• Vocabulaire : comment traduire l'expression "Bonne continuation!" en néerlandais? - difficulté de traduction français-néerlandais

    • Question linguistique / Taalvraag
    • Difficulté de traduction français-néerlandais / Vertaalmoeilijkheid Frans-Nederlands
    • Vocabulaire français-néerlandais / Woordenschat Frans-Nederlands
    • Expression 'Bonne continuation!' : français-néerlandais / Uitdrukking 'Bonne continuation!' : Frans-Nederlands

    ---------------

    vocabulaire,woordenschat,bonne continuation!,veel pleziersucces verder!

     This is Amsterdam, city map, Falkplan, VVV Amsterdam

    vocabulaire,woordenschat,bonne continuation!,veel pleziersucces verder!https://fr.pinterest.com/pin/319051954829083236/

    ---------------

    Comment traduire l'expression 'Bonne continuation!' en néerlandais? / Hoe vertaal je de uitdrukking 'Bonne continuation!' in het Nederlands?

    L'expression française 'Bonne continuation' est une formule familière adressée à une personne qu'on quitte et à qui on souhaite de continuer agréablement ses activités personnelles. / De Franse uitdrukking 'Bonne continuation' is een formulering uit de omgangstaal die gebruikt wordt voor een persoon van wie men afscheid neemt en aan wie men wenst gezellig verder te gaan met zijn persoonlijke activiteiten.

    On doit tenir compte de l'intention de l'intervenant pour traduire cette expression en néerlandais. / Men moet rekening houden met de bedoeling van de spreker om deze uitdrukking in het Nederlands te vertalen.

    vocabulaire,woordenschat,bonne continuation!,veel pleziersucces verder!

    L'expression 'Bonne continuation' peut exprimer l'idée de : / De uitdrukking 'Bonne continuation' kan de betekenis hebben van : 'Je vous/te souhaite beaucoup de plaisir ou d'agrément dans vos/tes activités ultérieures, dans votre/ton travail, dans votre/ta vie, dans la réalisation de vos/tes projets, ...

    En néerlandais : / In het Nederlands : 

    Veel plezier!

    Veel plezier verder!

    Veel plezier verder met uw/je werk!

    Veel plezier verder met uw/je activiteiten!

    Ik wens u/je veel plezier (verder) (toe) met uw/je werk, met uw/je activiteiten, ...

    Veel plezier (toe)gewenst!

    Veel plezier verder (toe)gewenst!

    Veel plezier verder (toe)gewenst met uw/je werk, met uw/je activiteiten, ....

    L'expression peut être renforcée par les mots heel, nog ou alvast: / De uitdrukking kan versterkt worden met de woorden heel, nog of alvast :

    Heel veel plezier (verder)!

    Heel veel plezier verder met ...

    Nog veel plezier (verder)!

    Nog veel plezier verder met ...

    Alvast veel plezier (verder)!

    Alvast veel plezier (verder)  met ....

    Heel veel plezier (verder) (toe)gewenst!

    Heel veel plezier (verder) (toe)gewenst met ....!

    Nog veel plezier (verder) (toe)gewenst!

    Nog veel plezier (verder) (toe)gewenst met ....!

    Alvast veel plezier (verder) (toe)gewenst!

    Alvast veel plezier (verder) (toe)gewenst met ....!

    vocabulaire,woordenschat,bonne continuation!,veel pleziersucces verder!

    L'expression 'Bonne continuation' peut aussi exprimer l'idée de : / De uitdrukking 'Bonne continuation' kan ook de betekenis hebben van : 'Je vous/te souhaite beaucoup de chance ou de succès dans vos/tes activités ultérieures, dans votre/ton travail, dans votre/ta vie, dans la réalisation de vos/tes projets, ...

    En néerlandais : / In het Nederlands :

    Veel succes!

    Veel succes verder!

    Veel succes verder met uw/je werk!

    Veel succes verder met uw/je werkzaamheden!

    Veel succes verder met uw/je projecten!

    Veel succes verder in uw/je leven!

    Veel succes verder voor de toekomst!

    Ik wens u/je veel succes (verder) (toe) met uw/je werk, met uw/je werkzaamheden, ....

    Veel succes (toe)gewenst !

    Veel succes (toe)gewenst in uw/je werk!

    Veel succes (toe)gewenst in je (verdere) leven!

    Veel succes (toe)gewenst in je verdere toekomst!

    Veel succes (toe)gewenst voor de toekomst!

    L'expression peut être renforcée par les mots heel, nog ou alvast: / De uitdrukking kan versterkt worden met de woorden heel, nog of alvast :

    Heel veel succes!

    Nog veel succes!

    Heel veel succes met ...

    Nog veel succes met ...

    Alvast veel succes met ...

    Ik wens u/je heel veel succes (verder) (toe) met ....

    Ik wens u/je nog veel succes (verder) (toe) met ...

    Ik wens u/je alvast veel succes (verder) (toe) met ...

    Heel veel succes (verder) (toe)gewenst !

    Heel veel succes (verder) (toe)gewenst met .....

    Nog veel succes (verder) (toe)gewenst met ....

    Alvast veel succes (verder) (toe)gewenst met ....

    vocabulaire,woordenschat,bonne continuation!,veel pleziersucces verder!

    L'expression 'Bonne continuation' peut également exprimer l'idée de : / De uitdrukking 'Bonne continuation' kan ook de betekenis hebben van : 'Je vous/te souhaite le meilleur/plein de bonnes choses pour votre/ton avenir, dans votre/ton travail, dans votre/ta vie, ...'

    En néerlandais : / In het Nederlands :

    Ik wens u/je het beste (toe).

    Ik wens u/je het allerbeste (toe).

    Ik wens u/je het (aller)beste (toe) met uw/je activiteiten.

    Ik wens u/je het (aller)beste (toe) met uw/je projecten.

    Ik wens u/je het (aller)beste (toe) voor de toekomst.

    Ik wens u/je het beste (toe) in de toekomst.

    Ik wens u/je het beste (toe) in uw leven.

    Ik wens u/je het beste (toe) in al(les) wat u/je doet.

    Ik wens u/je het beste (toe) in al(les) wat u/je verder onderneemt.

    Het allerbeste voor uw/je toekomst (toe)gewenst!

    Alle goeds voor uw/je werk!

    Alle goeds voor uw/je toekomst!

    Alle goeds voor u/je!

    Alle goeds voor uw persoonlijke leven!

    Ik wens u/je alle goeds (toe).

    Ik wens u/je alle goeds (toe) voor de toekomst.

    Ik wens u/je alle goeds (toe) in de toekomst.

    Ik wens u/je alle goeds (toe) in uw/je werk.

    Ik wens u/je alle goeds (toe) in uw/je persoonlijke leven.

    Alle goeds voor uw/je toekomst (toe)gewenst!

    Het ga¹ u/je goed!

    Het ga¹ u/je goed in uw/je (verdere) leven!

    Het ga¹ u/je goed met uw/je werk!

    Ces expressions peuvent être renforcées par les mots nog ou alvast: / Deze uitdrukkingen kunnen versterkt worden met de woorden nog of alvast :

    Ik wens je nog het allerbeste (toe).

    Ik wens u alvast het (aller)beste met uw activiteiten.

    Ik wens u alvast het (aller)beste voor de toekomst.

    Alvast het beste toegewenst!

    Ik wens u nog alle goeds toe.

    Ik wens je alvast alle goeds toe voor de toekomst.

    ¹ Le subjontif n'apparaît plus en néerlandais que dans un certain nombre d'expressions figées. Il permet d'exprimer un souhait, une exhortation ou une résignation : Het ga je goed. [Que tout aille bien]; Leve de koningin! [Vive la reine!]; Hij ruste in vrede. [Qu'il repose en paix.]; Men neme drie ons boter. [Prenez/Prendre trois cents grammes de beurre.]; Gelieve gepast te betalen. [On ne rend pas la monnaie.]; Het zij zo. [Soit./Ainsi soit-il./Qu'il en soit ainsi.], etc. / De aanvoegende wijs/de conjunctief komt in het Nederlands alleen nog voor in een aantal vaste formules. Er kan een wens, aansporing of berusting mee worden uitgedrukt: Het ga je goed.; Leve de koningin!; Hij ruste in vrede.; Men neme drie ons boter.; Gelieve gepast te betalen.; Het zij zo., enzovoort.

    ---------------

    vocabulaire,woordenschat,bonne continuation!,veel pleziersucces verder!Traduction de l'expression 'Bonne continuation' en néerlandais - format PDF

    Vertaling 'Bonne continuation' in het Nederlands.pdf

     

    ---------------

    Sources / Bronnen

    Taaladvies : http://taaladvies.net/taal/advies/vraag/1418/het_ga_gaat_je_goed/

    Genootschap Onze taal : https://onzetaal.nl/taaladvies/advies/het-ga-je-goed-het-gaat-je-goed

    Linguee : http://www.linguee.fr/francais-neerlandais/traduction/je+vous+souhaite+une+bonne+continuation.html

    Larousse français : http://www.larousse.fr/dictionnaires/francais/continuation/18619/locution?q=continuation#169835

    Linternaute : http://www.linternaute.com/expression/langue-francaise/15405/bonne-continuation/

     

  • Exercice de grammaire contextualisé - verbes de position : liggen, staan, zitten, hangen, lopen ... + TE + infinitif / structure : zijn [forme conjuguée] + AAN HET + infinitif - forme progressive - néerlandais

    • Exercice grammatical contextualisé / Grammaticale oefening in context
    • Grammaire néerlandaise / Nederlandse spraakkunst, Nederlandse grammatica
    • La forme progressive / de progressieve vorm, de duratieve vorm, de 'te'-duratief, de 'aan het"-duratief
    • Verbes de position : liggen, staan, zitten, hangen, lopen .... + TE + infinitif / positiewerkwoorden : liggen, staan, zitten, hangen, lopen .... + TE + infinitief
    • Structure : zijn [forme conjuguée] + AAN HET + infinitif / structuur : zijn [vervoegde vorm, geconjugeerde vorm] + AAN HET + infinitief.
    • Construction de phrases / Zinnen bouwen
    • Niveaux : 4N1, 5N1, 5N2 / Niveaus : 4N1, 5N1, 5N2 

    ---------------

    exercices grammaticaux,grammatica-oefeningen,forme progressive,progressieve vorm,liggen-staan-zitten-hangen-lopen + te + infinitif,zijn (forme conjuguée) + aan het + infinitif

    Koornmarkt rondvaart Delft, Teus Zantman

    exercices grammaticaux,grammatica-oefeningen,forme progressive,progressieve vorm,liggen-staan-zitten-hangen-lopen + te + infinitif,zijn (forme conjuguée) + aan het + infinitif https://teustekeningen.wordpress.com/delft/rondvaartdelft/

    ---------------

    Oefening : de progressieve vorm / Exercice : la forme progressive

    1. Schrijf zinnen in de progressieve vorm/duratieve vorm met behulp van de afbeeldingen. Gebruik daarvoor de positiewerkwoorden : liggen, staan, zitten, hangen, lopen ..... + TE + infinitief. / Ecris des phrases à la forme progressive à l'aide des illustrations. Utilise à cet effet les verbes de position : liggen, staan, zitten, hangen, lopen ..... + TE + infinitief.

     

         1

    exercices grammaticaux,grammatica-oefeningen,forme progressive,progressieve vorm,liggen-staan-zitten-hangen-lopen + te + infinitif,zijn (forme conjuguée) + aan het + infinitif

     

    ......................

    2

    exercices grammaticaux,grammatica-oefeningen,forme progressive,progressieve vorm,liggen-staan-zitten-hangen-lopen + te + infinitif,zijn (forme conjuguée) + aan het + infinitif

    .....................

    3

    exercices grammaticaux,grammatica-oefeningen,forme progressive,progressieve vorm,liggen-staan-zitten-hangen-lopen + te + infinitif,zijn (forme conjuguée) + aan het + infinitif

    .....................

    4

    exercices grammaticaux,grammatica-oefeningen,forme progressive,progressieve vorm,liggen-staan-zitten-hangen-lopen + te + infinitif,zijn (forme conjuguée) + aan het + infinitif

    ....................

    5

    exercices grammaticaux,grammatica-oefeningen,forme progressive,progressieve vorm,liggen-staan-zitten-hangen-lopen + te + infinitif,zijn (forme conjuguée) + aan het + infinitif

    .....................

    6

    exercices grammaticaux,grammatica-oefeningen,forme progressive,progressieve vorm,liggen-staan-zitten-hangen-lopen + te + infinitif,zijn (forme conjuguée) + aan het + infinitif

    .....................

    7

    exercices grammaticaux,grammatica-oefeningen,forme progressive,progressieve vorm,liggen-staan-zitten-hangen-lopen + te + infinitif,zijn (forme conjuguée) + aan het + infinitif

    ....................

    8

    exercices grammaticaux,grammatica-oefeningen,forme progressive,progressieve vorm,liggen-staan-zitten-hangen-lopen + te + infinitif,zijn (forme conjuguée) + aan het + infinitif

    .....................

    9

    exercices grammaticaux,grammatica-oefeningen,forme progressive,progressieve vorm,liggen-staan-zitten-hangen-lopen + te + infinitif,zijn (forme conjuguée) + aan het + infinitif

     

    .....................

    10

    exercices grammaticaux,grammatica-oefeningen,forme progressive,progressieve vorm,liggen-staan-zitten-hangen-lopen + te + infinitif,zijn (forme conjuguée) + aan het + infinitif

    ......................

    11

    exercices grammaticaux,grammatica-oefeningen,forme progressive,progressieve vorm,liggen-staan-zitten-hangen-lopen + te + infinitif,zijn (forme conjuguée) + aan het + infinitif

    ........................

    12

    exercices grammaticaux,grammatica-oefeningen,forme progressive,progressieve vorm,liggen-staan-zitten-hangen-lopen + te + infinitif,zijn (forme conjuguée) + aan het + infinitif

    .......................

    13

    exercices grammaticaux,grammatica-oefeningen,forme progressive,progressieve vorm,liggen-staan-zitten-hangen-lopen + te + infinitif,zijn (forme conjuguée) + aan het + infinitif

    .......................

    14

    exercices grammaticaux,grammatica-oefeningen,forme progressive,progressieve vorm,liggen-staan-zitten-hangen-lopen + te + infinitif,zijn (forme conjuguée) + aan het + infinitif

    ......................

    15

    exercices grammaticaux,grammatica-oefeningen,forme progressive,progressieve vorm,liggen-staan-zitten-hangen-lopen + te + infinitif,zijn (forme conjuguée) + aan het + infinitif

    ....................

    16

    exercices grammaticaux,grammatica-oefeningen,forme progressive,progressieve vorm,liggen-staan-zitten-hangen-lopen + te + infinitif,zijn (forme conjuguée) + aan het + infinitif

     ....................

    17

    exercices grammaticaux,grammatica-oefeningen,forme progressive,progressieve vorm,liggen-staan-zitten-hangen-lopen + te + infinitif,zijn (forme conjuguée) + aan het + infinitif

     

    ....................

    18

    exercices grammaticaux,grammatica-oefeningen,forme progressive,progressieve vorm,liggen-staan-zitten-hangen-lopen + te + infinitif,zijn (forme conjuguée) + aan het + infinitif

    ....................

    19

    exercices grammaticaux,grammatica-oefeningen,forme progressive,progressieve vorm,liggen-staan-zitten-hangen-lopen + te + infinitif,zijn (forme conjuguée) + aan het + infinitif

    .....................

    20

    exercices grammaticaux,grammatica-oefeningen,forme progressive,progressieve vorm,liggen-staan-zitten-hangen-lopen + te + infinitif,zijn (forme conjuguée) + aan het + infinitif

    ....................

    21

    exercices grammaticaux,grammatica-oefeningen,forme progressive,progressieve vorm,liggen-staan-zitten-hangen-lopen + te + infinitif,zijn (forme conjuguée) + aan het + infinitif

    ....................

    22

    exercices grammaticaux,grammatica-oefeningen,forme progressive,progressieve vorm,liggen-staan-zitten-hangen-lopen + te + infinitif,zijn (forme conjuguée) + aan het + infinitif

    ....................

    23

     

    exercices grammaticaux,grammatica-oefeningen,forme progressive,progressieve vorm,liggen-staan-zitten-hangen-lopen + te + infinitif,zijn (forme conjuguée) + aan het + infinitif

    .....................

    24

    exercices grammaticaux,grammatica-oefeningen,forme progressive,progressieve vorm,liggen-staan-zitten-hangen-lopen + te + infinitif,zijn (forme conjuguée) + aan het + infinitif

    ....................

     

    2. Gebruik nu dezelfde zinnetjes met de structuur : zijn (vervoegde vorm, geconjugeerde vorm) + AAN HETinfinitief./ Utilise maintenant les mêmes phrases avec la structure : zijn (forme conjuguée) + AAN HET + infinitif.

     

    01. ................................................................

    02. ................................................................

    03. ................................................................

    04. ................................................................

    05. ................................................................

    06. ................................................................

    07. ................................................................

    08. ................................................................

    09. ................................................................

    10. ................................................................

    11. ................................................................

    12. ................................................................

    13. ................................................................

    14. ................................................................

    15. ................................................................

    16. ................................................................

    17. ................................................................

    18. ................................................................

    19. ................................................................

    20. ................................................................

    21. ................................................................

    22. ................................................................

    23. ................................................................

    24. ................................................................

    ---------------

    exercices grammaticaux,grammatica-oefeningen,forme progressive,progressieve vorm,liggen-staan-zitten-hangen-lopen + te + infinitif,zijn (forme conjuguée) + aan het + infinitifDocument "Exercice : la forme progressive" en format JPEG sur :

    exercices grammaticaux,grammatica-oefeningen,forme progressive,progressieve vorm,liggen-staan-zitten-hangen-lopen + te + infinitif,zijn (forme conjuguée) + aan het + infinitifhttps://fr.pinterest.com/pin/319051954830479262/

     

    ---------------

    exercices grammaticaux,grammatica-oefeningen,forme progressive,progressieve vorm,liggen-staan-zitten-hangen-lopen + te + infinitif,zijn (forme conjuguée) + aan het + infinitif

     

     

    Voorbeeldzinnen / Exemples de phrases

     

     

     

    Werkwoorden : liggen, staan, zitten, hangen, lopen ... + TE + infinitief / Verbes : liggen, staan, zitten, hangen, lopen ... + TE + infinitif

    01. Het jongetje zit een stripverhaal/strip te lezen.

    02. Ze staat in de keuken de afwas te doen. / Ze staat in de keuken af te wassen. / Ze staat in de keuken de vaat te doen.

    03. De man ligt in een ligstoel te zonnen/zonnebaden.

    04. Ze staan zich krom te lachen. / Ze staan zich rot te lachen.

    05. De was hangt in de zon te drogen.

    06. De jongeman zit op het toetsenbord te tikken en zijn collega staat naar het scherm van de computer te kijken.

    07. De schilder staat een portret van een meisje te schilderen.

    08. Het jongetje zit te huilen/tranen te vergieten/hete tranen te schreien omdat hij op het ijs gevallen is.

    09. Het meisje ligt naar een tv-serie/tv-reeks te kijken.

    10. De kerstman zit met een kind te telefoneren/bellen terwijl het jongetje naar hem staat te kijken.

    11. De vrouw staat een hemd te strijken.

    12. De jongen loopt op straat te fluiten.

    13. Nu ligt de baby in zijn wieg te slapen.

    14. De aap hangt een banaan te eten.

    15. Ze staan over de nieuwe collega te roddelen. / Ze staan over de nieuwe collega kwaad te spreken.

    16. Het meisje staat in de tuin de planten te gieten.

    17. Hij staat in zijn laboratorium/lab (chemische/scheikundige) proefjes te maken/doen.

    18. Ze loopt aan haar vakantie in Spanje te denken.

    19. De pianist zit heel geconcentreerd piano te spelen.

    20. Ze loopt in de woonkamer te stofzuigen.

    21. De violist die een smoking aan heeft, staat met meesterschap viool te spelen.

    22. De jogger loopt op straat  vruchtensap te drinken.

    23. Ze liggen/zitten op de rustbank te slapen.

    24. De sportieve vrouw die een koptelefoon op heeft, loopt naar muziek te luisteren.

     

    Structuur : zijn [vervoegde vorm/geconjugeerde vorm] + AAN HET + infinitief / zijn [forme conjuguée] + AAN HET + infinitif

    01. Het jongetje is een stripverhaal/strip aan het lezen.

    02. Ze is in de keuken de afwas aan het doen. / Ze is in de keuken aan het afwassen . / Ze is in de keuken de vaat aan het doen.

    03. De man is in een ligstoel aan het zonnen/aan het zonnebaden.

    04. Ze zijn zich krom aan het lachen. / Ze zijn zich rot aan het lachen.

    05. De was is in de zon aan het drogen.

    06. De jongeman is op het toetsenbord aan het tikken en zijn collega is naar het scherm van de computer aan het kijken.

    07. De schilder is het portret van een meisje aan het schilderen.

    08. Het jongetje is aan het huilen / ... is tranen aan het vergieten / ... is hete tranen aan het schreien omdat hij op het ijs gevallen is.

    09. Het meisje is naar een tv-serie/tv-reeks aan het kijken.

    10. De kerstman is met een kind aan het telefoneren/aan het bellen terwijl het jongetje naar hem aan het kijken is.

    11. De vrouw is een hemd aan het strijken.

    12. De jongen is op straat aan het fluiten.

    13. Nu is de baby in zijn wieg aan het slapen.

    14. De aap is een banaan aan het eten.

    15. Ze zijn over de nieuwe collega aan het roddelen. / Ze zijn over de nieuwe collega aan het kwaadspreken.

    16. Het meisje is in de tuin de planten aan het gieten.

    17. Hij is in zijn laboratorium/lab (chemische/scheikundige) proefjes aan het maken/aan het doen.

    18. Ze is aan haar vakantie in Spanje aan het denken.

    19. De pianist is heel geconcentreerd piano aan het spelen.

    20. Ze is in de woonkamer aan het stofzuigen.

    21. De violist die een smoking aan heeft, is met meesterschap viool aan het spelen.

    22. De jogger is op straat vruchtensap aan het drinken.

    23. Ze zijn op de rustbank aan het slapen.

    24. De sportieve vrouw die een koptelefoon op heeft, is naar muziek aan het luisteren.

     

    Woordenschat : het stripverhaal/de strip : la bande dessinée / de afwas = de vaat : la vaisselle / de ligstoel : la chaise longue / zonnen = zonnebaden : bronzer, prendre un bain de soleil / zich krom lachen = zich rot lachen : se tordre de rire, se bidonner / drogen : sécher / het toetsenbord : le clavier / tikken : taper / het scherm : l'écran / tranen vergieten : verser des larmes / hete tranen schreien : pleurer à chaudes larmes / de kerstman : le Père Noël / strijken (streek, gestreken) : repasser / fluiten (floot, gefloten) : siffler / de wieg : le berceau / roddelen over = kwaadspreken over: dire du mal de, casser du sucre sur le dos de, médire sur / gieten : arroser / het (chemische/scheikundige) proefje : l'expérience (chimique) / stofzuigen (stofzuigde, gestofzuigd) : passer l'aspirateur / het meesterschap : la maîtrise, la virtuosité / het vruchtensap : le jus de fruits / de rustbank : le divan, le sofa / de koptelefoon : les écouteurs

    ---------------

    exercices grammaticaux,grammatica-oefeningen,forme progressive,progressieve vorm,liggen-staan-zitten-hangen-lopen + te + infinitif,zijn (forme conjuguée) + aan het + infinitifDocument "Exercice sur la forme progressive en néerlandais" - format PDF :

    La forme progressive - De progressieve vorm (duratief).pdf