• Dossier 'Talen en nationaliteiten' (1) : néerlandais - compréhension à l'audition 'Talen en nationaliteiten'

    • Séquence pédagogique : cours de néerlandais / Leersequentie : les Nederlands
    • Dossier 'Langues et nationalités' / Dossier 'Talen en nationaliteiten'
    • Thématique : langues, nationalités, pays, voyages / Thematiek : talen, nationaliteiten, landen, reizen
    • Support didactique : MP3 / Lesmateriaal : mp3
    • Niveaux : 4N1, 4N2 / Niveaus : 4N1, 4N2

    -----------------

    leersequentie,séquence pédagogique,talen en nationaliteiten,langues et nationalités,luistervaardigheid,compréhension à l'audition,voyages,travail lexical,woordenschatverwerking

    Aquarel : Alkmaar Waag, Hoefman

    leersequentie,séquence pédagogique,talen en nationaliteiten,langues et nationalités,luistervaardigheid,compréhension à l'audition,voyageshttp://www.delcampe.net/page/item/id,252813530,var,Alkmaar--Waag--Aquarel--Hoefman-AAC-184,language,E.html

     ---------------

    leersequentie,séquence pédagogique,talen en nationaliteiten,langues et nationalités,luistervaardigheid,compréhension à l'audition,voyages

     

     

     

     

     

     

    La compréhension à l'audition "Talen en nationaliteiten" (texte, questions, récapitulation lexicale, exercices lexicaux en format PDF ainsi que le document sonore en format MP3) dont certains extraits figurent ci-dessous est à votre disposition. Si vous souhaitez recevoir les documents gratuitement par mail, il suffit d'en faire la demande en cliquant sur l'icône e-mail. Veuillez mentionner, dans votre courriel, la référence "Talen en nationaliteiten 1".

    De luistervaardigheid 'Talen en nationaliteiten' (tekst, vragen, herhaling van de woordenschat, lexicale oefeningen in pdf-formaat alsmede het geluidsdocument in mp3-formaat) waarvan bepaalde fragmenten hieronder staan, zijn nu beschikbaar. Wenst u de documenten gratis per e-mail te verkrijgen, dan moet u aanvraag doen door te klikken op het e-mailicoontje. Gelieve in uw mailtje de referentie 'Talen en nationaliteiten 1' te vermelden.

    ---------------

    Texte (extrait) / Tekst (fragment) : Talen en nationaliteiten

    - Uit welk land komt u ? Uit Nederland ?

    - Nee, ik ben geen Hollander, ik ben Fransman. Ik spreek een beetje Duits en ik wil Nederlands leren.

    - Is uw vrouw Française of Nederlandse ? Mijn vrouw is Italiaanse. Haar moedertaal is dus Italiaans  . . .

    • Présentation partielle : la totalité du texte est à demander par mail.
    • Gedeeltelijke presentatie : de hele tekst moet per e-mail worden aangevraagd.

    ---------------

    Ecoutez le document. / Luister naar het document.

    Version à débit normal (Noord-Nederlands accent)
    podcast

    Version à débit normal (Vlaams accent)
    podcast

    ---------------

    Activité de compréhension à l'audition / Luisteractiviteit

    Naam :                                                                                           Datum :

    Voornaam :

    Klas :                                  Luistervaardigheid : Talen en nationaliteiten

     

    Contexte :

    Tu suis deux fois par semaine un cours du soir en néerlandais. Ton professeur a l'habitude de choisir à la fin de l'heure de cours un étudiant à qui il demande d'écouter pour le cours suivant un dialogue et d'en restituer les idées essentielles. Cette fois-ci, c'est à toi que revient cette tâche. Tu repars donc avec l'exercice d'audition sauvegardé dans ta clé USB afin de le préparer chez toi ...

     

    Tâche :

    Ecoute attentivement le dialogue et complète (dans ta langue maternelle ou en néerlandais) : / Luister aandachtig naar het gesprek en vul aan (in je moedertaal of in het Nederlands).

    1. Meneer Mercier spreekt  ........................................................................................

    2. Zijn vrouw is  ...................................... . Ze spreekt  ..............................................

    3. . . . . . .

    4. . . . . . .

    • Questionnaire incomplet : la totalité du dossier est à demander par mail.
    • Onvolledige vragenlijst : het hele dossier moet per e-mail worden aangevraagd.

    ---------------

    Travail lexical / Woordenschatverwerking

    Probeer dit woordenschatblad in te vullen (Nederlandse zinnetjes en woorden vertalen, lidwoorden vinden, infinitieven geven, ...).


    Ze komt uit Azië. ...............................................
    ......  land ...............................................
    ......  moedertaal ...............................................
    Op  ......  reisbureau ...............................................
    ......  toerist ...............................................

    Ik ga altijd met de fiets naar school, behalve als er slecht weer is.    

    ...............................................

    ..................

    ..................

     

    Geef synoniemen.

    toerist helaas
    jammer genoeg          ...............
    diverse ...............
    ................ ...............

     

    Formuleer op een andere manier.

    Uit welk land komt u ?                      ....................................................

     

    Vind het tegengestelde.

    de moedertaal         ><      ..............................................

     

    Vertaal.

    worden    ...............      

    woorden    ...............
    . . . . . . . . . . . .

     

    Welke talen spreken die mensen?

    de Belg ....................................
    de Nederlander           ....................................
    . . . . . . . . . . . .
    . . . . . . . . . . . .

     ---------------

    Exercices lexicaux / Woordenschatoefeningen

    I. Zoek het passende woord.

    wereld  -  worden  -  tolk  -  behalve  -  zoals  -  lijken  -  moedertaal  -  zelfs  -  verschillend   -  trouwen

    1. Ze  ……………………..  op elkaar als twee druppels water.

    2. Ik ga altijd met de fiets naar school,  ………………………  als het heel slecht weer is.

    3. ………………………  zijn vrienden willen niet meer met hem spreken!

    4. . . . . . . . . . . .

    5. . . . . . . . . . . .

     

    II. Vul aan.

    1. Een Spanjaard spreekt  ……………………….  en leeft in  ……………………… .

    2. Een Oostenrijker  spreekt  ……………………… en leeft in  ……………………… .

    3. . . . . . . . . . . .

    4. . . . . . . . . . . .

    5. . . . . . . . . . . .

     

    III. Geef de namen van de continenten.

    1. ......................

    2. ......................

    3. ......................

    4. ......................

    5. ......................

     

    IV.Vul in.

    - Uit welk land komt u?

    - Ik kom uit  ................................. . Ik  . . . . . . .

     

    V. Vertaal de volgende zinnetjes.

    1. Zelfs als het sneeuwt, doet hij altijd de ramen open.

       ..............................................................................

    2. . . . . . . . . . .

    • Présentation partielle : la totalité du document est à demander par mail.
    • Gedeeltelijke presentatie : de hele tekst moet per e-mail worden aangevraagd.

    ----------------

    leersequentie,séquence pédagogique,talen en nationaliteiten,langues et nationalités,luistervaardigheid,compréhension à l'audition,voyages,travail lexical,woordenschatverwerking

    Document incomplet en format PDF

    Luistervaardigheid - Talen en nationaliteiten [incomplet].pdf

     

     

  • Exercice - auxiliaires de mode, modale (hulp)werkwoorden (02) : kunnen, mogen, moeten, willen + verbes, werkwoorden : hoeven (niet) te, dienen te, weten te - néerlandais - grammaire

    • Exercices grammaticaux en néerlandais / Nederlandse grammatica-oefeningen
    • Grammaire néerlandaise / Nederlandse grammatica, Nederlandse spraakkunst
    • Auxiliaires de mode / Modale (hulp)werkwoorden : kunnen, mogen, moeten, willen
    • Verbes particuliers / Bijzondere werkwoorden : hoeven (niet)  ...  te + inf., dienen  ...  te + inf., weten  ...  te + inf.
    • Niveaux : 5N1, 6N1, 6N2 / Niveaus : 5N1, 6N1, 6N2

    ---------------

    Observez les exemples suivants : / Bekijk de volgende voorbeelden :

    exercices grammaticaux,grammatica-oefeningen,auxiliaires de mode,modale (hulp)werkwoorden

     

     

    Hij kan heel goed communiceren en mensen motiveren.

    Hij weet heel goed te communiceren en mensen te motiveren.

    [pouvoir, savoir - la capacité ou la possibilité / het vermogen of de mogelijkheid]

     

     

     

    exercices grammaticaux,grammatica-oefeningen,auxiliaires de mode,modale (hulp)werkwoorden

     

    De auto moet gerepareerd worden / worden gerepareerd.

    De auto dient gerepareerd te worden / te worden gerepareerd.

    [devoir - l'obligation / de verplichting]

     

     

     

    exercices grammaticaux,grammatica-oefeningen,auxiliaires de mode,modale (hulp)werkwoorden

     

    Je hoeft niet te schrikken.

    Je hoeft geen schrik te hebben.

    [ne pas devoir, ne pas être nécessaire - la non-nécessité : dans une phrase négative / het niet nodig zijn : in een negatieve zin]

     

     

     

     

    exercices grammaticaux,grammatica-oefeningen,auxiliaires de mode,modale (hulp)werkwoorden

     

     

    Je mag niet op de boom klimmen.

    [pouvoir - la permission ou l'interdiction / de toestemming of het verbod]

     

     

     

     

     

    exercices grammaticaux,grammatica-oefeningen,auxiliaires de mode,modale (hulp)werkwoorden

     

     

    Hij wil informatie krijgen over de stad Delft.

    [vouloir - la volonté / de wil]

     

     

     

     

    Sclera picto's

    exercices grammaticaux,grammatica-oefeningen,auxiliaires de mode,modale (hulp)werkwoorden

     

     http://www.sclera.be/fr/picto/overview

     

    ---------------

    Utilisez le verbe correct en fonction du contexte / Gebruik het passende werkwoord in verband met de context : kunnen, mogen, moeten, willen, hoeven (niet) te, dienen te, weten te

     

    01. ...............   ik nog een boterham hebben?

    02. Als je zo speelt,   ................   je nooit winnen!

    03. Hij voelt zich veel beter en   ................   niet meer denken aan de dood van zijn hond.

    woordenschat : de dood : la mort

    04. Jij   ................   vandaag niet te komen. Het is niet nodig.

    05. ...............   je met wat vis beginnen? Of heb je liever soep?

    woordenschat : wat = een beetje

    06. Vandaag   ...............   ik terug naar de huisarts omdat ik nog steeds koorts heb.

    woordenschat : de huisarts : le médecin de famille

    07. Dit probleem   ................   nu opgelost te worden.

    08. Goedenmorgen, mevrouw!   ..................   we binnenkomen?

    09. Ik   .................   je niet te zeggen dat je altijd in mijn gedachten zit.

    woordenschat : de gedachte : la pensée

    10. Waarom heeft hij over zijn problemen niet   .................   praten? We hadden hem toch   ............... helpen!

    woordenschat : toch : quand même

    11. Je   ................   geen dure producten als kaviaar te gebruiken om een heerlijk gerecht te bereiden.

    woordenschat : heerlijk : délicieux / het gerecht : le plat / bereiden : préparer

    12. Onze plannen en onze gesprekken hierover   ................   absoluut geheim blijven.

    woordenschat : geheim : secret

    13. Ze   .................   niet goed te verklaren waarom ze op die manier gereageerd heeft.

    14. De waarheid komt altijd uit, of je   ................   of niet.

    woordenschat : de waarheid : la vérité / uitkomen : sortir

    15. De patiënt   .................   geïnformeerd te worden over de aard en de inhoud van het onderzoek.

    woordenschat : de aard : la nature / de inhoud : le contenu / het onderzoek : l'examen (médical)

    16. Registreer op onze website! Zo   ................   je niet telkens weer het volledige formulier in te vullen.

    woordenschat : telkens weer : à chaque fois / volledig = compleet

    17. In het leven   .................   je nooit zeker zijn van wat morgen brengt.

    18. Er   ..................   natuurlijk een lange weg te worden afgelegd.

    woordenschat : afleggen : parcourir

    19. Hij is een talentvol mens. Hij   .................   altijd te verrassen met zijn kookcreaties!

    woordenschat : verrassen : surprendre / de kookcreatie : la création culinaire

    20. Eddy   ................   graag jetskiën maar   ................   niet van zijn vader die vindt dat het te gevaarlijk is.

    21. Deze winkel is niet meer aantrekkelijk voor de klanten en   ................   dringend vernieuwd te worden.

    woordenschat : aantrekkelijk = atractief / dringend : de toute urgence / vernieuwen : rénover

    22. We   ................   geen excuses te zoeken als we onze beloftes niet nakomen.

    woordenschat : de belofte : la promesse / nakomen : tenir, respecter

    23. Ik vind hem een geweldige verteller. Hij   .................   altijd te boeien met mooie verhalen!

    woordenschat : de verteller : le conteur / boeien : captiver

    24. Op welke datum   ................. u dat het geld op uw rekening wordt overgemaakt?

    woordenschat : overmaken : virer

    25. Hij heeft al veel gesproken over zijn favoriete kandidaat. Hij   ...............   niet bekend te maken wie hij kiest.

     

    exercices grammaticaux,grammatica-oefeningen,auxiliaires de mode,modale (hulp)werkwoorden

    Solutions / Oplossingen

    01. mag                                 14. wil(t)
    02. kan/kun 15. dient
    03. wil 16. hoef
    04. hoeft 17. kan/kun
    05. wil 18. dient
    06. moet 19. weet
    07. dient 20. wil - mag
    08. mogen 21. dient
    09. hoef 22. hoeven
    10. willen - kunnen  23. weet
    11. hoeft 24. wilt
    12. moeten 25. hoeft
    13. weet