• Kerst- en nieuwjaarswensen - compréhension à l'audition - néerlandais

    Prettig kerstfeest en een gelukkig nieuwjaar!

    animatiefilmpje - sapin-noel48.gif

    • Séquence pédagogique : cours de néerlandais / Leersequentie : les Nederlands
    • Thème : fête de Noël et Nouvel An / Thema : Kerstfeest en Nieuwjaar
    • Compréhension à l'audition / Luistervaardigheid
    • Exercices lexicaux / Woordenschatoefeningen
    • Exercices grammaticaux / Grammatica-oefeningen 
    • Niveaux : 5N1, 5N2 / Niveaus : 5N1, 5N2

    séquence pédagogique,lessequentie,compréhension à l'audition,luistervaardigheid,travail lexical,woordenschatverwerking,voeux de noël et de nouvel an,kerst- en nieuwjaarswensen

     Hollands landschap in de winter, 1925, Tavik Frantisek Simon

    Lien bleu C.png

     

    http://www.tfsimon.com/T-F-Simon-in-Holland.htm

     

    ---------------

    Ecoutez attentivement le texte et complétez! / Luister aandachtig naar de tekst en vul in!

    Version à débit normal [Noord-Nederlands accent]
    podcast

    Version à débit lent [Noord-Nederlands accent]
    podcast

     

    Version à débit normal [Vlaams accent]
    podcast

    Version à débit lent [Vlaams accent]
    podcast

    ---------------

    Invultekst / Texte à compléter

    Van oud naar nieuw

    Ik heb naar de aller. . . . . . .   engel in de   . . . . .    ge . . . .
    En heb voor K . . . . . . .   iets heel   . . . . . . . . .   be . . . . .
    Als op o . . . . . . .   de    . . . .   12 uur zal   . . . . .
    Zal er een heel b . . . . . . . .    d . . . . .   open   . . . .
    En dat d . . . . .  zit   . . .   l . . . . .  , g . . . . . . . . .  , geld en   . . . . .
    Zo kan het nieuwe jaar   . . . . . . .   niet   . . . .

    ---------------

     

    séquence pédagogique,lessequentie,compréhension à l'audition,luistervaardigheid,travail lexical,woordenschatverwerking,voeux de noël et de nouvel an,kerst- en nieuwjaarswensen

     

     

     

     

     

     

    Correction / Verbetering

     Van oud naar nieuw

    Ik heb naar de allerliefste engel in de hemel gebeld
    En heb voor Kerstmis iets heel speciaals besteld
    Als op oudejaar de klok 12 uur zal slaan
    Zal er een heel bijzonder doosje open gaan
    En dat doosje zit vol liefde, gezondheid, geld en geluk
    Zo kan het nieuwe jaar beslist niet stuk.

    Woordenschat : stuk : cassé / Dat kan niet stuk(gaan) = Dat kan niet slecht zijn

    Lien bleu C.png

     

    http://www.wilfriedrobert.be/FILOMUSING/nieuwjaar.html#.VJRjJFACB2B

     

    ---------------

    Travail lexical / Woordenschatverwerking

    Probeer dit woordenschatblad in te vullen (Nederlandse zinnetjes en woorden vertalen; lidwoorden vinden; vormen van de infinitief, het preteritum en het participium geven, ...).

    Mama zegt altijd dat hij de allerliefste jongen van de wereld is.

    .....................................................
    ......  engel [meervoud : ..................] .....................................................
    ......  hemel .....................................................
    ......  kerstmis .....................................................
    Ik heb gisteren het product besteld.  (inf. : ..............) .....................................................

    De klok slaat 12 uur.  (inf.: ..............., pret.: .................., part.: ..................)

    .....................................................
    Met Kerstmis gaan we met de hele familie uit.  ....................................................
    Wat zullen we op oudejaar doen? ....................................................
    ......  doos  [meervoud : ..................]  
    Het flesje in mijn tas was open gegaan, dus er zat overal water! ....................................................

                                           [inf.:..............., pret.:..................., 

                                            part.: .......................]

     
    Het leven zit vol verrassingen! ....................................................
             [inf.: ............, pret.: ..............., part.: .................]  
    ......  liefde  ....................................................
    ......  gezondheid .................................................... 
    ......  geluk .................................................... 

     

    Attention! Observez bien les exemples suivants avec les verbes bellen, telefoneren, opbellen. / Pas op! Bekijk de volgende voorbeelden met de werkwoorden bellen, telefoneren, opbellen.

    ♦ Ze belt nu met haar advocaat. 
    [Ze is telefonisch aan het praten met haar advocaat. / Elle est en train de parler au téléphone avec son avocat.]
    ♦ Ze belt nu naar haar advocaat. 
    [Ze toetst nu het telefoonnummer van haar advocaat in. / Elle compose maintenant le numéro de son avocat.]
    ♦ Hij heeft een uur lang getelefoneerd met zijn collega. 
    [Hij heeft een uur lang telefonisch gepraat met zijn collega. / Il a parlé au téléphone avec son collègue pendant une heure.]
    ♦ Ze heeft nog een keer naar haar schoonmoeder getelefoneerd.
    [Ze heeft nog een keer het telefoonnummer van haar schoonmoeder ingetoetst. / Elle a composé une nouvelle fois le numéro de téléphone de sa belle-mère] 
    ♦ We hebben direct  X  de politie opgebeld. [infinitief : opbellen]
    [Met het werkwoord opbellen geen prepositie! / Avec le verbe opbellen, pas de préposition!]

     

    Oefeningen

    I. Verbind de synoniemen met elkaar.

    speciaal         zeer
    bellen         jaarwisseling
    heel         stuk
    beslist         bijzonder
    gebroken         zeker
    van oud naar nieuw         telefoneren

     

    II. Gebruik het passende adjectief.

    01. – Is dat mooi? / – Ja, dat is iets moois.

    02. – Is dat speciaal? / – Ja, dat is iets  ...................... .

    03. – Is dat lekker? / – Nee, dat is niet  ..................... .

    04. – Wat zeggen ze? En is het interessant? / – Nee, ze zeggen weinig  ....................... .

    05. – Zie je iets? En is het leuk? / – Ja, ik zie iets  ..................... .

    06. – Ligt daar veel? En is het lekker? / – Ja, daar ligt veel  ..................... .

    07. – Koop je iets? En is het typisch? / – Nee, ik koop niets  ..................... .

    08. – Vertelt hij iets? En is het belangrijk? / – Nee, hij vertelt niets  ..................... .

    09. – Ze maken heel wat, hè! En is het nieuw? / – Ja, ze maken heel wat  ..................... .

    10. – Is dat buitengewoon? / – Nee, dat is helemaal niet  ...................... .

     

    Woordenschat : belangrijk : important / buitengewoon : extraordinaire

     

    III. Gebruik het passende woord.

    bestellen  bellen  doos vol allerliefst liefde oudejaar slaan engel geluk

    01. Het is onmogelijk om vandaag alle  .....................  uit te pakken.

    02. .....................  is tevreden kunnen zijn met wat je hebt en bent.

    03. Vanaf zijn geboorte totdat hij de basisschool doorlopen had, was hij een  .....................  kind.

    04. Op  ....................  wil iedereen feesten!

    05. Ze hebben hun kinderen met veel  .....................  opgevoed.

    06. Ze wachten nog steeds op de pizza die ze een uur geleden hebben  ....................  .

    07. Als je dat voor mij doet, ben je een  ....................  !

    08. Onze tuin zit  .....................  (met) kleuren en geuren.

    09. De klok heeft twaalf uur  ....................  .

    10. Als er een probleem is met uw reservering, wordt u door ons onmiddellijk  ...................  .

     

    Woordenschat : uitpakken  : vider, déballer  /  doorlopen [verbe inséparable, accent tonique tombe sur lopen] : fréquenter (une école)  /  opvoeden : éduquer  /  de geur : l'odeur  /  onmiddellijk : immédiatement

     

    séquence pédagogique,lessequentie,compréhension à l'audition,luistervaardigheid,travail lexical,woordenschatverwerking,voeux de noël et de nouvel an,kerst- en nieuwjaarswensen

     

     

     

     

    Solutions /Oplossingen

     

     

    séquence pédagogique,lessequentie,compréhension à l'audition,luistervaardigheid,travail lexical,woordenschatverwerking,voeux de noël et de nouvel an,kerst- en nieuwjaarswensenPDF

    Van oud naar nieuw (verbetering van de oefeningen).pdf

     

    ----------------

    Quelques exemples de vœux classiques. / Enkele voorbeelden van klassieke gelukwensen.

    Ecoutez attentivement les formulations suivantes et répétez-les afin d'améliorer votre prononciation / Luister aandachtig naar de volgende zinnetjes en herhaal die om uw uitspraak te verbeteren.

     

    Version à débit normal [Vlaams accent]
    podcast

    Version à débit lent [Vlaams accent]
    podcast

    Version à debit normal [Noord-Nederlands accent]
    podcast

    Version à debit lent [Noord-Nederlands accent]
    podcast

    ♥ Prettig kerstfeest, en een gelukkig nieuwjaar!

    Geniet van de kerstdagen, en proost op een mooi nieuwjaar!

    ♥ Fijne kerstdagen en een gelukkig 2015.

    ♥ Een gezond en zalig 2015 toegewenst.

    ♥ Een gelukkig kerstfeest en een goed en gezond 2015!

    Zalig kerstfeest!

    ♥ Een gelukkig kerstfeest en een goed en gezond 2015!

    ♥ Een knallende kerst en een spetterend 2015 toegewenst.

    ♥ De beste wensen voor het nieuwe jaar, en fijne kerstdagen!

    ♥ Een vredevolle kerst en een zalig nieuwjaar.

    ♥ Een inspirerende kersttijd en een positief 2015 toegewenst.

    ♥ Veel geluk en wijsheid tijdens de kerstdagen en in het nieuwe jaar.

    ♥ Onze warmste gedachten en onze beste wensen voor een voorspoedige kerst en een gelukkig nieuwjaar.

    Brei een eind aan 2014 en pak de draad weer op in 2015. Fijne kerstdagen!

     

    Woordenschat : genieten van : profiter de / proosten op : trinquer à la santé de / zalig : heureux / toewensen : souhaiter / knallend : retentissant < knallen : retentir / spetterend : éclatant < spetteren : éclater / vredevol : pacifique / de wijsheid : la sagesse / de gedachte : la pensée / voorspoedig : heureux, bon / breien : tricoter / de draad weer oppakken : reprendre le fil, reprendre le cours des choses

     

    Lien bleu C.png

     

    http://www.flyer.be/benl/teksten-kerstkaarten

     

    ------------------

    Quelques différences entre la Flandre et les Pays-Bas / Enkele verschillen tussen Vlaanderen en Nederland.

    ♦ In Vlaanderen wenst men elkaar voornamelijk een zalig kerstfeest. / En Flandre, on se souhaite généralement un zalig kerstfeest.

    ♦ In Nederland heb je verschillende opties. Je kunt zeggen : prettige kerstdagen, vrolijk kerstfeest en een gelukkig nieuwjaar of zalig kerstfeest! / Aux Pays-Bas, on a différentes possibilités. On peut dire : prettige kerstdagen, vrolijk kerstfeest en een gelukkig nieuwjaar ou zalig kerstfeest!

    Lien bleu C.png

     

    http://nl.wikihow.com/Zo-zeg-je-vrolijk-kerstfeest-in-verschillende-talen

     

    -------------------

    Spelling / Orthographe

    Schrijf je prettige kerstdagen of Prettige Kerstdagen? Zonder hoofdletters of met hoodletters? / Ecrit-on prettige kerstdagen ou Prettige Kerstdagen? Sans majuscules ou avec majuscules?

    Lees maar verder / Poursuivez votre lecture :

    séquence pédagogique,lessequentie,compréhension à l'audition,luistervaardigheid,travail lexical,woordenschatverwerking,voeux de noël et de nouvel an,kerst- en nieuwjaarswensen

     

    https://onzetaal.nl/taaladvies/advies/kerst-kerst

     

     séquence pédagogique,lessequentie,compréhension à l'audition,luistervaardigheid,travail lexical,woordenschatverwerking,voeux de noël et de nouvel an,kerst- en nieuwjaarswensen

    http://taaladvies.net/taal/advies/vraag/1293/kerstmis_valentijnsdag_kerst_valentijn/

     

     

  • Test je Nederlands! / Teste ton néerlandais! (3) - exercice de grammaire néerlandaise

    • Test de néerlandais / Test Nederlands
    • Connaissances grammaticales / Grammaticakennis
    • Exercices grammaticaux / Grammaticale oefeningen
    • Questionnaire à choix multiples / Multiplechoicevragen, meerkeuzevragen

    --------------

    test,toets,exercices grammaticaux,questionnaire à choix multiples,multiplechoicevragen,meerkeuzevragen

    Monnickendamse klederdracht

    ---------------

    test,toets,exercices grammaticaux,choix multiples,multiplechoicevragen,meerkeuzevragen

     

     

     

     

     

     

     

    Omcirkel de letter die met de goede oplossing overeenkomt. / Entoure la lettre qui correspond à la bonne réponse.  

    51. Hans is even slecht gehumeurd  ...............  .
          a. als zij
          b. als haar
          c. dan ze
          d. dan haar

     

    52. Els is een paar jaar jonger  ...............  .
          a. als hem
          b. dan hem
          c. als haar
          d. dan hij

     

    53. Hij is  ...............  dan zijn broer.
          a. minst intelligent
          b. minder intelligenter
          c. minder intelligent
          d. min intelligent

     

    54. Onze dochter komt elke avond  ...............  .
          a. hoe langer hoe laat
          b. hoe langer hoe later
          c. hoe lang hoe later
          d. hoe lang hoe laat

     

    55. Hoe meer je van je werk houdt,  ...............  .
          a. hoe beter doe je het
          b. hoe beter je doet het
          c. hoe best doe je het
          d. hoe beter je het doet

     

    56. Laten we nu gaan slapen. Dat is  ...............  .
          a. de meest verstandigste
          b. het verstandigst
          c. de verstandigste
          d. het meest verstandigst

     

    57. Ik weet het,  ...............  niet?
          a. jij
          b. jouw
          c. je
          d. jou

     

    58. Heb je je zus al geschreven?
          Ja, ik heb  ...............  gisteren nog een lange brief geschreven.
          a. het
          b. haar
          c. hem
          d. zij

     

    59. De twee vrienden gaven  ...............  de hand.
          a. zich
          b. zij
          c. elkaar
          d. jij

     

    60. Mijn zoon is bij een oom en mijn dochter is bij één van  ...............  vriendinnen.
          a. ons
          b. hen
          c. haar
          d. jou

     

    61. De tulpen van de buurman zijn veel mooier dan  ...............  .
          a. de onzen
          b. onzen
          c. de ons
          d. de onze

     

    62. ............... heeft de radio aangezet?
          a. Wat
          b. Hoe
          c. Waar
          d. Wie

    Vocabulaire : aanzetten : allumer [un appareil]

    63. Kies de correcte zin :
          a. Waar aan dacht de directeur vaak?
          b. Wie dacht de directeur vaak aan?
          c. Aanwie dacht de directeur vaak?
          d. Waar dacht de directeur vaak aan?

     

    64. ...............  vaak heb je hem al geroepen?
          a. Wat
          b. Wie
          c. Waar
          d. Hoe

     

    65. ...............  dokter heeft je vader verzorgd, dr. Vermeulen of dr. Brulens?
          a. Welk
          b. Wat voor
          c. Welke
          d. Wat voor een

    Vocabulaire : verzorgen : soigner

    66. ............... werkt hij al?
          Hij werkt al drie jaar.
          a. Wanneer
          b. Hoelang
          c. Sinds wanneer
          d. Hoe lang

     

    67. Ik verkies dit programma, niet  ...............  andere.
          a. dat
          b. die
          c. dit
          d. deze

    Vocabulaire : verkiezen : préférer

    68. Welke rok heb je liever?  ...............  ?
          a. Dit of dat
          b. Deze of die
          c. Deze of dat
          d. Dat of dit

     

    69. ...............  gaan met vakantie naar Spanje.
          a. Veel
          b. Vele
          c. De velen
          d. Velen

     

    70. Ze kan u  ...............  vertellen wat u wilt weten.
          a. heel
          b. alles
          c. alle
          d. hele

     

    71. Alle leerlingen waren aanwezig. De leraar keek  ...............  .
          a. van de een naar de ander
          b. van de een naar de andere
          c. van een naar ander
          d. van de een naar de anderen

     

    72. Ik nam één van de trams  ...............  van het Centraal Station naar het Vondelpark rijden.
          a. wie
          b. dat
          c. die
          d. wat

     

    73. ...............  niet akkoord gaat, moet het laten weten.
          a. Die
          b. Wie
          c. Wat
          d. Deze

     

    74. Overal op de grond lag speelgoed  ...............  het kind graag speelde.
          a. met wie
          b. waarmee
          c. met wat
          d. waar mee

    Vocabulaire : het speelgoed : les jouets [het stuk speelgoed : le jouet]

    75. We moeten  ...............  drinken.
          a. op ergens
          b. ergens op
          c. waarop
          d. op nergens

     

    test,toets,exercices grammaticaux,questionnaire à choix multiples,multiplechoicevragen,meerkeuzevragen

    Solutions / Oplossingen

    51 a           64 d
    52 d           65 c
    53 c           66 b
    54 b           67 a
    55 d           68 b
    56 b           69 d
    57 a           70 b
    58 b           71 a
    59 c           72 c
    60 c           73 b
    61 d           74 b
    62 d           75 b
    63 d