoe dik, hoe breed?, hoe diep?

    • Grammaire néerlandaise : exercice grammatical / Nederlandse spraakkunst, Nederlandse grammatica : grammaticale oefening

    • Niveaux : 5N1, 5N2 / Niveaus : 5N1, 5N2

    ----------------

    grammatica-oefeningen,exercices grammaticaux,vraagwoorden met 'hoe',mots interrogatifs avec 'hoe'

    Op de Schaats, kaart, Kees Schut

    grammatica-oefeningen,exercices grammaticaux,vraagwoorden met 'hoe',mots interrogatifs avec 'hoe' https://fr.pinterest.com/pin/319051954832006796/

    ---------------

    Grammatica-oefening : vraagwoorden met hoe

    Exercice grammatical : mots interrogatifs avec hoe

    Kies het juiste vraagwoord [hoezo ?, hoever(re) ?, hoelang ?, hoeveel ?, hoe lang ?, hoe ver ?, hoe duur ?, hoe laat ?, hoe hoog ?, hoe vroeg ?, hoe dik?, hoe breed?, hoe diep?] in verband met de context.

    Chosis le mot interrogatif adéquat [hoezo ?, hoever(re) ?, hoelang ?, hoeveel ?, hoe lang ?, hoe ver ?, hoe duur ?, hoe laat ?, hoe hoog ?, hoe vroeg ?, hoe dik?, hoe breed?, hoe diep?] en fonction du contexte.

    01. …................. zijn de verzendkosten voor klanten in Nederland en België ?

    02. De woonkamer is 15 meter lang. Maar …................. is die ?

    03. …................. is de Noordzee op het diepste punt ?

    04. …................. is de kabel van de microfoon ?

    05. …................. kan een paard springen ?

    06. …................. zullen we nog moeten wachten ?

    07. …................. ? Gaan we niet met vakantie ?

    08. …................. sta jij 's morgens op ?

    09. …................. moet je teruggaan in het verleden om de oorzaken van het conflict te begrijpen.

    10. De geïsoleerde muur is 2 meter hoog en 6 meter lang. Maar …................. is die ?

    11. In …................. kunnen we hem helpen ?

    12. …................. begint de rondleiding in het museum ?

    13. Voor …................. kinderen moet je koken ?

    14. …................. is de toren van de basiliek ? 50 meter ? 65 meter ? 95 meter ?

    15. …................. is het naar het station ?

     

    Woordenschat :

    de verzendkosten : les frais d'expédition / het verleden : le passé / de oorzaak : la cause / de rondleiding : la visite guidée

    ---------------

    grammatica-oefeningen,exercices grammaticaux,vraagwoorden met 'hoe',mots interrogatifs avec 'hoe'Exercice grammatical 'Vraagwoorden met hoe' en format PNG sur

    grammatica-oefeningen,exercices grammaticaux,vraagwoorden met 'hoe',mots interrogatifs avec 'hoe'

    https://fr.pinterest.com/docNLDS/nederlandse-taaloefeningen-exercices-de-néerlandai/

     

    ---------------

    grammatica-oefeningen,exercices grammaticaux,vraagwoorden met 'hoe',mots interrogatifs avec 'hoe'grammatica-oefeningen,exercices grammaticaux,vraagwoorden met 'hoe',mots interrogatifs avec 'hoe'

     

     

     

    Exercice grammatical 'Vraagwoorden met hoe' à consulter dans la communauté Google+: NEDERLANDS LEREN

    https://plus.google.com/u/0/communities/115632356935694181487/stream/9d5c4d19-790a-4d2c-ad67-3f3b3e263290 

    ---------------

    grammatica-oefeningen,exercices grammaticaux,vraagwoorden met 'hoe',mots interrogatifs avec 'hoe'

    Oplossingen / Solutions

    01. Hoe duur zijn de verzendkosten voor klanten in Nederland en België ?

    02. De woonkamer is 15 meter lang. Maar hoe breed is die ?

    03. Hoe diep is de Noordzee op het diepste punt ?

    04. Hoe lang is de kabel van de microfoon ?

    05. Hoe hoog kan een paard springen ?

    06. Hoelang zullen we nog moeten wachten ?

    07. Hoezo ? Gaan we niet met vakantie ?

    08. Hoe vroeg sta jij 's morgens op ?

    09. Hoever moet je teruggaan in het verleden om de oorzaken van het conflict te begrijpen.

    10. De geïsoleerde muur is 2 meter hoog en 6 meter lang. Maar hoe dik is die ?

    11. In hoeverre kunnen we hem helpen ?

    12. Hoe laat begint de rondleiding in het museum ?

    13. Voor hoeveel kinderen moet je koken ?

    14. Hoe hoog is de toren van de basiliek ? 50 meter ? 65 meter ? 95 meter ?

    15. Hoe ver is het naar het station ?

    ---------------

    grammatica-oefeningen,exercices grammaticaux,vraagwoorden met 'hoe',mots interrogatifs avec 'hoe'

    Exercice grammatical 'Vraagwoorden met hoe' en format PDF

    Exercice grammatical - mots interrogatifs avec 'hoe'.pdf