• Exercice : accord de l'adjectif qualificatif épithète (4) en néerlandais [cas particuliers] - grammaire néerlandaise

    • Exercices grammaticaux (en néerlandais) / Grammaticale oefeningen (in het Nederlands)
    • Grammaire néerlandaise / Nederlandse grammatica, Nederlandse spraakkunst
    • Accord de l'adjectif qualificatif épithète : cas particuliers / Verbuiging van het bijvoeglijk naamwoord, flexie van het adjectief, attributief gebruik : bijzondere gevallen
    • Niveaux : 6N1, 6N2 (niveau avancé) / Niveaus : 6N1, 6N2 (gevorderd niveau)

    -----------------

    grammaire,exercices grammaticaux,adjectif qualificatif,bijvoeglijk naamwoord,adjectief

     Nederlandse ansichtkaart, Boy giving girl flowers near bridge

    grammaire,exercices grammaticaux,adjectif qualificatif,bijvoeglijk naamwoord,adjectiefhttps://www.flickr.com/photos/dutchgirl73/with/6833736037/

     

    -----------------

    Accord de l'adjectif : -e ou pas de -e ? Faites bien attention aux règles d'orthographe en néerlandais! / Verbuiging van het bijvoeglijk naamwoord : wel -e of geen -e ? Let eens goed op de spelregels in het Nederlands !

     

    01. Het Ministerie van (Buitenlands)   ................   Zaken heeft een (Belgisch)   ................   diplomaat uit Kopenhagen teruggeroepen op verdenking van spionage.

    Woordenschat : de verdenking : le soupçon

    02. De (maatschappelijk)   .................   werkster kan u hierover informatie geven.

    03. In die uitdrukkingen blijft het (bijvoeglijk)   .................   naamwoord onveranderd.

    Woordenschat : de uitdrukking : l'expression / onveranderd : inchangé, invariable

    04. Op het plein kwam ik een (oud)   ..................   vriend uit mijn schooltijd tegen.

    Woordenschat : tegenkomen (kwam ... tegen, tegengekomen) = ontmoeten

    05. Wegens de overstomingen werden er (steviger)   ..................   huizen gebouwd.

    Woordenschat : de overstoming : l'inondation / stevig : solide

    06. Wat een (belachelijk)   ..................   antwoord!

    Woordenschat : belachelijk : ridicule

    07. Zijn er echt geen (belangrijker)   ................   beslissingen te nemen?

    Woordenschat : echt : vraiment / de beslissing : la décision

    08. Het is een (fraai)   ..................   pentekening die gemaakt werd door een (jong)   .................   artiest met een (verbluffend)   ................   potentieel.

    Woordenschat : fraai = mooi / verbluffend : stupéfiant, à couper le souffle

    09. Ze verkoopt (tweedehands)   .................   kleren op de markt.

    Woordenschat : tweedehands : d'occasion, de seconde main

    10. Vervang het (zelfstandig)   ...................   naamwoord door een (persoonlijk)   ..................   voornaamwoord !

    Woordenschat : zelfstandig naamwoord = substantief / persoonlijk voornaamwoord = personaal pronomen

    11. Het (Europees)   ................   Parlement heeft zijn zetel in Straatsburg (Frankrijk).

    Woordenschat : de zetel : le siège

    12. Het was een (briljant)   .................   politicus maar vooral een (briljant)   ................   docent.

    Woordenschat : de docent : le professeur

    13. Met zijn (stil)   ................   en (bescheiden)   ................   natuur was hij een (knap)   ................   dirigent.

    Woordenschat : stil : calme / bescheiden : réservé

    14. Ik gebruik weinig (contant)   ................   geld, je kunt tegenwoordig bijna overal pinnen.

    Woordenschat : tegenwoordig : actuellement / pinnen : payer par carte bancaire

    15. De (Nederlands)   ................   minister van (Binnenlands)   ................   Zaken nam een (voorzichtiger)  .................   houding aan.

    Woordenschat : een houding aannemen : adopter une attitude

    16. Je (lekker)   ................    recept heb ik meteen gekopieerd en bewaard.

    Woordenschat : meteen : immédiatement / bewaren : conserver

    17. Onze duikclub heeft (wekelijks)   ...............   trainingsavonden op dinsdagavond in het (stedelijk)   ...............   zwembad van Oostende.

    Woordenschat : de duikclub : le club de plongée

    18. (Goed)   ...............   nieuws voor wie het leven door een (roze)   ...............   bril ziet! Een (Amerikaans)   ...............   studie toont aan dat optimisten een (gezonder)   ...............   hart hebben dan mensen die pessimistisch door het leven gaan.

    Woordenschat : aantonen : montrer, démontrer / het hart : le coeur

    19. Ze beschouwen hem als een (eerlijk)   ...............  politicus.

    Woordenschat : beschouwen als : considérer comme / eerlijk : honnête

    20. Hij was geen (groot)   ...............   staatsman, maar wel een (uitzonderlijk)   ...............   redenaar.

    Woordenschat : uitzonderlijk : exceptionnel / de redenaar : l'orateur

    21. Uw (plastisch)   ...............   chirurg zal eerst nagaan of u in (goed)   ...............   gezondheid verkeert.

    Woordenschat : nagaan = controleren verkeren in ... : être en ...., se trouver en ...

    22. De tentoonstelling werd gisteren geopend door de (algemeen)   ...............   directeur van de (Koninklijk)   ...............   Bibliotheek van België.

    Woordenschat : de tentoonstelling : l'exposition

    23. De (derdejaars)   ................   studenten hebben hun ervaringen gedeeld met de (eerstejaars)   ...............   studenten.

    Woordenschat : de ervaring : l'expérience / delen : partager

    24. De leerlingen brengen onder begeleiding van een (geweldig)   ...............   gids een bezoek aan het (Federaal)   ................   Parlement van België in Brussel.

    Woordenschat : onder begeleiding van : accompagné de / geweldig : formidable / de gids : le guide

    25. In het hartje van de (historisch)   ...............   kaasstad Alkmaar is het (Hollands)   ...............  Kaasmuseum te vinden.

    Woordenschat : in het hartje van : au cœur de

     

    grammaire,exercices grammaticaux,adjectif qualificatif,bijvoeglijk naamwoord,adjectief

    Solutions / Oplossingen

    01. het Ministerie van Buitenlandse Zaken / een Belgisch(e) diplomaat

    02. De maatschappelijk werkster

    03. het bijvoeglijk naamwoord

    04. een oud vriend

    05. steviger huizen

    06. een belachelijk antwoord

    07. geen belangrijker beslissingen

    08. een fraaie pentekening / een jong artiest [sens abstrait : qui débute]; een jonge artiest [sens concret : peu âgé] / een verbluffend potentieel

    09. tweedehands kleren

    10. het zelfstandig naamwoord / een persoonlijk voornaamwoord

    11. het Europees Parlement

    12. een briljant(e) politicus / een briljant(e) docent

    13. zijn stille en bescheiden natuur / een knap dirigent

    14. weinig contant geld

    15. de Nederlandse minister van Binnenlandse Zaken / een voorzichtiger houding

    16. je lekkere recept

    17. wekelijkse trainingsavonden / het stedelijk zwembad

    18. goed nieuws / een roze bril / een gezonder hart

    19. een eerlijk(e) politicus

    20. geen groot staatsman / een uitzonderlijk(e) redenaar

    21. uw plastisch chirurg / in goede gezondheid

    22. de algemeen directeur / de Koninklijke Bibliotheek

    23. de derdejaars studenten / de eerstejaars studenten

    24. een geweldig(e) gids / het Federaal Parlement

    25. de historische kaasstad / het Hollands Kaasmuseum

     

  • Exercice : accord de l'adjectif qualificatif épithète (3) en néerlandais [cas particuliers] - grammaire néerlandaise

    • Exercices grammaticaux (en néerlandais) / Grammaticale oefeningen (in het Nederlands)
    • Grammaire néerlandaise / Nederlandse grammatica, Nederlandse spraakkunst
    • Accord de l'adjectif qualificatif épithète : cas particuliers / Verbuiging van het bijvoeglijk naamwoord, flexie van het adjectief, attributief gebruik : bijzondere gevallen
    • Niveaux : 6N1, 6N2 (niveau avancé) / Niveaus : 6N1, 6N2 (gevorderd niveau)

    ---------------

    grammaire,exercices grammaticaux,adjectif qualificatif,bijvoeglijk naamwoord,adjectief

    Nederlandse ansichtkaart, Delft Blue Children

    grammaire,exercices grammaticaux,adjectif qualificatif,bijvoeglijk naamwoord,adjectiefhttps://www.flickr.com/photos/dutchgirl73/with/6833397585/

     

    --------------

    Accord de l'adjectif : -e ou pas de -e ? Faites bien attention aux règles d'orthographe ! / Verbuiging van het bijvoeglijk naamwoord : wel -e of geen -e ? Let eens goed op de spelregels !

     

    01. Naast het (Koninklijk)   ...............   Paleis staat de (Nieuw)   ................   Kerk waar Maxima en Willem-Alexander trouwden.

    02. Het (middeleeuws)   ................   kasteel van Gaasbeek ligt in een (groot)   ...............   park van bijna 50 hectare.

    Woordenschat : middeleeuws : médiéval

    03. In zijn boek schrijft hij over zijn ervaring als docent Nederlands in het (middelbaar)   ..............   onderwijs.

    Woordenschat : de ervaring : l'expérience / middelbaar = secundair

    04. Dat was een (groot)   ................   schilder die bekend werd om zijn (gedetailleerd)   ...............   stadsgezichten.

    Woordenschat : het stadsgezicht : le panorama d'une ville

    05. Het was een (moedig)   ...............   soldaat en een (kundig)   ..............   staatsman.

    Woordenschat : moedig : courageux / kundig : compétent

    06. In het (Stedelijk)   ...............   Museum kan je een collectie (Vlaams)   ...............   en (Hollands)   ................   meesters gaan bekijken.

    07. Ze was een (groot)   ...............   dame met een (groot)   ...............   voorliefde voor mode en (diamanten)   ...............   juwelen.

    Woordenschat : de voorliefde : la préférence / het juweel : le bijou

    08. Maak telefonisch een afspraak met een (maatschappelijk)   ...............   werkster bij de (sociaal)   ...............   dienst !

    Woordenschat : de dienst : le service

    09. Op de foto zie je een (knap)   ...............  jongen van ongeveer 20 jaar met (halflang)   ...............   haar en (blauw)   ..............   ogen.

    10. Dat is een (knap)   ...............   journalist van wie de beroepsethiek een voorbeeld kan zijn voor iedereen.

    Woordenschat : de beroepsethiek : l'éthique professionnelle

    11. Hij legde zijn (lang)   ................   voeten op zijn (metalen)   ...............   bureau, sloeg zijn (dik)   ...............   krant open en zocht het (gemengd)   ...............   nieuws.

    Woordenschat : openslaan : ouvrir (en dépliant)

    12. Hij was een (wereldberoemd)   ................   architect en ontwierp meer dan 200 (modern)   ................   gebouwen.

    Woordenschat : ontwerpen (ontwierp, ontworpen) : concevoir, élaborer

    13. Het blijkt dat een (groot)   ................   aantal studenten problemen heeft met de overgang van het (secundair)   ................   onderwijs naar het (universitair)   ...............   onderwijs.

    Woordenschat : het blijkt dat ... : il s'avère que ... / de overgang : le passage, la transition

    14. Het zoeken naar een (goed)   ................   advocaat is niet (gemakkelijk)   ................   .

    15. Hij is een (bekwaam)   ................   arbeider, een (ervaren)   .................   persoon en hij is op zoek naar een job in de bouwsector.

    Woordenschat : bekwaam : compétent / ervaren : expérimenté

    16. In die tijd was hij nog geen (bekend)   ................   schrijver. Hij stond aan het begin van zijn (lang)   ................   carrière. 

    17. Wij zijn op zoek naar een (tweetalig)   .................   verkoper voor onze (nieuw)   ................   winkel in Brussel.

    18. Het (ministerieel)   ................   besluit van 9 juli is nu vervangen door het (nieuw)   .................   (ministerieel)   .................   besluit van 3 december.

    Woordenschat : het besluit : le décret / vervangen (verving, vervangen) : remplacer

    19. Hij was een (intelligent)   ................   voetballer die alles kon.

    20. Volgens het (Nationaal)   ...............   Instituut voor de Statistieken geven (Belgisch)   ...............   gezinnen gemiddeld 16% van hun budget uit aan voeding, drank en tabak.

    Woordenschat : gemiddeld : en moyenne / de voeding : l'alimentation

    21. We beginnen met een (eenvoudig)   ................   oefening en daarna maken we een (moeilijker)   ................   oefening.

    22. Op een (creatief)   .................   manier zet hij ouders en kinderen aan het werk om samen tot een (gelukkiger)   .................   situatie te komen.

    23. Christiaan Huygens was een (Nederlands)   ................   geleerde.

    Woordenschat : de geleerde : le savant

    24. De (doodgeschoten)   ................   kapitein was een (succesvol)   .................   zeiler en ook een (gerenommeerd)   .................   advocaat.

    Woordenschat : doodschieten (schoot ... dood, doodgeschoten) : abattre (avec une arme) / de zeiler : le yachtman

    25. Die (47-jarig)   .................   man was een (fantastisch)   ................   tennisspeler en heeft (buitengewoon)   ..................   successen geoogst als trainer.

    Woordenschat : buitengewoon : extraordinaire / oogsten : récolter

     

    grammaire,exercices grammaticaux,adjectif qualificatif,bijvoeglijk naamwoord,adjectief

    Solutions / Oplossingen

    01. het Koninklijk Paleis / de Nieuwe Kerk

    02. het middeleeuwse kasteel / een groot park

    03. het middelbaar onderwijs

    04. een groot schilder / zijn gedetailleerde stadsgezichten

    05. een moedig(e) soldaat / een kundig(e) staatsman

    06. het Stedelijk Museum / Vlaamse en Hollandse meesters

    07. een grote dame / een grote voorliefde / diamanten juwelen

    08. een maatschappelijk werkster / de sociale dienst

    09. een knappe [sens concret : aspect physique] jongen / halflang haar / blauwe ogen

    10. een knap [sens abstrait] journalist

    11. zijn lange voeten / zijn metalen bureau / zijn dikke krant / het gemengd nieuws

    12. een wereldberoemd(e) architect / 200 moderne gebouwen

    13. een groot aantal / het secundair onderwijs / het universitair onderwijs

    14. een goed(e) advocaat / niet gemakkelijk

    15. een bekwaam (bekwame) arbeider / een ervaren persoon

    16. geen bekend(e) schrijver / zijn lange carrière

    17. een tweetalig(e) verkoper / onze nieuwe winkel

    18. het ministerieel besluit / het nieuwe ministerieel besluit

    19. een intelligent(e) voetballer

    20. het Nationaal Instituut voor de Statistieken / Belgische gezinnen

    21. een eenvoudige oefening / een moeilijker oefening

    22. een creatieve manier / een gelukkiger situatie

    23. een Nederlands(e) geleerde

    24. de doodgeschoten kapitein / een succesvol(le) zeiler / een gerenommeerd(e) advocaat

    25. die 47-jarige man / een fantastish(e) tennisspeler / buitengewone successen