• Onvoltooid verleden toekomende tijd (o.v.t.t.), conditionalis (presens); conditionnel présent / gebruik; emploi / grammatica, spraakkunst; grammaire / Nederlands; néerlandais

    • Le conditionnel présent / de onvoltooid verleden toekomende tijd (o.v.t.t.), de conditionalis (presens)

    • Variantes non officielles : ovtt, O.V.T.T., OVTT, O.V.Tk.T, OVTkT / Niet-officiële varianten: ovtt, O.V.T.T., OVTT, O.V.Tk.T, OVTkT

    • Emploi de 'zou(den) + infinitif' / Gebruik van 'zou(den)' + infinitief'

    • Grammaire néerlandaise / Nederlandse spraakkunst, Nederlandse grammatica

    ---------------

    grammaire (théorie),conditionnel présent,conditionalis,o.v.t.t. (onvoltooid verleden toekomende tijd)

     Vredespaleis in Den Haag (Nederland)

    vocabulaire,woordenschat,delen van de dag,parties du jour,middag,midi,après-midi,namiddag,voormiddag,matin,morgen,ochtend,avond

    https://upload.wikimedia.org/wikipedia/commons/2/26/Vredespaleis_in_de_sneeuw_2005.jpg

    ---------------

    Conditionalis (presens)
    Onvoltooid verleden toekomende tijd, o.v.t.t.

    GEBRUIK

    Je twijfelt :

    - je vraagt je iets af, je vermoedt iets :

    Hoe laat zou het zijn?
    Zouden ze eraan denken?
    Hij zou met de trein van 8 uur aankomen, maar ik zie hem nergens.
    Wat is hij afgevallen! Zou hij zorgen hebben?

    - je hebt iets horen zeggen :

    Zijn ouders zouden hem naar een kostschool sturen. [Dat heb ik horen zeggen.]
    Onze buren zouden naar Frankrijk verhuizen. [Dat heb ik horen zeggen.]

     

    Je geeft een mening :

    - een gematigde bewering, suggestie (soms in de vorm van een vraag) :

    Lea zou misschien ook meegaan.
    U zou wat minder moeten drinken.
    Je zou eens nieuwe sportschoenen moeten kopen!
    Zou het niet makkelijker zijn om zonder auto naar uw werk te wandelen?
    Zou het niet slimmer zijn om haar moeder op de hoogte te stellen?
    Zou het niet makkelijker zijn als je een potlood gebruikte?

     

    - een gematigd verlangen, een wens, een beleefd verzoek (vaak met het bijwoord graag of liever) :

    Ik zou graag met u praten.
    Ik zou graag met u willen praten.
    Hij zou graag naar Italië gaan.
    Hij zou graag naar Italië willen gaan.
    Ik zou graag een kopje thee lusten.
    Wij zouden graag eens op vakantie gaan.
    Ik zou u graag iets willen vragen (= ik wou u graag iets vragen).
    Ik zou hem graag spreken.
    Ik zou graag een retrourtje Den Haag willen.
    Hij zou liever in Brussel willen wonen.


    - een advies, een raad (vaak met de woorden best of beter) :

    Je zou best een taxi naar huis kunnen nemen.
    Je zou beter de waarheid vertellen!

     

    Je drukt een voorwaarde, een onwerkelijkheid uit [hypothese / irrealis] :

    Als ik rijk was, zou ik hem helpen.
    Als ik hem was, zou ik niet antwoorden.
    Als zij het wist, zou ze heel boos zijn.
    Als ik tijd zou hebben, zou ik vaker koken.


    Je hebt een plan of een idee dat in het verleden werd gemaakt; men heeft iets afgesproken :

    Ze zouden hem op tijd wakker maken. [zo was het afgesproken]
    Ik zou haar om een uur of elf ophalen. [zo was het afgesproken]
    We zouden om 8 uur eten. [zo was het afgesproken]
    We zouden hen om 6 uur ontmoeten. [zo was het afgesrpoken]

     

    Je spreekt over iets onvermijdelijks :

    Hij zou zijn ouders niet weerzien.
    Ze zou haar broer nooit terugzien.

     

    Je bent op het punt iets te doen, je bent van plan iets te doen (in het verleden / met de woorden : juist, net / gevolgd door de bijzin : toen .....)

    Wij zouden juist instappen, toen de trein wegreed. [ = Wij wilden juist instappen, toen de trein wegreed.]
    Ik zou net uitgaan, toen de telefoon rinkelde. [= Ik wilde net uitgaan, toen de telefoon rinkelde.]

     

    Je gebruikt een bijzin :

    - voor iets dat moet gebeuren na een bepaald moment in het verleden :
    [hoofdzin in het verleden / bijzin : dat ........ zou + infinitief]

    Hij beloofde me dat hij zou meedoen.
    Ik was bang dat hij zou vertrekken.
    Ze had altijd gezegd dat ze zou terugkomen.

     

    - Met 'opdat' (schrijftaal, formele taal) om een wens of een doel aan te duiden :
    (spreektaal, informele taal : 'zodat' / 'om ........ te + infinitief' in plaats van 'opdat'
    [gewoonlijk hoofdzin in het verleden / bijzin : opdat ........ zou + infinitief]

    Hij haastte zich opdat hij de trein zou halen.
    Ze beloofden er alles aan te doen opdat het niet meer zou gebeuren.
    Ze zette een glas op het blad opdat het niet zou wegwaaien.

     

    - Voor een concessie of een toegeving met '(ook) al' (+ 'toch' in de hoofdzin) :

    (Ook) al was hij zeer rijk, hij zou je (toch) geen cent geven.
    (Ook) al was hij zeer rijk, toch zou hij je geen cent geven.
    Hij zou je geen cent geven, (ook) al was hij zeer rijk.

    (Ook) al wist ik het, ik zou het (toch) niet zeggen.
    (Ook) al wist ik het, toch zou ik het niet zeggen.
    Ik zou het niet zeggen, (ook) al wist ik het.

    (Ook) al zou hij aardig zijn, ik zou hem toch niet helpen.
    (Ook) al zou hij aardig zijn, toch zou ik hem niet helpen.
    Ik zou hem niet helpen, (ook) al zou hij aardig zijn.

    (Ook) al zouden we onder druk zijn, we zouden het toch nooit toegeven.
    (Ook) al zouden we onder druk zijn, toch zouden we het nooit toegeven.
    We zouden het nooit toegeven, (ook) al zouden we onder druk zijn.

    ---------------

    Conditionnel présent en néerlandais

    EMPLOI

    Tu doutes :

    - tu te demandes quelque chose, tu supposes quelque chose :

    Hoe laat zou het zijn?
    Zouden ze eraan denken?
    Hij zou met de trein van 8 uur aankomen, maar ik zie hem nergens.
    Wat is hij afgevallen! Zou hij zorgen hebben?

    - tu as entendu dire quelque chose :

    Zijn ouders zouden hem naar een kostschool sturen[Dat heb ik horen zeggen.]
    Onze buren zouden naar Frankrijk verhuizen. [Dat heb ik horen zeggen.]

     

    Tu donnes un avis :

    - une affirmation modérée, une suggestion (parfois sous la forme d'une question) :

    Lea zou misschien ook meegaan.
    U zou wat minder moeten drinken.
    Je zou eens nieuwe sportschoenen moeten kopen!
    Zou het niet makkelijker zijn om zonder auto naar uw werk te wandelen?
    Zou het niet slimmer zijn om haar moeder op de hoogte te stellen?
    Zou het niet makkelijker zijn als je een potlood gebruikte?

     

    - un désir modéré, un souhait, une demande polie (souvent avec l'adverbe graag of liever) :

    Ik zou graag met u praten.
    Ik zou graag met u willen praten.
    Hij zou graag naar Italië gaan.
    Hij zou graag naar Italië willen gaan.
    Ik zou graag een kopje thee lusten.
    Wij zouden graag eens op vakantie gaan.
    Ik zou u graag iets willen vragen (= ik wou u graag iets vragen).
    Ik zou hem graag spreken.
    Ik zou graag een retrourtje Den Haag willen.
    Hij zou liever in Brussel willen wonen.


    - Un conseil, une recommandation (souvent avec les mots best ou beter) :

    Je zou best een taxi naar huis kunnen nemen.
    Je zou beter de waarheid vertellen!

     

    Tu exprimes une condition, une irréalité [hypothèse / expression de l'imaginaire] :

    Als ik rijk was, zou ik hem helpen.
    Als ik hem was, zou ik niet antwoorden.
    Als zij het wist, zou ze heel boos zijn.
    Als ik tijd zou hebben, zou ik vaker koken.


    Tu as un projet ou une idée qui a été conçu(e) dans le passé; on a convenu de quelque chose :

    Ze zouden hem op tijd wakker maken. [zo was het afgesproken]
    Ik zou haar om een uur of half ophalen. [zo was het afgesproken]
    We zouden om 8 uur eten. [zo was het afgesproken]
    We zouden hen om 6 uur ontmoeten. [zo was het afgesrpoken]

     

    Tu parles d'une fatalité, d'un fait accompli :

    Hij zou zijn ouders niet weerzien.
    Ze zou haar broer nooit terugzien.

     

    Tu es sur le point de faire quelque chose, tu as l'intention de faire quelque chose (dans le passé / avec les mots : juist, net / proposition principale suivie de la subordonnée : toen .....)

    Wij zouden juist instappen, toen de trein wegreed. [ = Wij wilden juist instappen, toen de trein wegreed.]
    Ik zou net uitgaan, toen de telefoon rinkelde. [= Ik wilde net uitgaan, toen de telefoon rinkelde.]

     

    Tu utilises une subordonnée :

    - pour quelque chose qui doit se passer après un certain laps de temps dans le passé :
    [proposition principale dans un temps du passé / subordonnée : dat ........ zou + infinitief]

    Hij beloofde me dat hij zou meedoen.
    Ik was bang dat hij zou vertrekken.
    Ze had altijd gezegd dat ze zou terugkomen.

     

    - Avec 'opdat' (langue écrite, langue formelle) om een wens of een doel aan te duiden :
    (langue parlée, langue informelle : 'zodat' / 'om ...... te + infinitief' au lieu de 'opdat') :
    [généralement proposition principale dans un temps du passé / subordonnée : opdat ........ zou + infinitief]

    Hij haastte zich opdat hij de trein zou halen.
    Ze beloofden er alles aan te doen opdat het niet meer zou gebeuren.
    Ze zette een glas op het blad opdat het niet zou wegwaaien.

     

    - Pour une concession avec '(ook) al' (+ 'toch' dans la proposition principale) :

    (Ook) al was hij zeer rijk, hij zou je (toch) geen cent geven.
    (Ook) al was hij zeer rijk, toch zou hij je geen cent geven.
    Hij zou je geen cent geven, (ook) al was hij zeer rijk.

    (Ook) al wist ik het, ik zou het (toch) niet zeggen.
    (Ook) al wist ik het, toch zou ik het niet zeggen.
    Ik zou het niet zeggen, (ook) al wist ik het.

    (Ook) al zou hij aardig zijn, ik zou hem toch niet helpen.
    (Ook) al zou hij aardig zijn, toch zou ik hem niet helpen.
    Ik zou hem niet helpen, (ook) al zou hij aardig zijn.

    (Ook) al zouden we onder druk zijn, we zouden het toch nooit toegeven.
    (Ook) al zouden we onder druk zijn, toch zouden we het nooit toegeven.
    We zouden het nooit toegeven, (ook) al zouden we onder druk zijn.

    ---------------

    vocabulaire,woordenschat,delen van de dag,parties du jour,middag,midi,après-midi,namiddag,voormiddag,matin,morgen,ochtend,avondDocument 'Conditionalis (presens), o.v.t.t.' sur:

    vocabulaire,woordenschat,delen van de dag,parties du jour,middag,midi,après-midi,namiddag,voormiddag,matin,morgen,ochtend,avond

    https://fr.pinterest.com/docNLDS/nederlandse-spraakkunst-grammatica-grammaire-néerl/

     

    vocabulaire,woordenschat,delen van de dag,parties du jour,middag,midi,après-midi,namiddag,voormiddag,matin,morgen,ochtend,avondvocabulaire,woordenschat,delen van de dag,parties du jour,middag,midi,après-midi,namiddag,voormiddag,matin,morgen,ochtend,avond

    Documents 'Conditionalis (presens), o.v.t.t.' à consulter dans la collection Google+ Grammatica & oefeningen : https://plus.google.com/collection/AmgXfB

     

     

    vocabulaire,woordenschat,delen van de dag,parties du jour,middag,midi,après-midi,namiddag,voormiddag,matin,morgen,ochtend,avond

    Document 'Conditionalis (presens), o.v.t.t.' - Format PDF :

    Conditionalis (presens), o.v.t.t..pdf

     

    ---------------

    BRONNEN / SOURCES

    Het verbum = de actie, De conditionalis presens (= de o.v.t.t., de onvoltooid verleden toekomende tijd), slideshow, Nederlandse Academie : 

    http://docplayer.nl/2755750-1-het-verbum-de-actie-1-1-het-presens-o-t-t.html

    ~

    J. Van Mulders, W. Chrispeels, Grammaire néerlandaise, Didier, Bruxelles

    A. M. Fontein, A. Pescher - ter Meer, Nederlandse Grammattica voor Anderstaligen, Nederlands Centrum Buitenlanders, Utrecht

    J. Van Craen, Beter Nederlands, De Sikkel, Kapellen

    P. Verbanck, Beknopte Nederlandse Grammatica, Uitgeverij De Nederlandsche Boekhandel, Antwerpen

    R. Henrad, Grammaire du néerlandais, De Sikkel, Anvers

    Van Dale, Grammatica Nederlands (NT2), Glashelder overzicht op elk taalniveau, Utrecht

    Ghislain Vandevyvere, Guide de grammaire néerlandaise, A. De Boeck, Bruxelles

    Carola Henn, Joseph Vromans, Henny-Annie Bijleveld, Pratique du néerlandais de A à Z, Didier Hatier, Bruxelles

    F. Bruffaerts, F. Du Mong, Grammaire de référence du néerlandais contemporain, A Claire-Voie, Van In, Lier