• Les pronoms personnels (compléments)(1) : formes accentuées et non accentuées / Persoonlijke voornaamwoorden (voorwerpsvormen) : beklemtoonde en onbeklemtoonde vormen - 'de-woorden' masculins et féminins - néerlandais - grammaire

    • Grammaire néerlandaise : théorie / Nederlandse grammatica, Nederlandse spraakkunst : theorie
    • Les pronoms personnels compléments, les pronoms personnels objets / Persoonlijke voornaamwoorden (pronomina personalia) : voorwerpsvormen
    • Prononciation : formes accentuées et non accentuées, formes toniques et atones / Uitspraak : beklemtoonde en onbeklemtoonde vormen, geaccentueerde en ongeaccentueerde vormen
    • Les noms de choses dont l'article défini est 'de' : masculin ou féminin? / De-woorden : mannelijk of vrouwelijk?
    • Utilisation des pronoms 'hem' et 'ze'; utilisation du pronom de remplacement 'die' / Gebruik van de voornaamwoorden 'hem' en 'ze'; gebruik van het vervangende voornaamwoord 'die'.

    ---------------

    grammaire (théorie),spraakkunst (theorie),pronoms personnels,persoonlijke voornaamwoorden,formes accentuées et non accentuées,beklemtoonde en onbeklemtoonde vormen

    Zicht op Mechelen, olieverf op doek, L. Schuermans

    grammaire (théorie),spraakkunst (theorie),pronoms personnels,persoonlijke voornaamwoorden,formes accentuées et non accentuées,beklemtoonde en onbeklemtoonde vormen http://jordaens.eu/lot/zicht-op-mechelen-olieverf-op-doek-gesigneerd/

    --------------

    Rappel / Herhaling

    Persoonlijke voornaamwoorden : voorwerpsvormen 

    Pronoms personnels compléments (pronoms personnels objets)

                                             

    Uitspraak - Prononciation

    Volle vormen 

    Formes pleines

    Onbeklemtoond (ongeaccentueerd)

    Non accentué / atone

    Beklemtoond      (geaccentueerd)

    Accentué / tonique

    me / mij

    [mə]

    [mɛi]

    je / jou

    [jə]

    [jɑu]

    hem¹

    [əm]³

    [həm, hɛm]

    haar

    [ər, dər, ha.r]³

    [ha.r]

    ze¹–²

    [zə, sə]

    [zə]

    het

    [ət, 't]³

    [hət]

    ons

    [ɔns]

    [ɔns]

    jullie / je4 

    [ˈjʏli, jə]

    [ˈjʏli]

    ze (zaken, dieren of personen /choses, animaux ou personnes

    hen (personen /personnes)

    hun (personen / personnes)

    [zə, sə ][(h)ɛn]5 [(h)ʏn]5 

    [hɛn] - [hʏn]

    u

    [y]

    [y]

     

    grammaire (théorie),spraakkunst (theorie),pronoms personnels,persoonlijke voornaamwoorden,formes accentuées et non accentuées,beklemtoonde en onbeklemtoonde vormen

     

    http://sites.uclouvain.be/gramlink/Gramlink-NL/morfologie/pdf/m_nl_04_pron_02_persoonlijk.pdf

     

    Luister goed naar de uitspraak van de woorden : / Ecoutez bien la prononciation des mots :

    Version à débit normal (Noord-Nederlands accent)
    podcast

    Version à débit lent (Noord-Nederlands accent)
    podcast

    Version à débit normal (Vlaams accent)
    podcast

    Version à débit lent (Vlaams accent)
    podcast

    ---------------

    ¹ Mannelijke en vrouwelijke de-woorden :  / Noms de choses masculins et féminins dont l'article défini est "de" :

    ♦ Het verschil tussen mannelijke en vrouwelijke de-woorden is in het Nederlands aan het verdwijnen. De meeste (Noord-)Nederlanders beschouwen ze als mannelijke woorden en gebruiken het voornaamwoord hem; bepaalde Vlamingen en Zuid-Nederlanders, die het 'oude' woordgeslacht nog wel herkennen, kiezen vaak voor vrouwelijk en gebruiken het voornaamwoord ze. De huidige woordenboeken verwijzen naar het Groene Boekje of de Woordenlijst Nederlandse Taal (officiële conclusie van de Taalunie) : de meeste de-woorden mogen als mannelijk beschouwd worden. Gebruik dus liever hem of die/ La différence entre les noms de choses masculins et féminins (dont l'article défini est "de") est en train de disparaître en néerlandais. La plupart des Néerlandais (des provinces du nord) les considèrent comme des mots masculins et utilisent le pronom hem; certains Flamands et Néerlandais des provinces du sud qui reconnaissent encore bien l'ancien genre des mots, optent pour le féminin et utilisent le pronom ze. Les dictionnaires actuels se réfèrent au Groene Boekje ou à la Woordenlijst Nederlandse Taal (conclusion officielle de la Taalunie) : La plupart des noms de choses dont l'article est 'de', peuvent être considérés comme masculins. Il est donc préférable d'utiliser hem ou die.

    Voorbeelden :/ Exemples :

    Hij nam een steen. Hij wierp hem / die over het water.

    [!] Die wierp hij over het water.

    [!] Hem wierp hij over het water.

     

              

    [Il prit une pierre. Il la lança au-dessus de  l'eau.]

     

     

    - Waar heb je de auto geparkeerd ? / - Ik heb hem / die naast het park geparkeerd.

    [!] Die heb ik naast het park geparkeerd.

    [!] Hem heb ik naast het park geparkeerd.

     

     

    [- Où as-tu garé la voiture ? / - Je l'ai garée |près du parc.]

     

     

     

    - Je wilde die computer kopen, nietwaar ? /   - Ik heb hem / die nog niet gekocht.

    [!] Die heb ik nog niet gekocht.

    [!] Hem heb ik nog niet gekocht.

     

     

    [- Tu voulais acheter cet ordinateur, pas vrai ? /- Je ne l'ai pas encore acheté.]

     

     

    - Waar is mijn hoed nu weer ? / O, ik heb hem / die op het bed gelegd !

    [!] Die heb ik op het bed gelegd !

    [!] Hem heb ik op het bed gelegd !

     

     

    [- Où mon chapeau peut-il bien se trouver ? / Oh, je l'ai mis sur le lit !]

     

     

     

    - Je brengt je vlieger mee, hè Frans ? / - Jazeker, ik breng hem / die mee.

    [!] Jazeker, die breng ik mee.

    [!] Jazeker, hem breng ik mee.

     

     

    [- Tu viens avec ton cerf-volant, hein, Frans ? / - Bien sûr, je l'apporterai.]

     

     

    De directeur dicteert de brief. De secretaresse typt hem / die op haar laptop.

    [!] Die typt de secretaresse op haar laptop.

    [!] Hem typt de secretaresse op haar laptop.

     

     

    [Le directeur dicte la lettre. La secrétaire la tape sur son pc portable.]

     

     

     

    - Is de krant er al ? / - Nee, ik heb hem / die / (ze) nog niet gekregen.

    [!] Nee, die heb ik nog niet gekregen.

    [!] Hem heb ik nog niet gekregen.

     

     

    [- Est-ce que le journal est déjà là ? / - Non, je ne l'ai pas encore reçu.]

     

     

    De nieuwe vaas staat in de woonkamer, denk ik. Ik ga hem / die / (ze) nu halen.

    [!] Die ga ik nu halen.

    [!] Hem ga ik nu halen.

     
     

    [Le nouveau vase se trouve dans le living, je pense. Je vais le chercher maintenant.]

     

     

    - Kijk eens ! We hebben onze slaapkamer    opgeknapt. / - O, ik vind hem / die / (ze)      heel mooi !

    [!] O, die vind ik heel mooi !

    [!] O, hem vind ik heel mooi !

     
     

    [- Regarde un peu ! Nous avons retapé notre chambre. / Oh ! Je la trouve très belle !]

     

     

    - Waar is mijn fiets ? / - Ik heb hem / die / (ze) tegen de muur gezet.

    [!] Die heb ik tegen de muur gezet.

    [!] Hem heb ik tegen de muur gezet.

     
     

    [- Où est mon vélo ? / - Je l'ai mis contre le mur.]

     

     

    Dat is een mooie rustbank ! Ik vind hem / die / (ze) modern.

    [!] Die vind ik modern.

    [!] Hem vind ik modern.

     

     

    [C'est un beau canapé ! Je le trouve moderne.]

     

     

    Dat is een antieke tafel. Ik zal hem / die / (ze) op de rommelmarkt verkopen.

    [!] Die zal ik op de rommelmarkt verkopen.

    [!] Hem zal ik op de rommelmarkt verkopen.

     

     

    [C'est une table ancienne. Je vais la vendre au marché au puces.]

     

     

     

    Ik had deze soep al een paar keer eerder gemaakt. Ik vind hem / die / (ze) iedere keer weer even lekker !

    [!] Die vind ik iedere keer weer even lekker !

    [!] Hem vind ik iedere keer weer lekker !

     

    [J'avais déjà préparé cette soupe quelques fois auparavant. Je la trouve toujours aussi délicieuse !]

     

     

     

     Als het de-woord uitsluitend mannelijk is zowel in Nederland als in België, plaatsen de woordenboeken naast dat woord de volgende aanwijzing : <de (m.)> [(m.) betekent mannelijk]. Bij voorbeeld : de steen <de (m.)>, de auto <de (m.)>, de computer <de (m.)>, de hoed <de (m.)>, de vlieger <de (m.)>, de brief <de (m.)>, ... Voor deze zelfstandige naamwoorden (substantieven) gebruik je hem of die. / Si le nom de chose (dont l'article est 'de') est exclusivement masculin  tant aux Pays-Bas qu'en Belgique, les dictionnaires mettent à côté de  ce mot l'indication suivante :  <de (m.)> [(m.) signifie masculin]. Par exemple : de steen <de (m.)> (la pierre), de auto <de (m.)> (l'auto), de computer <de (m.)> (l'ordinateur), de hoed <de (m.)> (le chapeau), de vlieger <de (m.>  (le cerf-volant) , de brief <de (m.)> (la lettre), ...Pour ces substantifs, on utilise hem ou die.

    ♦ Wanneer het de-woord als mannelijk beschouwd wordt door (Noord-)Nederlanders en als vrouwelijk door bepaalde Zuid-Nederlanders en Vlamingen, plaatsen de meeste woordenboeken naast dat woord de volgende aanwijzing : <de>, zonder verdere specificatie. Bij voorbeeld : de krant <de>, de vaas <de>, de slaapkamer <de>, de fiets <de>, de rustbank <de>, de tafel <de>, de soep <de>, ... Voor die zelfstandige naamwoorden (substantieven) gebruik je hem of die, maar je kunt ook ze aantreffen.

    Bepaalde woordenboeken geven toch de twee geslachten van het woord, maar let op de presentatie ervan!.

    • WOORDEN.ORG NEDERLANDS WOORDENBOEK : bv. soep : zelfst. naamw. (m/v) [betekent : kan mannelijk beschouwd worden, oorspronkelijk vrouwelijk].

    grammaire (théorie),spraakkunst (theorie),pronoms personnels,persoonlijke voornaamwoorden,formes accentuées et non accentuées,beklemtoonde en onbeklemtoonde vormen

    http://www.woorden.org/woord/soep

     

     • Van Dale NL-NL : bv. soep : (de; v(m); meervoud : soepen) [betekent : (oorspronkelijk) vrouwelijk, kan ook mannelijk gebruikt worden].

    grammaire (théorie),spraakkunst (theorie),pronoms personnels,persoonlijke voornaamwoorden,formes accentuées et non accentuées,beklemtoonde en onbeklemtoonde vormen

     

    http://www.vandale.nl/opzoeken?pattern=soep&lang=nn#.VeFpHcvsk5s

     

    • Genus versie 1.04 : bv. soep : vrouwelijk (mannelijk) [betekent : (oorspronkelijk) vrouwelijk, kan ook mannelijk gebruikt worden].

    grammaire (théorie),spraakkunst (theorie),pronoms personnels,persoonlijke voornaamwoorden,formes accentuées et non accentuées,beklemtoonde en onbeklemtoonde vormen

     

    http://www.inventio.nl/cgi/genus.pl?woord=soep

     

     

    Quand le nom de chose (dont l'article défini est 'de') est considéré comme masculin par les Néerlandais (des provinces du nord) et comme féminin par certains Néerlandais des provinces du sud ainsi que par certains Flamands, les dictionnaires mettent à côté de ce mot l'indication suivante : <de>, sans autre spécification . Par exemple : de krant <de> (le journal), de vaas <de> (le vase), de slaapkamer <de> (la chambre à coucher), de fiets <de> (le vélo), de rustbank <de> (le canapé), de tafel <de> (la table), de soep <de> (la soupe), ... Pour ces substantifs, on utilise hem ou die, mais on rencontre aussi ze.

    Certains dictionnaires mentionnent cependant les deux genres du mot, mais attention à la présentation! :

    • WOORDEN.ORG NEDERLANDS WOORDENBOEK : par ex. soep : zelfst. naamw. (m/v) [signifie : peut être considéré comme masculin, à l'origine féminin].

    grammaire (théorie),spraakkunst (theorie),pronoms personnels,persoonlijke voornaamwoorden,formes accentuées et non accentuées,beklemtoonde en onbeklemtoonde vormen

     http://www.woorden.org/woord/soep

     

     • Van Dale NL-NL : bv. soep : (de; v(m); meervoud : soepen) [signifie : (à l'origine) féminin, peut-être utilisé comme masculin].

    grammaire (théorie),spraakkunst (theorie),pronoms personnels,persoonlijke voornaamwoorden,formes accentuées et non accentuées,beklemtoonde en onbeklemtoonde vormen

     

    http://www.vandale.nl/opzoeken?pattern=soep&lang=nn#.VeFpHcvsk5s

     

    Genus versie 1.04 : bv. soep : vrouwelijk (mannelijk) [betekent : (oorspronkelijk) vrouwelijk, kan ook mannelijk gebruikt worden].

    grammaire (théorie),spraakkunst (theorie),pronoms personnels,persoonlijke voornaamwoorden,formes accentuées et non accentuées,beklemtoonde en onbeklemtoonde vormen

     

    http://www.inventio.nl/cgi/genus.pl?woord=soep

     

    Om het gemakkelijker te maken ! / Pour votre facilité !

    1) Als je een de-woord wil vervangen door een persoonlijk voornaamwoord (voorwerpsvorm), kun je altijd de vervangende vorm die gebruiken. / Quand on veut remplacer un nom de chose (dont l'article est 'de') par un pronom personnel complément, on peut toujours utiliser la forme de substitution die.

    2) Aangezien de meeste de-woorden in (Noord-)Nederland mannelijk zijn, kun je meestal ook het voornaamwoord hem gebruiken. / Etant donné que la plupart des noms de choses (dont l'article défini est 'de') sont masculins aux Pays-Bas (dans les provinces du nord), on peut généralement utiliser aussi le pronom hem.

    3) Het voornaamwoord hem mag niet aan het begin van de zin staan, als het naar een zaak verwijst. Hem is hier onbeklemtoond. Dan moet je die in plaats van hem gebruiken. / Le pronom hem ne peut pas se trouver en tête de phrase quand il se réfère à une chose. Hem est ici non accentué. On doit donc utiliser die au lieu de hem.

    Voorbeelden : / Exemples :

    - Heb je de tekenfilm al gezien ? (As-tu déjà vu le dessin animé?)

    - Nee, ik heb hem nog niet gezien. (Non, je ne l'ai pas encore vu)

    - Nee, ik heb die nog niet gezien. (Non, je ne l'ai pas encore vu.)

    - Nee, die heb ik nog niet gezien. (Non, celui-là, je ne l'ai pas encore vu.)

    - Nee, hem heb ik nog niet gezien.

    4) Als het voornaamwoord hem naar een persoon verwijst, kan het aan het begin van de zin geplaatst worden. Hem is hier beklemtoond. / Quand le pronom hem se réfère à une personne, il peut être placé en début de phrase. Hem est ici accentué.

    Voorbeelden : / Exemples :

    Hem [hɛm] hebben ze niet gearresteerd ! (Lui, ils ne l'ont pas arrêté!)

    Hem [hɛm] zal ik niet snel vergeten ! (Lui, je ne l'oublierai pas de sitôt!)

     

     ∞∞∞∞∞

    ♦ Een klein aantal de-woorden zijn vrouwelijk; gewoonlijk hebben ze een suffix : bv. -heid, -nis, -ing, -st, -schap, -de, -te, -ij, -ie, -iek, -theek, -teit, -tuur, -suur, -ade, -age, ... Voor die substantieven gebruik je naar gelang het taalgebied en de evolutie van de Nederlandse taal zehaar en ook hem, of de vervangende vorm die die in alle gevallen te gebruiken is / Un petit nombre de noms de choses (dont l'article défini est 'de') sont féminins; ils ont généralement un suffixe : par ex., -heid, -nis, -ing, -st, -schap, -de, -te, -ij, -ie, -iek, -theek, -teit, -tuur, -suur, -ade, -age, ... Pour ces substantifs, on utilise selon la zone linguistique et l'évolution de la langue néerlandaise ze, haar et aussi hem ou la forme de remplacement die qui est valable dans tous les cas.

    grammaire (théorie),spraakkunst (theorie),pronoms personnels,persoonlijke voornaamwoorden,formes accentuées et non accentuées,beklemtoonde en onbeklemtoonde vormen

     

     

     

    https://onzetaal.nl/taaladvies/advies/mannelijk-vrouwelijk-woord

    http://taaladvies.net/taal/advies/tekst/101/woordgeslacht_algemeen/

    http://www.inventio.nl/genus/uitleg.html

    https://onzetaal.nl/taaladvies/advies/dr-haar-der-haar-r-haar

     

    ∞∞∞∞∞ 

    ² Het gebruik van ze om naar een vrouwelijke persoon te verwijzen, is standaardtaal in België en komt ook in het zuiden van Nederland voor. Gebruik liever het voornaamwoord haar dat zowel in Nederland als in België standaardtaal is. / L'utilisation de ze pour se référer à une personne de sexe féminin, fait partie de la langue standard en Belgique et apparaît également dans le sud des Pays-Bas. Il est préférable d'utiliser le pronom haar qui fait partie de la langue standard tant aux Pays-Bas qu'en Belgique.

    grammaire (théorie),spraakkunst (theorie),pronoms personnels,persoonlijke voornaamwoorden,formes accentuées et non accentuées,beklemtoonde en onbeklemtoonde vormen

     

    http://taaladvies.net/taal/advies/vraag/358/

     

    ∞∞∞∞∞

    ³ Gereduceerde vormen : soms schrijft men  'm, 'r, d'r, 't  in informele schrijftaal, of als men schriftelijk de spreek- of omgangstaal wil weergeven (bv. in toneelstukken, in ondertiteling op tv). De uitspraak [ər, dər] van het voornaamwoord haar (onbeklemtoonde vorm) is alleen gebruikelijk in bepaalde streken van Nederland. / Formes réduites : parfois, on écrit  'm, 'r, d'r, 't  dans la langue écrite informelle ou quand on veut restituer par écrit la langue orale ou la langue familière (par exemple, dans des pièces de théâtre, dans les sous-titrages à la télé) . La prononciation [ərdər] du pronom haar (forme non accentuée) n'est usitée que dans certaines régions des Pays-Bas.

    Voorbeelden / Exemples

    'k Heb 't 'm gezegd! Je le lui ai dit!
    'k Heb d'r op de markt gezien.    Je l'ai vue au marché.
    Heb jij 't ook al gehoord? L'as-tu aussi déjà appris?

    grammaire (théorie),spraakkunst (theorie),pronoms personnels,persoonlijke voornaamwoorden,formes accentuées et non accentuées,beklemtoonde en onbeklemtoonde vormen

     

     

      https://onzetaal.nl/taaladvies/advies/dr-haar-der-haar-r-haar

    http://taaladvies.net/taal/advies/tekst/109/volle_en_gereduceerde_vormen_van_persoonlijke_en_bezittelijke_voornaamwoorden_algemeen/

     

     ∞∞∞∞∞

    Jullie wordt vaak vervangen door je (onbeklemtoond) wanneer uit de context duidelijk is dat het om een meervoud gaat. Je wordt ook wel gebruikt om een herhaling van jullie (2 of meerdere jullie na elkaar) te vermijden : / Jullie est souvent remplacé par je (non accentué) quand il ressort clairement du contexte qu'il s'agit d'un pluriel. Je est également utilisé pour éviter une répétion de jullie (2 ou plusieurs jullie à la suite l'un de l'autre).

    Voorbeelden / Exemples

    "Ben je al klaar, jongens?", vraagt de leraar.      "Etes-vous prêts, chers amis?", demande le professeur.
    Jullie denken dat ik je zal straffen! (is beter dan : jullie denken dat ik jullie zal straffen!)           Vous pensez que je vais  vous  punir!

    ∞∞∞∞∞

    Bij de voornaamwoorden hen en hun blijft de [h] in de onbeklemtoonde vorm ook vaak onuitgesproken, maar de uitspraak met [h] is altijd correct. / Le [h] des pronoms hen et hun dans la forme non accentuée peut aussi ne pas être prononcé, mais la prononciation du [h] reste toujours correcte.

    grammaire (théorie),spraakkunst (theorie),pronoms personnels,persoonlijke voornaamwoorden,formes accentuées et non accentuées,beklemtoonde en onbeklemtoonde vormen

     

    http://www.taaltelefoon.be/uitspraak-veelgemaakte-fouten

     

    ----------------

    grammaire (théorie),spraakkunst (theorie),pronoms personnels,persoonlijke voornaamwoorden,formes accentuées et non accentuées,beklemtoonde en onbeklemtoonde vormenPersoonlijke voornaamwoorden : voorwerpsvorm - onbeklemtoonde en beklemtoonde vormen / pdf-formaat

    Pronoms personnels compléments 01.pdf

    ---------------

    Andere bronnen / Autres sources :

    A. M. Fontein, A. Pescher - ter Meer, Nederlandse Grammatica voor Anderstaligen, Nederlands Centrum Buitenlanders, Utrecht

    W. Mattens, P. Vandenberghe, Praktische Spraakkunst van het Algemeen Bruikbaar Nederlands, De Nederlandsche Boekhandel, Antwerpen - Utrecht

    G. Vannes, Grammaire de base du néerlandais parlé et écrit, Editions A. De Boeck, Bruxelles

    Henriette Houët, Grammatica Nederlands, Woorden, zinnen, spelling, Prisma, Houten - Antwerpen

    Robertha Huitema, Van Dale, Grammatica Nederlands (NT2), Glashelder overzicht op elk niveau, Van Dale uitgevers, Utrecht

    J. Van Mulders, W. Chrispeels, Grammaire néerlandaise, Didier, Bruxelles

    Dr. E. Rijpma, Dr. F.G. Schuringa, Nederlandse Spraakkunst, bewerkt door Dr. J. Naarding, J.B. Wolters, Groningen

    Carola Henn, Joseph Vromans, Henny-Annie Bijleveld, Pratique du néerlandais de A à Z, Didier-Hatier, Bruxelles

    Daniel Lejeune, Ria Lenaerts, Etienne Saintelet, Le néerlandais pratique, Collection Bescherelle, Didier Hatier, Bruxelles

     

  • Exercice - le pronom personnel - het persoonlijk voornaaamwoord (het pronomen personale) - néerlandais - grammaire - vocabulaire

    • Exercice grammatical et lexical / Grammatica- en woordenschatoefening
    • Grammaire néerlandaise / Nederlandse grammatica, Nederlandse spraakkunst
    • Le pronom personnel / Het persoonlijk voornaamwoord, het pronomen personale (het personaal pronomen)
    • Vocabulaire de base néerlandais / Basiswoordenschat Nederlands
    • Niveaux : 4N1, 4N2 / Niveaux : 4N1, 4N2

    ---------------

    exercices grammaticaux,grammatica-oefeningen,pronoms personnels,persoonlijke voornaamwoorden

     Ansichtkaart, molentekening, Joost Veerkamp

    exercices grammaticaux,grammatica-oefeningen,pronoms personnels,persoonlijke voornaamwoordenhttp://winkel.molens.nl/5579353/set-ansichtkaarten-met-molentekeningen-van-joost-veerkamp

    ----------------

    Trouvez les mots qui sont illustrés pas les dessins et remplacez-les par des pronoms personnels. / Vind de woorden die door de afbeeldingen geïllustreerd worden en vervang ze door persoonlijke voornaamwoorden.

    01. Dat is is het

    exercices grammaticaux,grammatica-oefeningen,pronoms personnels,persoonlijke voornaamwoorden

    ................ . Zie je  .......... ?       

                                             

    02. De

     

     

     

     

    exercices grammaticaux,grammatica-oefeningen,pronoms personnels,persoonlijke voornaamwoorden

    ................  spreekt en de leerlingen luisteren naar  ........... .

     

     

     

     

    03. Je moet bij die

     

    exercices grammaticaux,grammatica-oefeningen,pronoms personnels,persoonlijke voornaamwoorden

    .................  betalen. Je ziet  ..........  daar zitten.

     

    04. - Geeft u ons dat

    exercices grammaticaux,grammatica-oefeningen,pronoms personnels,persoonlijke voornaamwoorden

    ................. ? / - Ja, ik geef  ..........  jullie meteen.                

    woordenschat : meteen : immédiatement

    05. Kijk eens, hier zijn de

    exercices grammaticaux,grammatica-oefeningen,pronoms personnels,persoonlijke voornaamwoorden

    ................ . Hang  ..........  nu in je kamer! 
    06. Waar is mijn

    exercices grammaticaux,grammatica-oefeningen,pronoms personnels,persoonlijke voornaamwoorden

    ................ ? Ik kan  ..........  niet vinden.                           
    07. Er liggen

    exercices grammaticaux,grammatica-oefeningen,pronoms personnels,persoonlijke voornaamwoorden

    ................ op de tafel. Breng ...........  hier!               
    08. Die

    exercices grammaticaux,grammatica-oefeningen,pronoms personnels,persoonlijke voornaamwoorden

    ............... , neem  ..........  maar!                                           
    09. Daar zijn de

    exercices grammaticaux,grammatica-oefeningen,pronoms personnels,persoonlijke voornaamwoorden

    ................. . Geef  ..........  hun boeken!            
    10. We luisteren nu naar het

    exercices grammaticaux,grammatica-oefeningen,pronoms personnels,persoonlijke voornaamwoorden

    ................ .  ..........  is niet echt veelbelovend!

    woordenschat : veelbelovend : prometteur

    11. Dag,

    exercices grammaticaux,grammatica-oefeningen,pronoms personnels,persoonlijke voornaamwoorden

    ................ ! Ik heb een cadeautje voor  .......... .
    12. Dat is een mooie

    exercices grammaticaux,grammatica-oefeningen,pronoms personnels,persoonlijke voornaamwoorden

    ................ ! Ik vind  ..........  modern.                    
    13. De

    exercices grammaticaux,grammatica-oefeningen,pronoms personnels,persoonlijke voornaamwoorden

    ................ staat in de kamer. Ga ..........  halen!                                      
    14. Daar zijn mijn

    exercices grammaticaux,grammatica-oefeningen,pronoms personnels,persoonlijke voornaamwoorden

    ................ . Stel  ........... de vraag!
    15. - Hoe groot is je

    exercices grammaticaux,grammatica-oefeningen,pronoms personnels,persoonlijke voornaamwoorden

    ................. ?                                                         
          - ...........   is vijf meter breed en zes meter lang.                                                                          
    16. - Eet je graag

    exercices grammaticaux,grammatica-oefeningen,pronoms personnels,persoonlijke voornaamwoorden

    ................. ? / - Ja, ik eet  ..........  graag.                               
    17. Ik kan dat

    exercices grammaticaux,grammatica-oefeningen,pronoms personnels,persoonlijke voornaamwoorden

    ................. niet zingen. Ik ken  .......... niet.                                     
    18. - Gaan we samen naar die

    exercices grammaticaux,grammatica-oefeningen,pronoms personnels,persoonlijke voornaamwoorden

    ................  kijken?                                           
          - Nee, ik vind  ...........  te saai    

    woordenschat : saai = vervelend, oninteressant

    19. Waar is mijn

    exercices grammaticaux,grammatica-oefeningen,pronoms personnels,persoonlijke voornaamwoorden

    ................ ? Ik kan  ...........  nergens vinden!                           

    woordenschat : nergens : nulle part

    20. Die

    exercices grammaticaux,grammatica-oefeningen,pronoms personnels,persoonlijke voornaamwoorden

    ................  zijn ouderwets. Ik koop  ..........  niet.                          

    woordenschat : ouderwets : démodé, vieillot

    21. Deze

    exercices grammaticaux,grammatica-oefeningen,pronoms personnels,persoonlijke voornaamwoorden

    ................ komen uit Italië                                                      .
         De gids spreekt Italiaans met  .......... .

     woordenschat : de gids : le guide

    22. Ik heb vandaag ruzie gemaakt met mijn twee beste

    exercices grammaticaux,grammatica-oefeningen,pronoms personnels,persoonlijke voornaamwoorden

    ................... .                      
         Ik wil  ...........  niet meer zien!    

    woordenschat : ruzie maken met : se disputer avec

    23. In die winkel verkopen ze mooie

    exercices grammaticaux,grammatica-oefeningen,pronoms personnels,persoonlijke voornaamwoorden

    ................ .                                       
         Ik vind  ..........  niet te duur.    
    24. Mijn

    exercices grammaticaux,grammatica-oefeningen,pronoms personnels,persoonlijke voornaamwoorden

    .................  wonen nu in de Verenigde Staten.                
          Ik zou  ...........  graag weer willen zien!
    25. Onze twee

    exercices grammaticaux,grammatica-oefeningen,pronoms personnels,persoonlijke voornaamwoorden

     

    ............. hebben veel werk. We gaan  ...... nu helpen.
    26. Moeder heeft

    exercices grammaticaux,grammatica-oefeningen,pronoms personnels,persoonlijke voornaamwoorden

    ................  voor ons gekocht.                               
          We vinden  ..........  geweldig!

    woordenschat : geweldig : fantastique

    27. Wie zijn die

    exercices grammaticaux,grammatica-oefeningen,pronoms personnels,persoonlijke voornaamwoorden

    ................. ? Ken je  ........... ?                                     
    28. Kom eens hier,

    exercices grammaticaux,grammatica-oefeningen,pronoms personnels,persoonlijke voornaamwoorden

    ................. ! Ik moet  .......... iets vertellen.                 
    29. Die

    exercices grammaticaux,grammatica-oefeningen,pronoms personnels,persoonlijke voornaamwoorden

    .................  dateren uit de middeleeuwen.          
          We zullen  ...........  vanmiddag bezoeken.

    woordenschat : de middeleeuwen : le Moyen Âge

    30. Na zo'n lange reis hebben onze

    exercices grammaticaux,grammatica-oefeningen,pronoms personnels,persoonlijke voornaamwoorden

    .................. zeker dorst! 
          We geven  .......... iets te drinken.

    woordenschat : dorst hebben : avoir soif

    ----------------

    exercices grammaticaux,grammatica-oefeningen,pronoms personnels,persoonlijke voornaamwoorden

    Exercice : le pronom personnel / het persoonlijk voornaamwoord - Format PDF

    Grammatica-oefening - het persoonlijk voornaamwoord - tekeningen en zinnetjes.pdf

     

    exercices grammaticaux,grammatica-oefeningen,pronoms personnels,persoonlijke voornaamwoordenDocument 'Grammatica-oefening : het persoonlijk voornaamwoord' en format JPEG sur :

    exercices grammaticaux,grammatica-oefeningen,pronoms personnels,persoonlijke voornaamwoorden

    https://fr.pinterest.com/pin/319051954829752542/

    ---------------

    exercices grammaticaux,grammatica-oefeningen,pronoms personnels,persoonlijke voornaamwoorden

    Solutions / Oplossingen

    01. het station - Zie je het?

    02. De lerares - naar haar

    03. Die man/heer - Je ziet hem ...

    04. dat horloge - ik geef het ...

    05. de foto's - Hang ze/die ...

    06. mijn woordenboek - Ik kan het ...

    07. bladen - Breng ze/die ...

    08. Die krant - Neem hem (ze)/die ... [de krant (m./v.) : Het verschil tussen mannelijke en vrouwelijke de-woorden is in het Nederlands aan het verdwijnen. De meeste (Noord-)Nederlanders beschouwen ze als mannelijke woorden; Vlamingen en Zuid-Nederlanders, die het 'oude' woordgeslacht nog wel herkennen, kiezen vaak voor vrouwelijk. De huidige woordenboeken verwijzen naar het Groene Boekje of de Woordenlijst Nederlandse Taal : de meeste de-woorden mogen als mannelijk beschouwd worden (een klein aantal de-woorden zijn vrouwelijk). Gebruik dus liever hem of die.

    09. de leerlingen - Geef hun hun boeken [strikte regel, klassieke regel]; ook mogelijk : Geef hen/ze  ... [soepelere regel : hun, hen en ze worden in moderne gesproken taal - en steeds meer in moderne geschreven taal - door elkaar gebruikt.]¹

    10. het weerbericht - Het is ...

    11. kinderen - voor jullie

    12. zitbank/rustbank/sofa - ik vind hem (voor zitbank en rustbank ook : ze)/die ... [de zitbank, de rustbank (m./v.) : Het verschil tussen mannelijke en vrouwelijke de-woorden is in het Nederlands aan het vervagen. De meeste (Noord-)Nederlanders beschouwen ze als mannelijke woorden; Vlamingen en Zuid-Nederlanders, die het 'oude' woordgeslacht nog wel herkennen, kiezen vaak voor vrouwelijk. De huidige woordenboeken verwijzen naar het Groene Boekje of de Woordenlijst Nederlandse Taal : de meeste de-woorden mogen als mannelijk beschouwd worden (een klein aantal de-woorden zijn vrouwelijk). Gebruik dus liever hem of die.

    13. De vaas - Ga hem (ze)/die ... [de vaas (m./v.) : Het verschil tussen mannelijke en vrouwelijke de-woorden is in het Nederlands aan het verdwijnen. De meeste (Noord-)Nederlanders beschouwen ze als mannelijke woorden; Vlamingen en Zuid-Nederlanders, die het 'oude' woordgeslacht nog wel herkennen, kiezen vaak voor vrouwelijk. De huidige woordenboeken verwijzen naar het Groene Boekje of de Woordenlijst Nederlandse Taal : de meeste de-woorden mogen als mannelijk beschouwd worden (een klein aantal de-woorden zijn vrouwelijk). Gebruik dus liever hem of die.

    14. Mijn ouders - Stel hun de vraag! [strikte regel, klassieke regel]; ook mogelijkStel hen/ze  ... [soepelere regel : hun, hen en ze worden in moderne gesproken taal - en steeds meer in moderne geschreven taal - door elkaar gebruikt.]¹

    15. je slaapkamer - Hij (ze)/die is ... [de slaapkamer (m./v.) : Het verschil tussen mannelijke en vrouwelijke de-woorden is in het Nederlands aan het verdwijnen. De meeste (Noord-)Nederlanders beschouwen ze als mannelijke woorden; Vlamingen en Zuid-Nederlanders, die het 'oude' woordgeslacht nog wel herkennen, kiezen vaak voor vrouwelijk. De huidige woordenboeken verwijzen naar het Groene Boekje of de Woordenlijst Nederlandse Taal : de meeste de-woorden mogen als mannelijk beschouwd worden (een klein aantal de-woorden zijn vrouwelijk). Gebruik dus liever hem of die.

    16. tomaten - Ja, ik eet ze/die ...

    17. dat liedje - Ik ken het ...

    18. die film - Nee, ik vind hem/die ...

    19. mijn ring - Ik kan hem/die ...

    20. die truien/pullovers - Ik koop ze/die ...

    21. Deze toeristen - met hen [strikte regel, klassieke regel]; ook mogelijkmet hun (met ze) ... [soepelere regel : hun, hen en ze worden in moderne gesproken taal - en steeds meer in moderne geschreven taal - door elkaar gebruikt.]¹

    22. vriendinnen - Ik wil hen ... [strikte regel, klassieke regel]; ook mogelijkIk wil ze/hun ... [soepelere regel : hun, hen en ze worden in moderne gesproken taal - en steeds meer in moderne geschreven taal - door elkaar gebruikt.]¹

    23. meubels - Ik vind ze/die ...

    24. Mijn grootouders - Ik zou hen ... [strikte regel, klassieke regel]; ook mogelijkIk zou ze/hun  ... [soepelere regel : hun, hen en ze worden in moderne gesproken taal - en steeds meer in moderne geschreven taal - door elkaar gebruikt.]¹

    25. secretaresses - We gaan hen ... [strikte regel, klassieke regel]; ook mogelijkWe gaan ze/hun  ... [soepelere regel : hun, hen en ze worden in moderne gesproken taal - en steeds meer in moderne geschreven taal - door elkaar gebruikt.]¹

    26. sokken - we vinden ze/die ...

    27. die mensen/personen - Ken je hen? [strikte regel, klassieke regel]; ook mogelijkKen je ze/hun  ... [soepelere regel : hun, hen en ze worden in moderne gesproken taal - en steeds meer in moderne geschreven taal - door elkaar gebruikt.]¹

    28. jongens/kinderen - ik moet jullie ...

    29. Die kastelen - We zullen ze/die ...

    30. Onze buschauffeurs - We geven hun ... [strikte regel, klassieke regel]; ook mogelijkWe geven ze/hen  ... [soepelere regel : hun, hen en ze worden in moderne gesproken taal - en steeds meer in moderne geschreven taal - door elkaar gebruikt.]¹

    ----------------

    ¹ A. M. Fontein, A. Pescher - ter Meer, Nederlandse Grammatica voor Anderstaligen, Nederlands Centrum Buitenlanders, Utrecht / W. Mattens, P. Vandenberghe, Praktische Spraakkunst van het Algemeen Bruikbaar Nederlands, De Nederlandsche Boekhandel, Antwerpen - Utrecht

    ² Genootschap Onze Taal : https://onzetaal.nl/taaladvies/advies/mannelijk-vrouwelijk-woord / A. M. Fontein, A. Pescher - ter Meer, Nederlandse Grammatica voor Anderstaligen, Nederlands Centrum Buitenlanders, Utrecht